State of the Climate

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
NOAA-logo

State of the Climate is een jaarlijks rapport, opgesteld onder leiding van de Amerikaanse National Oceanic and Atmospheric Administration, met medewerking van honderden metereologen uit een honderdtal wetenschappelijke instellingen in meer dan 50 landen.

Het rapport wordt uitgegeven als bijlage bij het Bulletin of the American Meteorological Society. Tot 2001 verscheen het onder de titel Climate Assessment.

De samenstellers beschouwen deze rapporten als een aanvulling op de rapporten van het IPCC, met name het IPCC-rapport 2007 en IPCC-rapport 2014. De State of the Climate rapporten kunnen dan beschouwd worden als een uitgebreide, jaarlijkse fysieke check-up van het klimaat.[1] Ze gaan daarbij bewust erg voorzichtig (“conservatief”) te werk.[2]

State of the Climate in 2010[bewerken]

De editie 2010 (gepubliceerd op 28 juni 2011) bevatte bijdragen van 368 auteurs uit 45 landen, en behandelde 41 klimaatindicatoren.[3]

De belangrijkste vaststellingen van het rapport waren: 2010 was een van de twee warmste jaren sedert het begin van de metingen. De El Niño Southern Oscillation ging over van El Niño naar La Niña. Klimaatwijzigingen in het noordpoolgebied en in Groenland verliepen gemiddeld sneller dan elders op de planeet

State of the Climate in 2011[bewerken]

De editie 2011 werd gepubliceerd op 1 juli 2012. De belangrijkste vaststellingen waren:[4]

  • Grootschalige klimaatpatronen beïnvloedden temperatuur en weer in 2011, vooral een matig sterke La Niña.
  • Gecombineerde gemiddelde temperaturen van land en zee waren de koelste sedert 2008, maar behoorden toch tot de 15 warmste jaren ooit, en lagen boven het gemiddelde over 1981-2010.
  • De concentratie van CO2 in de atmosfeer steeg in 2011 met 2,10 ppm, en overschreed voor het eerst de grens van 390 ppm.
  • Ook andere broeikasgassen namen toe, met uitzondering van de ozon-verstorende gassen.
  • Het zeeniveau daalde medio 2010, maar steeg opnieuw sterk in de tweede helft van 2011.
  • Tropische cyclonen kwamen in 2011 minder dan gemiddeld voor.
  • Het Noordpoolgebied warmde tweemaal zo snel op als gebieden op lagere breedtegraad.
  • Over het grootste deel van Antarctica stegen de temperaturen.

State of the Climate in 2012[bewerken]

De editie 2012 werd gepubliceerd op 1 augustus 2013. De belangrijkste vaststellingen waren:[5]

  • Voor de eerste maal sedert verschillende jaren was El Niño Southern Oscillation geen dominerende factor in de wereldwijde weerpatronen. Toch waren andere grootschalige klimaatpatronen van invloed, zoals de Arctic Oscillation.
  • De gemiddelde zee- en landtemperatuur wereldwijd vielen in 2012 binnen de 10 warmste ooit geregistreerd.
  • Na een uitgesproken daling van het zeeniveau in de eerste helft van 2011, die in verband werd gebracht met het effect van La Niña, steeg het zeeniveau in 2012 opnieuw tot recordhoogte.
  • De toenemende hydrologische cyclus die in de voorbije jaren werd waargenomen, zette door, met meer verdamping op drogere plaatsen, en meer regenval in regenrijke gebieden.
  • Er kwamen 84 tropische cyclonen voor, een gemiddelde frequentie in vergelijking met 89 voor de periode 1981-2010 (Bopha). Enkel in de Noord-Atlantische regio was er een verhoogde activiteit (Sandy).
  • De ijs- en sneeuwkap in het Noordpoolgebied verkleinde verder.
  • Het klimaat in Antarctica bleef vrij stabiel, met een maximale ijskap, sedert de metingen begonnen in 1978.
  • Het gat in de ozonlaag was het op een na kleinste in twee decennia, hoewel een compleet herstel van de ozonlaag pas verwacht wordt tegen 2060.
  • CO2-concentraties in de atmosfeer namen toe met 2,1 ppm in 2012, tot 392,6 ppm. In het voorjaar van 2012 werd 400 ppm overschreden op 7 van de 13 meetstations in het Noordpoolgebied.
  • Ook andere broeikasgassen namen toe, met uitzondering van de ozon-verstorende gassen.

State of the Climate in 2013[bewerken]

De editie 2013 werd gepubliceerd op 17 juli 2014. Uit de gegevens blijkt dat het klimaat sneller verandert dan ooit tevoren.[6]

De belangrijkste vaststellingen waren:[7]

  • De meeste klimaatvariabelen vertoonden de trends die we de jongste decennia hebben vastgesteld.
  • ENSO was het hele jaar door neutraal, na verschillende jaren als dominante klimaatfactor.
  • 2013 behoorde opnieuw tot de 10 warmste jaren ooit, zowel op het aardoppervlak als in de troposfeer. Vooral op het zuidelijk halfrond werden temperatuurrecords gebroken of benaderd.
  • In Antarctica tekende het Zuidpoolstation Amundsen-Scott zijn hoogste jaartemperatuur op sedert de metingen begonnen in 1957.
  • Aan de andere kant kende het Noordpoolgebied het zevende warmste jaar sedert de metingen daar begonnen aan het begin van de 20e eeuw.
  • Op 20m diepte werden de hoogste temperaturen waargenomen in sommige permafrost-stations in Alaska.
  • In het noordelijk halfrond traden abnormale stromingen op in de atmosfeer, hetgeen tot extreme weersomstandigheden leidde.
  • De ijskap in het Noordpoolgebied was op zijn zesde laagste punt, sedert de satellietwaarnemingen begonnen in 1979, waarbij de zeven laagste jaren ook de zeven laatste waren.
  • Op Antarctica zagen we het omgekeerde, met een maximale ijskap.
  • Op zee lag de oppervlaktetemperatuur binnen de 10 warmste ooit gemeten. Het zeeniveau steeg met de trend van 3,2mm per jaar, zoals in de 2 laatste decennia.
  • Tropische cyclonen kwamen iets vaker dan normaal voor, met 94 stormen, maar het Noord-Atlantisch bekken was het rustigst sedert 1994. In de Pacific brak de dodelijke Tyfoon Haiyan het windsnelheidsrecord.
  • De bekende broeikasgassen in de atmosfeer (CO2, methaan en stikstofoxide) namen ook in 2013 opnieuw toe tot historische hoogte. In het Noordpoolgebied stellen we hetzelfde vast, hoewel die gassen daar wellicht eerder zijn overgewaaid uit lagere breedtegraden, dan wel ontstaan uit dooiende permafrost.
  • Op Mauna Loa overschreed op 9 mei het CO2-gehalte voor het eerst sedert 1958 de grens van 400 ppm.

State of the Climate in 2014[bewerken]

De editie 2014 werd gepubliceerd op 6 augustus 2015. De belangrijkste vaststellingen waren:[8]

  • De meeste van de tientallen klimaatvariabelen die elk jaar in dit rapport worden onderzocht, volgden in 2014 de bekende trends, en verschillende variabelen bereikten nieuwe recordhoogten.
  • De gemiddelde jaarlijkse uitstoot van koolstofdioxide (CO2), methaan en stikstofoxide, de belangrijkste broeikasgassen in de atmosfeer, steeg in 2014 opnieuw tot recordhoogte: CO2 met 1,9 ppm tot een gemiddelde van 397,2 ppm. De globale uitstoot van 5 belangrijke en 15 minder belangrijke broeikasgassen lag 36% hoger dan een kwarteeuw geleden.
  • De wereldwijde oppervlaktetemperatuur lag op het hoogste niveau in de laatste 135 jaar van de waarnemingen. Dat was ook het geval op alle continenten, behalve aan de Amerikaanse oostkust.
  • De zee was warmer dan ooit (oppervlaktetemperatuur), en dat leidde vooral in de noordelijke Pacific tot abnormale stromingen. Het zeeniveau rees tot 67 mm boven het gemiddelde van 1993.
  • Het neerslaggemiddelde lag iets hoger boven zee, en iets lager boven land.
  • Er werden 91 geregistreerde stormen waargenomen, hoger dan het gemiddelde over 1981-2010 (82).

De opwarming van het Noordpoolgebied zette door: het smelten van de sneeuw begon 20-30 dagen eerder dan gemiddeld (1998-2010). Ook in Groenland lag het smeltgemiddelde hoger dan normaal, met recorddieptes voor de albedo. In de permafrost-stations op Alaska werden nieuwe records opgetekend. De ijskap was de zesde kleinste sedert het begin van de opmetingen, met de acht kleinste jaargemiddelden in de laatste acht jaar.

  • Op Antarctica ging het de andere kant op, met opnieuw maximale waarden in.
  • Het gat in de ozonlaag nam in zeer geringe mate verder af.

State of the Climate in 2015[bewerken]

Dit rapport werd gepubliceerd in augustus 2016. Dit was de 26e editie van de jaarlijkse publicatie. In 2015 sneuvelden verschillende records: het was 1,0°C warmer dan in de pre-industriële periode, en het Mauna Loa observatorium tekende voor het eerst een jaargemiddelde op van meer dan 400 ppm CO2. De overige bekende trends zetten ook in 2015 door.

De belangrijkste overige vaststellingen waren:[9]

  • De uitstoot van broeikasgassen waren de hoogste ooit gemeten. Ditmaal overschreed het jaarlijks gemiddelde van koolstofdioxide de grens 400 ppm in Mauna Loa (wereldwijd 399,4), 3,1 ppm meer dan in 2014, en de hoogste jaarlijkse toename.
  • De hoogste landtemperaturen werden gemeten, meer dan 0,1°C warmer, en nu boven de 1°C stijging ten opzichte van pre-industriële tijden.
  • De zeetemperatuur (zowel oppervlakte als lager) was eveneens de warmste in de statistieken, met uitzondering van het Noord-Atlantisch bekken ten zuiden van Groenland.
  • Het zeeniveau bleef stijgen, nu tot 70 mm hoger dan 1993, gemiddeld 3,3 mm per jaar.
  • De watercyclus en het neerslagpatroon toont een toename van de neerslag, mede door een sterke El Niño; overstromingen op vele plaatsen, terwijl de droogtegebieden toenamen, van 8 percent in 2014 tot 14 percent in 2015.
  • Het Noordpoolgebied warmde verder op, met 2,8°C sedert de jaren 1900. De ijskap was, in februari 2015, de kleinste in de 37-jarige satellietmetingen. De noordelijke fauna ging achteruit (walrussen, vissoorten) of wisselde (andere vissoorten migreerden noordelijker).
  • In de noordoostelijke Pacific werd een wildgroei aan algen vastgesteld.
  • In Antarctic was het kouder, de ijskap wisselde van grootte. *De oppervlakte aan ijs en sneeuw wereldwijd ging achteruit: 2015 was het 36ste jaar op rij waarin de gletsjers zich terugtrokken.
  • Tropische cyclonen kwamen vaker voor: 101 in 2015, ver boven het 1981–2010 gemiddelde van 82. Opnieuw was het Noord-Atlantisch bekken rustiger, met uitzondering van hurricane Joaquin

Externe links[bewerken]

Zie ook[bewerken]