Lijst van inspecteurs van de Waterstaat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De lijst van inspecteurs van de Waterstaat is een onderdeel van de lijst van alle managers die leiding gegeven hebben aan een regionale of specialistische eenheid van Rijkswaterstaat. Tot aan 1848 werd niet gesproken van Rijkswaterstaat maar van de Waterstaat. Deze organisatie werkte zowel onder centraal gezag als onder de verantwoordelijkheid van het provinciaal bestuur.

De organisatie - opgericht in 1798 - heeft in de loop van de tijd veel verschillende organisatievormen gehad. De lijst van managers wordt daarom steeds voorafgegaan door een overzicht van de organisatievorm in de betreffende periode.

In het begin worden de regionale chefs aangeduid met de term commissaris. Al vrij gauw komt de term inspecteur in zwang. In de Franse tijd - in 1811 toen het Koninkrijk Holland door Napoleon Bonaparte werd ingelijfd bij het Franse Keizerrijk werd de term l'ingenieur en chef gebruikt, later in het Nederlands vertaald als hoofdingenieur.

In de lijst zijn tevens de hoogste bazen van de organisatie opgenomen omdat zij doorgaans eerder in hun loopbaan een rol als regionale baas vervulden. Deze hoogste bazen zijn ook afzonderlijk vermeld in de lijst van directeuren-generaal Rijkswaterstaat.

Organisatie tijdens de Bataafse republiek 1798-1806[bewerken | brontekst bewerken]

In de eerste jaren van het bestaan van een centrale organisatie voor de waterstaatszorg in Nederland (1798-1800) was er slechts sprake van een Bureau van de Waterstaat in Den Haag. Christiaan Brunings was president en dr. Cornelis Krayenhoff was zijn tweede man (chef de bureau).

Pas in 1800 ontstond de eerste regionale organisatie met een achttal (eigenlijk vijf) commissies, (Romeins) genummerd van I tot en met VIII. Omdat er direct combinaties werden gemaakt was er feitelijk sprake van vijf commissies. In elke commissie zaten een aantal commissarissen-inspecteurs; van eenhoofdige leiding was nog geen sprake. Alleen Christiaan Brunings stond - aangeduid als eerste commissaris-inspecteur aan het hoofd van de gehele organisatie.

code naam Commissarissen-inspecteurs
I en II Eems en Oude IJssel J.Sabrier en J.Stapert
I Eems J.Stapert in Leeuwarden
II Oude IJssel J.Sabrier in Zwolle
III Rijn W.Beyerinck en W. van Ommeren
IV en V Amstel en Texel G.C. van Vladeracken, A.F.Goudriaan, F.W.Conrad, C.L.Brunings (tevens voor Rijn en Dommel) en Chr.Brunings jr.
VI en VII Delf en Dommel J.D. van Huichelbos van Lienden, J.Blanken Jzn., M.Monsier (tevens voor Amstel en Texel) en Chr.Brunings jr.
VIII Schelde en Maas A.Dingmans, J.Bosdijk en A.Schraver

Hoewel bij Eems en Oude IJssel er formeel sprake was van een gecombineerde commissie, was er in de praktijk toch sprake van aparte verantwoordelijkheden van Stapert en Sabrier, alleen al door hun vestigingsplaats.

Organisatie 1803[bewerken | brontekst bewerken]

In 1803 volgde de volgende reorganisatie en werden twee Commissies van Superintendentie (oppertoezicht) ingesteld, één voor de rivieren en één voor de zeehavens en zeegaten. Binnen elk van de commissies werden districten ingericht. Christiaan Brunings kreeg als hoofd van deze organisatie de titel: directeur-generaal van de Nationale Rivier- en Zeewerken.

Commissie van Superintendentie over de Rivieren Commissie van Superintendentie over de Zeehavens en Zeegaten
Directeur-generaal van de Nationale Rivier- en Zeewerken
Christiaan Brunings
voor de rivieren Inspecteurs voor de zeehavens en zeegaten Inspecteurs
BOR 1e district W. van Ommeren en W.Beyerinck 1 1e district: J. Blanken
Bovenrivieren Zuid-Holland
MR 2e district: dr.C.R.Th. baron Krayenhoff, C.L.Brunings 2 2e district: F.W.Conrad
Middelrivieren Noord-Holland
3 3e district: A.Dingmans
Domeinen van Nassau, Brabant en Zeeland
4 4e district: K.J.Koers
Groningen, Schokland, Friesland, Overijssel

Organisatie tijdens Koninkrijk Holland[bewerken | brontekst bewerken]

De eerste wijziging na het ontstaan van het Koninkrijk Holland was de aanduiding van het hoofd van de organisatie: de opvolger van de overleden Brunings Frederik Willem Conrad werd in 1807 geen directeur-generaal maar inspecteur-generaal (IG). Hij overleed al in 1807 en werd niet direct opgevolgd.

Bij de volgende reorganisatie - 1808 - ontstonden 12 districten en een Algemene Dienst met ieder aan het hoofd een inspecteur. De districten waren:

code gebied inspecteur
1 Noord-Holland tot Naarden A.H.J. van der Plaat
2 Den Helder, Texel, Vlieland, Terschelling en de eilanden J. Peereboom
3 Naarden langs Harderwijk tot Deventer A.H.J. van der Plaat
4 Friesland J.W. Karsten
5 Groningen en Noordelijk Drenthe J. Bosdijk
6 Zuidelijk Drenthe J.E. Wildeman
7 de IJssel, de Rijn, de Waal enz. tot de Grebbe W. van Ommeren
8 van de Grebbe over Utrecht naar Gorinchem tot Dordrecht enz. en geheel Brabant tot Grave enz. C.L.Brunings
9 Naarden langs Muiden en Amsterdam. Rijnland, Delfland en Schieland, de Alblasserwaard langs de Merwede enz. tot achter Utrecht A. Blanken Jzn.
10 van Scheveningen tot achter Breda en Bergen op Zoom en Goeree en Overflakkee A. Blanken Jzn.
11 noordelijk deel van Zeeland enz. tot Bergen op Zoom A. Schraver
12 zuidelijk deel van Zeeland A. Dingmans
AD Algemeene Dienst L.A.C baron van Delen

Boven de districten 1-7 en 8-12 stond ieder een Inspecteur-generaal, respectievelijk Adrianus Goudriaan en Jan Blanken.

Lijst van Inspecteurs van de Waterstaat (1800-1811)[bewerken | brontekst bewerken]

In onderstaand schema zijn de verschillende mutaties aangegeven, waarbij de managers in volgorde van geboortejaar staan. De organisatie-eenheid, waarin ze in het betreffende jaar leiding aan gaven is weergegeven met een lettercode en een kleurcode, zoals aangegeven in bovenstaande tekst. De kleurcode blijft in de opvolgende schema's gelijk voor een bepaald geografisch gebied.

Behalve onderstaande inspecteurs is er in de organisatie tot 1930 nog een ander soort inspecteurs geweest: een managementlaag boven de hoofdingenieurs en na 1903 boven de hoofdingenieurs-directeuren. Deze zijn vermeld onder Inspectie van de Waterstaat

nr naam geb 1798 1799 1800 1801 1802 1803 1804 1805 1806 1807 1808 1809 1810 1811 1812 1813 1814 1815 1816 1817 1818 1819 1820 1821 1822 1823 1824 1825 1826 1827 1828 1829 1830 1831 1832 1833 1834 1835 1836 1837 1838 1839 1840
Volg Volg J.D.HuichelboschvanLienden123
1 J.D. Huichelbosch van Lienden 1732 VI/VII VI/VII VI/VII VI/VII
2 C. Brunings 1736 Pr Pr 1CI 1CI 1CI DG DG
3 J. Sabrier 1740 II II II II jaren , waarin betrokkene ouder is dan 65 jaar (tenzij nog werkzaam)
4 M. Monsier 1750 VI/VII VI/VII VI/VII VI/VII
5 W. van Ommeren 1753 III III III BOR BOR BOR BOR BOR 7 7 7 IS IS IS 3 pr 3 pr 3 pr I4 I4 I4 I4 I4 I4 I4 I4 I4 I4 I4 I4 I1 I1 I1 I1 I1
6 A. Schraver 1754 VIII VIII VIII VIII 11 11 11 BE BE BE 5 pr 5 pr 5 pr ZL ZL ZL ZL ZL ZL ZL ZL
7 J. Blanken jr. 1755 VI/VII VI/VII VI/VII 1 1 1 1 1 IG IG IG IG IG IG IG IG IG IG IG IG IG IG IG IG IG IG IG
8 C. Brunings jr 1756 IV/V IV/V IV/V IV/V belast met de droogmakerijen AD AD AD AD AD AD AD AD
8 C. Brunings jr 1756 VII VII VII VII belast met de droogmakerijen
9 W. Beijerinck 1756 III III III BOR BOR BOR BOR BOR
10 dr. C.R.Th. baron Krayenhoff 1758 MR MR MR MR
11 K.J. Koers 1760 4 4 4 4 4 4
12 P.M. Bouesnel 1760 NM NM NM NM NM AD AD AD AD
13 E.A.P.A. de Ketelbuter 1760 LL LL LL LL LL LK LK LK LK
14 A.H.J. van der Plaat 1761 2 1 1 1 ZZ ZZ ZZ
14 A.H.J. van der Plaat 1761 3 3 3 3
15 G.C. van Vladeracken 1763 IV/V IV/V IV/V IV/V
16 A. Blanken jr. 1766 9 9 9 BM BM BM 2 pr 2 pr 2 pr ZH ZH ZH ZH ZH ZH ZH
16 A. Blanken jr. 1766 10 10 10 10
17 F. Beijerinck 1766 GL GL GL GL GL GL GL GL GL GL GL GL GL GL GL GL GL GL
18 L.A.C baron van Delen 1767 AD AD AD AD I3 I3 I3 I3
19 J. Peereboom 1767 2 2 2 FR FR FR 7 pr 7 pr 7 pr
20 A.F. Goudriaan 1768 IV/V IV/V IV/V IV/V IG IG IG IG IG IG IG IG IG IG IG IG IG IG IG Adm Adm Adm IG IG IG
nr naam geb 1798 1799 1800 1801 1802 1803 1804 1805 1806 1807 1808 1809 1810 1811 1812 1813 1814 1815 1816 1817 1818 1819 1820 1821 1822 1823 1824 1825 1826 1827 1828 1829 1830 1831 1832 1833 1834 1835 1836 1837 1838 1839 1840
21 F.W. Conrad 1769 IV/V IV/V IV/V 2 2 2 2 IG
22 J.E. Wildeman 1770 6 6 6 BI BI BI
23 J. Stapert 1772 I I I I
24 C.L. Brunings 1775 IV/V IV/V IV/V MR MR MR MR MR 8 8 8 BR BR BR 4 pr 4 pr
25 J.W. Karsten 1775 4 4 4 Eoc Eoc Eoc 8 pr 8 pr 8 pr GD GD GD GD GD AD AD AD
26 J. Bosdijk 1775 VIII VIII VIII VIII 5 5 5 5
27 A. Dingmans 1775 VIII VIII VIII 3 3 3 3 3 12 12 12 12
28 D.J. Thomkins 1777 GR GR ZH ZH ZH ZH ZH OV OV OV OV OV OV
29 C. van der Poel 1782 DR GR GR GR GR GR GR GR GR GR
30 J. de Brock 1783 Wvl Wvl Wvl Wvl Wvl Wvl Wvl Wvl Wvl Wvl Wvl Wvl Wvl Wvl

Het vervolg op deze lijst is de Lijst van hoofdingenieurs van de Waterstaat en Rijkswaterstaat. Deze lijst behandelt de periode 1811 -1903. De daaropvolgende lijst - Lijst van hoofdingenieurs-directeuren van Rijkswaterstaat - behandelt de periode van 1903 tot heden.