Groninger Museum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Groninger Museum
Groningermuseum.JPG
Opgericht 1894
1994
Locatie Groningen
Personen
Directeur Andreas Blühm[1]
Conservator Mariëtta Jansen, Jenny Kloostra, Egge Knol, Ruud Schenk, Mark Wilson, Sue-an van der Zijpp [1]
Medewerkers ± 70 medewerkers
± 50 vrijwilligers (2009) [2]
Overig
Architect Alessandro Mendini, Michele de Lucchi, Philippe Starck, Coop Himmelb(l)au
Gebouwd 1994
Aantal bezoekers circa 200.000 per jaar
Website
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Het Groninger Museum is een museum in de stad Groningen en een van de topattracties van de provincie met een bezoekersaantal van circa 200.000 bezoekers per jaar.

Geschiedenis[bewerken]

De eerste basis van het museum was het Museum van Germaanse Oudheden, dat in 1847 werd opgericht door Hendrikus Octavius Feith in de Universiteitsbibliotheek Groningen.

Destijds bestonden er al meerdere musea in Groningen van de universiteit, waaronder het 'Museum van Natuurlijke Historie' (ca. 1820) en de 'Verzameling voor Mineralogie, Geologie, Zoölogie en Zoötomie' (1815), die nu onderdeel vormen van het Universiteitsmuseum. Na Feith's dood in 1849 leidde het Museum van Germaanse Oudheden een slapend bestaan tot in 1874 het 'Provinciaal Kabinet van Oudheden' werd opgericht door zijn zoon Hendrik Octavius Feith (II), die de collectie van zijn vader samenvoegde met twee rariteitenkabinetten van de stad en provincie Groningen. De collecties werden eerst ondergebracht in een kamer van het Provinciehuis, maar toen deze te klein werd vond zoon Johan Adriaan Feith een pand aan de Zuidersingelstraat (nu Ubbo Emmiusstraat) voor de collecties.

Eerste gebouw: Praediniussingel[bewerken]

Het voormalige gebouw van het Groninger Museum aan de Praediniussingel in 2010
Hoofdgebouw
Een van de twee schilddragende leeuwen op het paviljoen voor de regionale geschiedenis van het Groninger Museum. Afkomstig van het in 1812 afgebroken Huis te Farmsum, stonden de beide leeuwen vervolgens ruim een eeuw bij de Drentse havezathe Oosterbroek, alvorens ze in 1925 aan het museum werden geschonken. Sinds 1994 staan ze op hun huidige plek.

In 1890 werd de stichting 'Museum van Oudheden voor de Provincie Groningen' opgericht. Feith wist een bedrag van 100.000 gulden te verzamelen voor de bouw van een museum aan de Praediniussingel. Dit pand werd in de periode 1894-1907 gebouwd naar een ontwerp van rijksbouwmeester C.H. Peters (1847-1932).

Tot de bekendste zalen behoorden de Taco Mesdagzalen, ingericht met de kunstcollectie die in 1903 werd geschonken door Geesje Mesdag-van Calcar, de weduwe van Taco Mesdag. Van 1921 tot 1966 besteedde conservatrice Minke Visser veel aandacht aan het uitbreiden en verdiepen van de collectie Aziatische kunst. Het exportporselein van de VOC vormt met circa negenduizend stukken een belangrijk onderdeel van de collectie.

In de loop der jaren werd het gebouw aan de Praediniussingel steeds verder uitgebreid, evenals de collecties. In de jaren 1950 werd gesproken over het verplaatsen van het museum naar het Prinsenhof, maar dit ging niet door en daarom werd in de jaren zeventig besloten het pand aan de Praediniussingel te verbouwen.

Nieuwbouw (1990-1994)[bewerken]

In 1987 schonk de Nederlandse Gasunie 25 miljoen gulden aan de Gemeente Groningen. Daardoor werd het mogelijk om een compleet nieuw gebouw te realiseren. Het oude gebouw voldeed niet meer aan de museale eisen van de tijd.

In 1990 koos een commissie de nieuwe locatie voor het museum. Het Groninger Museum moest zich in het Verbindingskanaal tussen de zuidkant van het centrum en het hoofdstation gaan vestigen op een locatie die het stationsgebied verbindt met de binnenstad.

Het ontwerp van het Groninger Museum ziet eruit als een langwerpig eiland. Het bestaat uit drie grote volumes in het water en wordt verbonden door gangen en twee pleinen. Het geheel moest lang uitgestrekt worden en bestaan uit kleine bouwgedeelten. Door die architectuur bleef namelijk het doorzicht voor de bewoners van de singel bestaan. Tevens bleef scheepvaart mogelijk via het Verbindingskanaal.

Het ontwerp voor het nieuwe gebouw had als belangrijk uitgangspunt dat het moest passen bij de sfeer van de collecties van het Groninger Museum. Dit zijn vier uiteenlopende collecties - archeologie en geschiedenis van Groningen, kunstnijverheid, oude beeldende kunst en hedendaagse beeldende kunst.

Voor het ontwerp van het nieuwe museum dat in die tijd geleid werd door Frans Haks werd door de hoofdarchitect Alessandro Mendini, gastarchitecten aangetrokken. Vormgever Michele de Lucchi uit Italië, Philippe Starck uit Parijs en Coop Himmelb(l)au met kantoren in Wenen en Los Angeles. Ook werd samengewerkt met Nederlandse architecten en vormgevers, zoals het Groningse architectenbureau Team 4, Albert Geertjes en Geert Koster.

Het museumgebouw geldt als één van de hoogtepunten van het postmodernisme. De uitgangspunten van Mendini waren: geen hiërarchie in de kunstdisciplines, overvloedig gebruik van decoraties en samenwerken met gastontwerpers. Hierdoor ontstond een divers samenspel van ruimtes.

In 1994 werd het gebouw opgeleverd en werd het museum geopend door koningin Beatrix.

De toenmalige Dichter des Vaderlands, Driek van Wissen, dichtte over het bouwwerk:

"Van de stad waarin ik ben geboren

Kon steeds het silhouet mij weer bekoren,

Die welbekende piekerige lijn.

Maar deze aanblik is voorgoed verloren,

Want voortaan zal na aankomst van de trein,

Een kakelbont gebouw het zicht verstoren."


Tussen mei en december 2010 ging het museum tijdelijk dicht voor een grootscheepse renovatie. Op 18 december 2010 werd het gerenoveerde museum heropend. Hierbij werden nieuwe ruimtes in gebruik genomen, ontworpen door gastdesigners: het informatiecentrum van Jaime Hayon, de 'Job Lounge' van Studio Job en het 'Mendini Restaurant' van Maarten Baas.

Beschrijving paviljoens[bewerken]

Het Groninger Museum bestaat uit verschillende 'eilanden' die in het Verbindingskanaal liggen. Deze eilanden zijn weer opgedeeld in diverse paviljoens, ontworpen door verschillende ontwerpers.

Middenpaviljoen[bewerken]

Het middenpaviljoen is ontworpen door Alessandro Mendini en is het paviljoen waar de gouden toren op staat. Voorheen was dit het depot van het museum. Door de jaren heen was de collectie echter te groot geworden om nog opgeslagen te kunnen worden in de toren en daarom bezit het Groninger Museum tegenwoordig een depot elders in de stad. Het middenpaviljoen bestaat tevens uit een openbare weg met ophaalbrug waar per jaar duizenden mensen over het dak van het museum naar de stad lopen.

De Lucchipaviljoen[bewerken]

Het De Lucchipaviljoen is ontworpen door de Italiaanse architect Michele de Lucchi. Hij liet zich inspireren door de oude verdedigingswerken van Groningen, die ongeveer op de plek stonden waar het museum ligt. Als materiaal koos hij voor baksteen waar Groningen om bekendstaat. Zijn paviljoen was oorspronkelijk bestemd als paviljoen voor de Groninger Geschiedenis. Na de eerste overstroming in 1998 in het Groninger Museum werd het paviljoen omgebouwd voor het tentoonstellen van kunst uit de regio. Het paviljoen draagt nu de naam Beringer-Hazewinkelpaviljoen/Ploegpaviljoen.

Starckpaviljoen[bewerken]

Het Starckpaviljoen werd ontworpen door de Franse ontwerper Philippe Starck. Zijn paviljoen is bedoeld voor het tentoonstellen van kunstnijverheid en keramiek. Starck liet zich inspireren door keramiek en het proces van het maken daarvan. Bijna alles in dit paviljoen verwijst hiernaar, bijvoorbeeld de ronde vorm van een pottenbakkersschijf, de grijze kleur en het craquelé in de vloeren en wanden. Bijzonder aan dit paviljoen zijn de witte vitrages. Hierdoor wordt men gedwongen door het paviljoen te dwalen en steeds weer ontdekkingen te doen.

Mendini 1 en 2[bewerken]

Het Mendinipaviljoen is aan de buitenzijde bekleed met het zogenaamde 'Proust-motief'. Mendini ontwikkelde dit patroon aan de hand van een pointillistisch schilderij. Hij vergrootte details sterk uit en verwerkte deze in zijn ontwerpen. Aan de binnenkant zijn deze twee verdiepingen traditioneel, met een rondgang en een middenzaal. Dit noemt men ook wel het 'klassieke' museummodel. Het verschil met echte klassieke musea is wel dat hier geen ramen te vinden zijn. Mendini en Frans Haks vonden de toelating van daglicht minder ideaal; zij wilden dat het museum zelf belichting en sfeer kan bepalen.

Coop Himmelb(l)au[bewerken]

Het paviljoen van Coop Himmelb(l)au is het uitbundige paviljoen bovenop Mendini 1 en 2. In het begin van het bouw- en ontwerpproces was het de bedoeling dat Frank Stella dit paviljoen vorm zou geven. Het museum en Stella konden het echter niet eens worden over de materiaalkeuze en daarom besloot Stella zich terug te trekken. In korte tijd ontwierp het bureau Coop Himmelb(l)au een nieuw paviljoen. Zij gebruikten in de beginfase de techniek van het automatische tekenen. Vanuit die tekeningen werd een ruimtelijk model ontwikkeld. De oorspronkelijke tekening is nog terug te vinden in de zwarte vlekken op de stalen wanden binnen en buiten. Het paviljoen bestaat uit glas, staal en beton en is gebouwd op een Groningse scheepswerf. Het geldt als een voorbeeld voor het deconstructivisme.

Directeuren[bewerken]

Een van de bekende directeuren van het Groninger Museum was Jos de Gruyter, die van 1955 tot 1963 de scepter zwaaide over het museum. De plannen voor de nieuwbouw kregen eind jaren tachtig gestalte onder directie van Frans Haks. Hij werd in 1996 opgevolgd door Reyn van der Lugt, na wie in 1998 Kees van Twist aantrad. Vanaf augustus 2012 is Andreas Blühm aangetreden als nieuwe directeur van het Groninger Museum. Hij wil grotere aandacht besteden aan de eigen collectie.

Collectie Groninger Museum[bewerken]

De collectie van het Groninger Museum bestaat uit meer dan 80.000 objecten. In de collectie zijn verschillende deelgebieden te onderscheiden zoals:

Externe link[bewerken]