Louis Somer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Louis Henri Somer (Assen, 13 mei 1901 - Groningen, 6 augustus 1966) was een Nederlands violist en componist.

Opleiding[bewerken | brontekst bewerken]

Hij kreeg zijn eerste vioolonderwijs van E. Clemens Schröner en studeerde vervolgens bij Alexander Schmuller aan het Conservatorium van Amsterdam. Een staatsstipendium stelde hem in staat zijn studie te voltooien bij professor Bram Eldering in Keulen en bij Lucien Capet in Parijs. Als componist was hij hoofdzakelijk autodidact.

Werkzaamheden[bewerken | brontekst bewerken]

Louis Somer werd op zijn 25e jaar eerste concertmeester van het Philharmonisch Orkest in Stuttgart, en was daarna enige jaren concertmeester bij de radio in Hilversum. Vanaf 1946 was hij eerste concertmeester van de Groninger Orkest Vereniging. Als solist trad Somer met de meeste Nederlandse orkesten op, onder andere met het Concertgebouworkest. Hij introduceerde Nederlandse muziek in Parijs en trad als kamermuziekspeler op met o.a. Theo van der Pas, Gerard Hengeveld, George van Renesse en Felix de Nobel.

Composities[bewerken | brontekst bewerken]

  • Scène de Pan et les Nymphes voor orkest (1925-1926)
  • Twee strijkkwartetten uit 1935 en 1938
  • Pastorale voor cello en piano (1938)
  • Sonatine voor viool en piano (1940)
  • Passacaglia en fuga voor orkest (1940)
  • Symfonische muziek voor Orkest (1943)
  • Ouverture voor Shakespeare 's blijspel "Driekoningenavond" (1944-1945)
  • Vijf voorspelen voor P. C. Hooft 's Granida (1947)
  • Divertimento voor fluit, hobo, klarinet, harp en orkest (1948-1949)
  • Concert voor viool en orkest in g kl. terts (1950-1951)
  • Variaties en Finale op het volkslied van Richard Hol "In een blauw geruite kiel" (1954)

Prijs[bewerken | brontekst bewerken]

In 1953 kreeg Louis Somer de Culturele prijs van de provincie Groningen voor zijn compositorische arbeid.