Adaptatie (klimaatverandering)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Adaptatie (aanpassing) aan klimaatverandering is het proces waardoor samenlevingen de kwetsbaarheid voor klimaatverandering verminderen of waardoor zij profiteren van de kansen die een veranderend klimaat biedt. Adaptatie kan autonoom zijn of gepland.

De kwetsbaarheid voor de effecten van klimaatverandering is afhankelijk van de effecten van het veranderende klimaat en de mate waarin de samenleving in staat is om te reageren op die effecten, ofwel de klimaatbestendigheid. De klimaatbestendigheid hangt onder andere af van de beschikbare financiële middelen, klimaatbewustzijn en aanwezige instituties.

Adaptatiebeleid staat in veel landen nog in de kinderschoenen. Vooral het Verenigd Koninkrijk en Nederland houden zich bezig met adaptatiebeleid en investeren in het verspreiden van hun kennis naar de rest van de wereld. Westerse landen proberen bijvoorbeeld - uiterste kwetsbare - ontwikkelingslanden te helpen met het uitvoeren van klimaatstudies, in het kader van verplichtingen gesteld in het Klimaatverdrag. De stap van studies naar maatregelen is, zeker in ontwikkelingslanden, echter groot. In het Akkoord van Kopenhagen hebben verschillende landen toegezegd geld in te leggen in het Green Climate Fund, waarmee mitigatie en adaptatie in ontwikkelingslanden betaald kan worden.

Nederland[bewerken]

In Nederland zullen de effecten van klimaatverandering naar verwachting significant zijn, maar tegelijkertijd is de klimaatbestendigheid groot. Daardoor is Nederland niet zo kwetsbaar voor klimaatverandering. Nederland heeft daarnaast de middelen en kennis om zich tijdig en voldoende aan te passen aan de effecten zoals temperatuurstijging, droogte, meer extreme neerslag en wateroverlast, smog/fijnstof. Bovendien kan bijvoorbeeld een stijging van de gemiddelde temperatuur ook positieve effecten hebben op de landbouwopbrengsten en toerisme.

Veel sectoren passen zich autonoom aan aan klimaatverandering. Bijvoorbeeld de landbouwsector is gewend om te gaan met weervariabiliteit. Deze sector zal kunnen anticiperen door het gebruik van aangepaste gewassen en een langer of juist korter groeiseizoen.

De toename van de kans op wateroverlast en overstroming vergt gericht adaptatiebeleid en planning op lange termijn, aangezien infrastructuur en gebouwen voor lange tijd aangelegd worden en tussentijds relatief moeilijk aangepast kunnen worden. Gemeenten, waterschappen en provincies zijn zich in toenemende mate bewust van de uitdagingen en mogelijkheden, en nemen waar nodig en mogelijk steeds meer klimaatadaptatieve maatregelen. In het programma Adaptatie Ruimte en Klimaat werken de Nederlandse overheden samen bij het beheersbaar maken en houden van de klimaatsproblematiek.[1] Ruimtelijke adaptatie is ook een van de thema's waaraan het Deltaprogramma onder leiding van de Deltacommissaris werkt in opdracht van de regering.[2]

Mitigatie[bewerken]

Sommige maatschappelijke organisaties hebben moeite met de toenemende aandacht voor adaptatiebeleid, omdat zij bang zijn dat de overheid het mitigatiebeleid zal gaan veronachtzamen. Andere vragen zich daarentegen af of broeikasgasemissiereductie niet veel te duur is. Adaptatie en mitigatie spelen zich af op heel verschillende schalen in tijd en ruimte. Adaptatie heeft effect op de korte termijn en op een specifieke plaats, ook als andere landen weinig of niets aan emissiereductie doen. Mitigatie heeft effect op de lange termijn, zeker als veel of alle landen meedoen. Ook reduceert het de effecten van klimaatverandering op de hele aarde. Sommige deskundigen in Nederland beweren dat zonder aanzienlijke mitigerende maatregelen er in 2100 geen betaalbare adaptatieopties meer zijn.