Lipide

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tweelaagse lipiden bij virussen

Lipiden of lipoïden zijn vetten en vetachtige stoffen die in de biochemie een belangrijke rol spelen. Er is geen algemeen aanvaarde definitie maar meestal beschouwt men lipiden als vetachtige stoffen die onoplosbaar zijn in water maar wel oplosbaar in alcohol. Het gaat vaak om op basis van vetzuren door het lichaam gemaakte stoffen of stoffen die in het lichaam een vergelijkbare functie hebben. Voorbeelden van lipiden zijn:

Chemisch[bewerken]

Chemisch gezien hebben lipiden een joodgetal en een verzepingsgetal. Het joodgetal is het aantal gram jood (= halogeen) dat kan geaddeerd worden op 100g van het vet. Het joodgetal is dus een maat voor het aantal onverzadigde verbindingen van een vet. Het verzepingsgetal is het aantal milligram kaliumhydroxide dat nodig is om 1 gram van het vet te verzepen. Met het verzepingsgetal kan de gemiddelde ketenlengte worden berekend. Hoe hoger het verzepingsgetal hoe korter de ketens.

Een triglyceride bevat de elementen C (koolstof), H (waterstof) en O (zuurstof). Het is opgebouwd uit glycerol en gekoppeld aan 3 onverzadigde of verzadigde vetzuren.

Cholesterol[bewerken]

Een teveel aan vet zoals bijvoorbeeld bij een te hoog cholesterolgehalte is ongezond omdat dit een verhoogde kans geeft op aderverkalking en hart-en vaatziekten. Vetten zijn echter wel een onmisbaar bestanddeel van de voeding. Men spreekt vaak van essentiële vetzuren omdat dit de vetten zijn die het lichaam niet kan maken maar wel nodig heeft voor het metabolisme, de opname van bepaalde vitaminen en productie van celmembranen en hormonen. Cholesterol is een voorbeeld van een steroïde (=vetachtige stoffen waarvan de moleculen specifieke koolstofringen bevatten) en dient als bouwsteen voor hormonen zoals testosteron. Vanwege de onmisbaarheid van vetten voor de stofwisseling (metabolisme) zijn vetvrije diëten niet gezond en leiden tot een verminderd functioneren van de stofwisseling.

Externe link[bewerken]