Mantuaanse Successieoorlog

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Mantuaanse Successieoorlog (1628 – 1631) was een perifeer deel van de Dertigjarige Oorlog. De casus belli was in december 1627 het uitsterven in directe mannelijke lijn van de hertog van Mantua en Montferrat uit het Huis Gonzaga. De broers Francesco IV (1612), Ferdinando (1612 – 1626) en Vincenzo II (1626 – 1627), de laatste drie hertogen van Gonzaga waren allen gestorven zonder wettige erfgenamen na te laten.

De oorlog werd uitgevochten tussen aan de ene kant Frankrijk en aan de andere kant de Habsburgers. Beide partijen steunden een eigen kandidaat. Op het spel stond de controle over Noord-Italië. Mantua en Montferrat lagen aan beide kanten van Milaan en daarmee was het een bedreiging voor de 'Spaanse weg', waarmee soldaten een vrije doorgang hadden naar de Spaanse Nederlanden. Frankrijk wilde Spanje verzwakken en zag hierin een kans. Maar ook het veilig stellen van de Franse oostgrens was een reden.

De naaste verwant Charles de Nevers-Gonzaga nam, gesteund door de Fransen, het bewind op zich. Spanje bezette vanuit Milaan het land Montferrat en kreeg steun van de Duitse keizer die Wallenstein met een leger stuurde. Spinola werd naar Milaan gestuurd waar hij optrad als gouverneur. Tijdens gevechten kwam hij hier om het leven. Uiteindelijk moesten Duitsland en Spanje de strijd in Noord-Italië staken omdat de Duitse keizer moeilijkheden ondervond in Duitsland.

Voor de Noordelijke Nederlanden die met Spanje verwikkeld waren in de Tachtigjarige Oorlog kwam de Mantuaanse Successieoorlog heel gelegen. Het leidde Spanje af van de Nederlanden, waardoor de Nederlanders weer de ruimte kregen om een offensieve oorlog te voeren.


Zie ook[bewerken]