Klimaatrechtspraak

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Onder klimaatrechtspraak verstaat men de praktijk waarbij burgers of milieuorganisaties een overheid aanklagen wegens veronderstelde toekomstige schade aan de gezondheid en het leefmilieu, door de klimaatverandering. De vordering kan als doel hebben een concreet milieubelastend project stil te leggen of bij te sturen, dan wel de overheid ertoe te verplichten een meer doeltreffend geacht klimaatbeleid te voeren. In tegenstelling tot een class-action gaan de aanklagers meestal niet uit van het strikt zakelijke eigen groepsbelang, maar eerder van het algemeen en zelfs toekomstig maatschappelijk belang. Niet zelden krijgen deze rechtszaken ruim aandacht in de media, hetgeen een mobiliserend effect heeft op de publieke opinie.

Rechtsgronden[bewerken]

Rechtbanken kunnen zich baseren op:

Het indienen van een klimaateis voor de rechtbank is echter geen vanzelfsprekende zaak.

Een eerste struikelblok was lange tijd dat de aanklagers maar moeilijk een rechtstreeks eigen belang konden aantonen. Een vordering om het algemeen belang te behartigen (actio popularis), is immers in vele landen niet ontvankelijk voor een rechtbank. Weliswaar geeft het Verdrag van Aarhus aan milieuverenigingen toegang tot informatie, beleid en rechtspraak in milieu-aangelegenheden, en oordeelde het Europees Hof van Justitie in 2014 dat Britse burgers de overheid via de Britse rechtbanken konden verplichten afdoende maatregelen te nemen om de luchtverontreiniging tegen te gaan (ClientEarth vs. Britse regering, zaak C-404/13 [1][2]). Maar in andere gelijkaardige rechtszaken werden milieuorganisaties met succes gedwarsboomd door de Europese Commissie, die een enge interpretatie van het Verdrag van Aarhus voorstaat.[3][4] Bovendien ging het hier niet om het klimaatbeleid als zodanig, maar specifiek om luchtverontreiniging door stikstofdioxide, waarover een rechtstreeks toepasselijke Europese richtlijn bestaat (2008/50/EG[5]). De uitstoot van CO2, een van de belangrijkste aandrijvers van de opwarming, beïnvloedt daarentegen niet rechtstreeks de plaatselijke luchtkwaliteit, en is uit meerdere bronnen afkomstig.

Een tweede struikelblok is het algemene rechtsprincipe dat een rechter zich niet in de plaats kan of mag stellen van de overheid of de politiek. Een vonnis kan dus geen concrete beleidsmaatregelen bevatten, maar mogelijk wel beleidsdoelstellingen (resultaatsverplichting), bijvoorbeeld inzake uitstoot.

Toch is de rechtspraak aan het kenteren: waar zich ernstige maatschappelijke risico’s voordoen, wordt de beleidsvrijheid van de overheid steeds vaker onderworpen aan de rechterlijke toets.[6] Het aanspannen van rechtszaken blijkt ook deel uit te maken van een nieuwe strategie van de milieugroepen.[7]

Rechtszaken[bewerken]

Afrika[bewerken]

In Zuid-Afrika gaf een rechtbank de milieugroep Earthlife Africa in maart 2017 gelijk in een klacht tegen de regering wegens plannen voor de Thabametsi-elektriciteitscentrale op steenkool, omdat in het milieurapport geen rekening was gehouden met de verwachte gevolgen op het klimaat. De regering wilde de uitvoering van het project echter niet opschorten, maar moest van de rechtbank alsnog eerst een klimaatrapport uitbrengen. Het vonnis was een primeur voor Zuid-Afrika.[8]

Amerika[bewerken]

Verenigde Staten[bewerken]

Rechtszaken rond klimaatverandering (climate litigation) kwamen in Californië op gang vanaf de klimaatwetgeving van 2006,[9] maar worden intussen steeds talrijker, op het niveau van de staten zowel als federaal. Een groot aantal zaken onder de noemer “klimaatverandering” betreffen echter strikt genomen milieudelicten en -vorderingen.[10]

Sedert 2015 krijgt een groep jongeren van Our Children's Trust, onder wie de kleindochter van klimaatpionier James Hansen[11], veel aandacht door een rechtszaak tegen de federale regering wegens gebrekkig klimaatbeleid (Juliana v. United States). Zij voeren aan dat hun grondwettelijk recht op een veilig en gezond leven in de toekomst wordt bedreigd door de klimaatopwarming, en dat de regering daartoe onvoldoende maatregelen neemt.[12][13][14] Tegen ExxonMobil loopt in dat verband ook een gerechtelijk onderzoek wegens mogelijke misleiding van aandeelhouders, door het achterhouden van informatie.[15]

Met het aantreden van president D. Trump is de klimaatrechtspraak in de V.S. in een stroomversnelling geraakt: er dreigen constitutionele conflicten nu sommige deelstaten hun klimaatbeleid willen doorzetten tegen de wil in van de federale regering, die van plan is een aantal milieuregels terug te schroeven.[16]

Azië & Stille Oceaan[bewerken]

Filipijnen[bewerken]

De Filipijnse Commissie voor de Mensenrechten startte hoorzittingen over mogelijke schendingen door 50 grote olie- en steenkoolbedrijven, waaronder Shell en Exxon. Overlevers van tyfoon Haiyan hadden in september 2015 aangevoerd dat de energiebedrijven in belangrijke mate hebben bijgedragen tot de klimaatverandering, die gezien wordt als oorzaak van het extreme weer. De zaak is baanbrekend, omdat aan klimaatexperten wordt gevraagd geloofwaardig bewijs te leveren voor het verband tussen uitstoot, klimaatverandering en extreme weersomstandigheden. Zelfs als het verband wordt aangetoond, hetgeen met recente klimaatmodellen niet onmogelijk is, blijft het moeilijk de totale klimaatschade toe te wijzen over verschillende bedrijven, met vestigingen in meerdere landen. Bovendien zijn de uitspraken van de Commissie niet bindend voor de bedrijven, al vormen ze mogelijk een belangrijk precedent.[17]

Nieuw-Zeeland[bewerken]

Een jonge rechtenstudente betwistte eind 2015 voor de rechtbank de volgens haar totaal ontoereikende klimaatvoorstellen van de Nieuw-Zeelandse regering voor de Klimaatconferentie van Parijs 2015 (COP21), daarin gesteund door klimaatpionier James Hansen. Het regeringsvoorstel betrof een uitstootreductie van 11 percent tegen 2030, ten opzichte van het niveau 1990.[18]

Pakistan[bewerken]

In augustus 2015 werd de regering gedagvaard door een rechtenstudent uit een landbouwersfamilie, die aanvoerde dat het uitblijven van een klimaatbeleid in strijd was met de National Climate Change Policy, en zijn familie beroofde van haar grondwettelijke rechten op een waardig leven. In september 2015 bevestigde de rechtbank de ernst van de klacht, en riep een beleidsvoorbereidende commissie in het leven.[19][20]

Europa[bewerken]

België[bewerken]

In juni 2013 bevestigde het Hof van Cassatie dat een milieuvereniging geldige partij kan zijn in milieuzaken, volgens de verplichtingen die België op zich nam bij het Verdrag van Aarhus.[21]

Op 27 april 2015 eiste de vzw Klimaatzaak, in navolging van de Stichting Urgenda in Nederland, van de Belgische overheid een meer doeltreffend klimaatbeleid.[22] Omdat de zaak in het Frans was aangespannen, wist de Vlaamse overheid de zaak te doen uitstellen, zich beroepend op de taalwetgeving.[23] De initiatiefnemers voerden aan dat de rechtszaak geldig was, aangezien ze in een van de wettelijk erkende landstalen werd ingediend.

Groot-Brittannië[bewerken]

De Britse regering nam met de 2008 Climate Act de verplichting op zich een volwaardig klimaatbeleid te gaan voeren. In principe kan de uitvoering ervan voor de rechtbank afgedwongen worden.[24]

Nederland[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Stichting Urgenda voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In Nederland won Stichting Urgenda in 2015 een spraakmakende zaak tegen de overheid, wegens onvoldoende klimaatbeleid. De Nederlandse regering ging in beroep, maar de zaak maakte internationaal ophef.[25]

Noorwegen[bewerken]

De Noorse milieugroep Nature & Youth en Greenpeace tekenden in oktober 2016 bij de rechtbank bezwaar aan tegen regeringsplannen om olieboringen toe te staan in de Barentszzee. Zij steunen zich op de Noorse grondwet, op de Noorse klimaatplannen, op de Noorse ondertekening van de Akkoorden van Parijs (CO21), en verwijzen naar de ambitieuze klimaatdoelstellingen van het land.[7][26] De Noorse toezichthouder, Petroleum Safety Authority, stelt echter dat de nieuwe boormethodes aan de veiligheidsvoorschriften voldoen.[27]

Oostenrijk[bewerken]

In februari 2017 blokkeerde een rechtbank de uitbreiding van de Weense luchthaven omdat de bijkomende uitstoot van broeikasgassen niet verenigbaar was met de klimaatverplichtingen die het land op zich had genomen. Volgens de advocaat van de luchthaven was het een wereldprimeur dat een dergelijk bouwproject werd afgewezen op grond van de klimaatgevolgen.[28] Ook de Stad Wenen kwam in nauwe schoentjes, omdat het stadsbestuur eerst tegen de uitbreidingsplannen gekant was, maar nadien als aandeelhouder van de luchthaven zijn houding herzag.[29]

Zwitserland[bewerken]

Einde 2016 dienden bijna vijfhonderd Zwitserse oma's, de KlimaSeniorinnen, een klacht in tegen de Zwitserse overheid wegens onvoldoende klimaatbeleid. Zij stelden dat de overheid hiermee zondigde tegen de eigen grondwet.[30][31]