Mainport

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een mainport (ook hoofdhaven, sleutelhaven) is een knooppunt van belangrijke transportroutes. De term is met name een Nederlandstalige beleidsterm, en wordt vooral gebruikt om het relatieve belang van de havens van Rotterdam en Antwerpen en de luchthavens Schiphol en Brussels Airport te onderstrepen. Vanwege het economisch belang is ook de regio Eindhoven een mainport. De term is in het Engels niet als zodanig in gebruik.

Belang van een mainport[bewerken]

Een transportknooppunt in het algemeen is van belang voor de regionale economie:

  • vanwege de directe werkgelegenheid die transport en overslag biedt;
  • vanwege de indirecte (of afgeleide) werkgelegenheid (bijvoorbeeld dienstverlening aan transporteurs);
  • omdat goede transportmogelijkheden een belangrijke factor kunnen zijn bij de keuze van een bedrijf(stak) om zich in een regio te vestigen.

In het geval van Schiphol maakt de luchthaven de glastuinbouw in onder andere het Westland mogelijk, via de veiling in Aalsmeer; de haven van Rotterdam is essentieel voor enkele raffinaderijen, die op hun beurt weer veel afgeleide petrochemische industrie met zich meebrengen.

Het concept mainport werd in 1988 officieel op de beleidsagenda gezet met het verschijnen van de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening. Sinds die tijd is het concept een eigen leven gaan leiden en is het vast onderdeel geworden van ruimtelijke plannen en logistiek jargon. Werd in de jaren negentig met name de gatewayfunctie van de mainport benadrukt, vanaf het begin van de 21e eeuw kwam er steeds meer weerstand tegen groei van de mainports. Zowel door de geluidsoverlast en vervuiling die de mainports meenemen als om de vraag wat de toegevoegde waarde is van een grote haven of luchthaven voor het omliggende gebied en de BV Nederland.

De mainports zijn zo letterlijk en figuurlijk steeds meer onder druk gekomen. Letterlijk door groeiende transportcijfers gepaard met gebrek aan capaciteit, figuurlijk omdat de beleidsmakers en besluitvormers rondom de mainports steeds meer geconfronteerd zijn met de belangen van allerlei stakeholders. Het managen van dit meervoudige speelveld heeft lang niet altijd tot de gewenste resultaten geleid.

Er is de laatste jaren veelvuldig gepleit voor een verbreding van het begrip mainport, waarbij niet alleen transportvolumes, maar ook toegevoegde waarde en relaties tussen bedrijven in clusters centraal komen te staan.

Andere 'ports'[bewerken]

Naast de term mainport zijn er door de beleidsmakers en planologen andere varianten bedacht voor de hubfunctie van bepaalde activiteiten. Een 'port' is in ambtelijk jargon elk knooppunt waar belangrijke verbindingen en stromen van activiteiten samenkomen en weer verspreiden. In de grondbetekenis fungeert zo'n knooppunt als een draaischijf tussen de stromen, tussen het voorland en het achterland; zo noemt de regio Utrecht station Utrecht Centraal, waar jaarlijks meer passagierss worden sverwerkt dan op de luchthaven Schiphol (namelijk circa 55 miljoen), de 's' van Nederland. De Nederlandse tuinbouw is de 'greenport' van Nederland.

Tegenwoordig wordt de term ook gebruikt voor andere belangrijke regio's, waar van een knooppunt geen sprake is, maar hooguit van een zekere concentratie: Brainport Regio Eindhoven noemt zich zo omdat er meer dan een kwart van de Nederlandse R&D plaatsviundt en er (volgenss Eurostat) 42% van de jaarlijkse patentaanvragen in Nederland vandaan komt. Deze regio heeft in novembers 2016 officieel de status van mainport gekregen.[1] Aanvankelijk werd deze status afgewezen.[2] Na een motie werd hij alsnog toegekend.[3][4]

In oktober 2015 nam de Tweede Kamer de motie-Verhoeven aan, waarin de regering wordt opgeroepen om de Nederlandse digitale infrastructuur uit te roepen tot de derde mainport van Nederland en beleid te maken voor de groei en ontwikkeling van deze 'digitale mainport'. De gedachte van een digitale mainport is afkomstig uit een tweetal rapporten uit 2013 en 2014 van Deloitte, waarin de mechanismen voor economische waardecreatie van deze sector wordt vergeleken met die van de luchthaven Schiphol en de haven van Rotterdam. De digitale mainport is niet gebonden aan een specifieke locatie, maar aan de internetknooppunten en datacenters die zich op verschillende locaties in Nederland bevinden (met het zwaartepunt in de Metropoolregio Amsterdam). Dit zuiver economische gebruik van het begrip mainport wordt niet door iedereen gedeeld. VNO-NCW nam de digitale-mainportgedachte niet over in haar mainportadvies van april 2016 aan de Nederlandse regering.

Zie ook[bewerken]