Maatschappelijk vastgoed

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Maatschappelijk vastgoed is in Nederland de term voor een bepaald type vastgoed. Doorgaans wordt gedoeld op een gebouw of terrein met een publieke functie op het gebied van onderwijs, sport, cultuur, welzijn, maatschappelijke opvang en/of zorg-medisch. Voorbeelden van maatschappelijk vastgoed zijn: scholen, culturele centra, theaters, opvangtehuizen, gezondheidscentra, buurthuizen, sportaccommodaties en dergelijke. Maatschappelijk vastgoed is een jong begrip dat opgekomen is met een toenemende belangstelling voor een beter gebruik van accommodaties. Het is ingegeven door streven naar intensief ruimtegebruik en meer kruisbestuiving in de dienstverlening aan burgers. Nieuwe maatschappelijke voorzieningen in buurten en wijken worden nauwelijks meer solitair gerealiseerd. Er is bijna altijd sprake van een combinatie van functies.

Definitie[bewerken | brontekst bewerken]

Maatschappelijk vastgoed is een gebouw:

  • waarin maatschappelijke diensten aan burgers worden verleend of door burgers zelf worden gecreëerd,
  • waarvan de exploitatie (gedeeltelijk) door publieke middelen mogelijk wordt gemaakt,
  • waarin vraag (burgers) en aanbod (instellingen) fysiek bij elkaar komen en
  • waar iedereen (voor wie het bedoeld is) toegang toe heeft.

Dit is een specifieke definitie die zowel gebruik als financiering afbakent. Een andere definitie beschouwt maatschappelijk vastgoed als bedrijfsonroerend goed met meerwaarde voor de samenleving. Deze definitie is veel breder van aard en omvat ook vastgoed dat niet door maatschappelijke dienstverleners wordt gebruikt maar wel een maatschappelijke meerwaarde heeft; denk aan horeca met een vitale ontmoetingsfunctie voor buurt of wijk en aan bedrijfsverzamelgebouwen die een extra impuls geven aan lokale werkgelegenheid.

Gelet op het publieke karakter en het gecombineerde gebruik van gebouwen speelt bij maatschappelijk vastgoed de dagelijkse exploitatie een rol die veel groter is dan in de rest van het bedrijfsonroerend goed.

Specifiek voor woningcorporaties heeft de Nederlandse overheid in het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting in bijlage 3 en 4[1] categorieën gebouwen benoemd die door haar als maatschappelijk vastgoed worden beschouwd en die door woningcorporaties met staatssteun gebouwd mogen worden. Hieraan is de voorwaarde verbonden dat er altijd aanbesteed moet worden. Ook onder de 'Europese' grens van 4,85 miljoen euro.[2]

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Het begrip maatschappelijk vastgoed is voor het eerst gebruikt bij de oprichting van de Kopgroep Maatschappelijk Vastgoed in 2003. Deze Kopgroep is gestart als platform voor vernieuwing en kennisuitwisseling voor gemeenten en daarna uitgegroeid tot een innovatienetwerk met vertegenwoordigers van gemeenten, woningcorporaties en marktpartijen. Per 1 januari 2011 heeft de Kopgroep zich aangesloten bij het platform Bouwstenen voor Sociaal. Dit platform is voortgekomen uit de publicatie Bouwstenen voor Sociaal die het toenmalige departement van VROM in 2006 heeft uitgebracht. In die publicatie is maatschappelijk vastgoed beschouwd als katalysator van stedelijke vernieuwing. De publicatie werd onderschreven door de ministeries van OCW, VWS en VROM, Aedes en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Dit initiatief heeft vervolg gekregen in een jaarlijks terugkerende landelijke kennis- en netwerk-bijeenkomst over maatschappelijk vastgoed.

Sindsdien wordt het begrip maatschappelijk vastgoed steeds vaker gebruikt en wordt ook het belang van professionalisering steeds breder erkend. Verschillende gemeenten hebben hun maatschappelijk vastgoed in één afdeling ondergebracht. In de loop van de jaren zijn steeds meer woningcorporaties zich met maatschappelijk vastgoed gaan bezighouden, met name als gevolg van hun taakverbreding (naast woningen ook de zorg voor leefbare wijken). In 2009 heeft de minister van VROM een akkoord gesloten met de Europese Commissie waardoor Nederland staatssteun mag blijven geven aan woningcorporaties voor maatschappelijk vastgoed.[3] Hiermee is de rol van corporaties bij maatschappelijk vastgoed zeker gesteld. Maatschappelijk instellingen zoeken in toenemende mate de aansluiting en de nabijheid van andere maatschappelijke dienstverleners in maatschappelijk vastgoed. Zo is in de loop van de jaren een nieuw werkveld ontstaan. Een werkveld waarop ook de markt is ingesprongen, met projecten, deskundigheid, cursussen en opleidingen.

In 2009 hebben naast de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en Aedes, ook de MOgroep Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening en de PO-raad (voor basisonderwijs) zich achter Bouwstenen voor Sociaal geschaard en wordt het omgebouwd tot een brede portal voor maatschappelijk vastgoed, met als doel:

  • om beslissers en professionals in het maatschappelijk vastgoed te helpen elkaar en hun weg te vinden in het kenniswoud dat de afgelopen jaren is ontstaan;
  • te zoeken naar mogelijkheden om de krachten te bundelen en de agenda’s op elkaar af te stemmen.

Omvang[bewerken | brontekst bewerken]

Over de omvang van het maatschappelijk vastgoed is maar beperkt informatie beschikbaar. Op basis van een onderzoek uit 2007 van de Raad voor Onroerende Zaken wordt de WOZ-waarde van het maatschappelijk vastgoed dat in eigendom is bij gemeenten geschat op 25 miljard euro.[4] In 2011 is op initiatief van Bouwstenen voor Sociaal een verkenning naar de omvang van het maatschappelijk vastgoed in Nederland uitgevoerd. Daar uit blijkt dat er meer maatschappelijk vastgoed in Nederland is dan kantoren en winkels bij elkaar. Er gaat jaarlijks een bedrag van € 14,3 miljard in het maatschappelijk vastgoed om. Dat is bijna € 2.000 per huishouden. Het totale oppervlak maatschappelijk vastgoed beslaat circa 83,5 miljoen vierkante meter. Ongeveer 70% heeft een onderwijs- of zorgfunctie.[5]

Benchmarks[bewerken | brontekst bewerken]

Er zijn twee benchmarks ontwikkeld voor maatschappelijk vastgoed:

  • Gemeentelijk Vastgoed (sinds 2016) door TIAS School for Business & Society en Republiq (als opvolger van de IPD benchmark uit 2004)
  • Nederlandse Maatschappelijk Vastgoedindex (sinds 2007) van Aedex/IPD, specifiek voor woningcorporaties.