Gaia-hypothese

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Gaia-hypothese is een reeks wetenschappelijke modellen voor de biosfeer die beschrijven dat het leven zijn eigen ideale levensomstandigheden creëert door de aardse omgeving te beïnvloeden. De eerste theorie werd door de wetenschapper James Lovelock geformuleerd in 1969; Hij beschreef alle levende materie op aarde als één organisme en noemde dit naar de Griekse godin van de aarde, Gaea. Eén van zijn hypotheses was de Madeliefjeswereld (Daisyworld).

Er zijn aanwijzingen dat er inderdaad zulke systemen voorkomen: De eencellige alg Emiliania huxleyi komt in de oceaan voor en de algenbloei kan met satellietfoto's waargenomen worden. Deze algenbloei beïnvloedt wolkenvorming: er ontstaan gassen (dimethylsulfide) die in de atmosfeer omgezet worden tot zuren die condensatiekernen vormen; daardoor ontstaan er kleinere waterdruppels in de wolken, waardoor de wolken witter worden en meer zonlicht weerkaatsen. De algenbloei veroorzaakt zo indirect afkoeling van de planeet; het is dus een negatief terugkoppelingseffect.

De GAIA gedachte heeft naast wetenschappelijke interesse ook spirituele aanhang gekregen. Dit heeft de wetenschappelijke acceptatie aanvankelijk gefrustreerd.

Zie ook[bewerken]