Lijm- en Gelatinefabriek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Voormalige Lijm- en Gelatinefabriek aan de Rotterdamseweg

De Lijm- en Gelatinefabriek was een beenderenverwerkend bedrijf in Delft dat heeft bestaan van 1885 tot 2002.

Deze fabriek werd opgericht door Jacob Cornelis van Marken op het grondgebied van Vrijenban. Deze industrieel richtte ook de Koninklijke Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek, de Nederlandsche Oliefabriek en de drukkerij Van Marken op, samen verenigd in De Delftsche Nijverheid.

Vanwege het feit dat kadavers als grondstof werden gebruikt waren er tal van protesten aangaande de te verwachten stank en waterverontreiniging. In 1887 kwam de beenderlijmproductie op gang en in 1911 de gelatineproductie. Er heerstte rondom en in de fabriek soms een ondraaglijke stank.

Reeds ruim vóór de Grote Depressie ontstonden ernstige problemen. Zo werden in juni 1926 40 werknemers ontslagen en degenen die bleven kregen loonsverlaging, de jongens meer dan de mannen. Deze begonnen daarop een wilde staking, waarbij het er soms nogal heet aan toe ging. In 1931 werd wederom een loonsverlaging doorgevoerd. Pas in 1937 ging het weer beter met het bedrijf. Toen kwam echter de Tweede Wereldoorlog. Op 27 februari 1945 bleek de bezetter bezig met de bouw van een muur rondom het fabrieksterrein. Hierbinnen zou een lanceerbasis voor V1's komen.

In 1953 werd een vestiging van de Delft Gelatin Corporation opgericht in New York. Men verwerkte toen ruim 300 ton beenderen per week (15 kton/jaar). In 1968 werd de lijmproductie afgestoten en overgedragen aan Delft National Chemie BV. De -nu nog uitsluitend- gelatinefabriek werd omgedoopt in Delft Gelatin BV.

Op 19 augustus 1971 vond er een ontploffing plaats in de ontvettingsfabriek, gevolgd door brand. Na een week werd de productie in de rest van de fabriek weer hervat. Geleidelijk aan ging het nu echter bergafwaarts. De BSE-crisis van 2000 gaf de nekslag, daar de markt voor gelatine instortte. In 2002 werd het bedrijf gesloten.