Veenhuizen (gevangenis)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Veenhuizen (tweede gesticht), thans museum

Veenhuizen is een gevangenis in het Drentse dorp Veenhuizen.

Geschiedenis[bewerken]

Esserheem

Vanaf 1818 bouwde de Maatschappij van Weldadigheid enkele kolonies voor arme gezinnen en wezen in het zuidwesten van Drenthe en in het noordwesten van Overijssel: Frederiksoord, Willemsoord en Wilhelminaoord. De Maatschappij van Weldadigheid sloot in 1823 een contract met de Nederlandse regering om 4.000 wezen, 1500 bedelaars en landlopers en 500 gezinnen op te nemen. Voor bedelaars en landlopers werd in Ommerschans in Overijssel een (straf)kolonie opgericht. Voor de te plaatsen kinderen werden in het Drentse Veenhuizen drie grote gestichten gebouwd. Uiteindelijk werden in het Derde gesticht in Veenhuizen ook bedelaars geplaatst. In 1843 werden de gestichten voor de wezen gesloten. Van 1845 tot 1886 werden in Veenhuizen ook gerepatrieerden uit Nederlands-Indië opgevangen die besmet waren met lepra.

In 1859 werden de bedelaarsgestichten Veenhuizen en Ommerschans overgenomen door de rijksoverheid en omgevormd tot strafinrichtingen. Voor het gevangenispersoneel werd er een klein dorp gebouwd, om de inrichtingen heen. In 1890 werd Ommerschans gesloten. Veenhuizen is als gevangenis blijven bestaan.

Tegenwoordig zitten ongeveer 1.000 gedetineerden vast in de Penitentiaire Inrichting (PI) Veenhuizen, die bestaat uit de gevangenissen Norgerhaven en Esserheem. Tot 2014 zaten er ook gedetineerden in Groot Bankenbosch. Deze voormalige gevangenis is later aangewezen als opvangplek voor asielzoekers. Sinds 1981 is er vrije toegang tot het dorp. Voor die tijd was het dorp verboden voor niet-gevangenispersoneel. Veel bewaarderswoningen en enkele andere gebouwen zijn inmiddels verkocht, maar een groot deel van Veenhuizen is tot op heden eigendom van de Staat (Rijksgebouwendienst).

In 2015 sloten Nederland en Noorwegen een verdrag dat de overplaatsing van Noorse gedetineerden van Noorwegen naar de gevangenis Norgerhaven mogelijk maakt. Hiertoe worden enkele Nederlandse langgestraften overgebracht naar Heerhugowaard. Het verdrag heeft een werkingsduur van drie jaar en betreft circa 240 gedetineerden.[1][2] In de gevangenis zitten vooral Noren van buitenlandse komaf.[3]

Museum[bewerken]

In het Tweede gesticht bevindt zich het gevangenismuseum.

Begraafplaats[bewerken]

Begraafplaats van Veenhuizen - hervormd gedeelte

De begraafplaats van Veenhuizen wordt wel cynisch het Vierde gesticht genoemd. Het kerkhof ligt ver buiten het dorp en de gestichten, maar was voor beide bedoeld. Het is nagenoeg vierkant en is in vieren verdeeld. Een deel was bedoeld voor het dorp, een deel voor het personeel en een deel voor de gevangenen. De laatste groep werd tot 1875 anoniem begraven — de graven zijn nauwelijks als zodanig te herkennen. Tussen 1823 en 1875 zijn hier ruim 11.000 mensen begraven. Hervormden en katholieken werden gescheiden van elkaar begraven.

Gedicht[bewerken]

"Acht lotgenoten bewezen hem de laatste eer
En lieten hem in de diepe zandkuil neer.
De dominee bad het Onze Vader aan zijn graf
D' administratie voerde hem van de sterkte af.

In een zwartgeverfde, vurenhouten kist
Rust hij nu, die door niemand wordt gemist.
Op het 'Vierde' kwam er weer een bij
't Werd nummer tien op de zesde rij."
Fragment van het gedicht 'Er werd een verpleegde begraven' van Ruurd Faber[4]