Maurice Blanchot

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

Maurice Blanchot (Quain Devrouze, 22 september 1907 - Le Mesnil-Saint-Denis, 20 februari 2003) was een Frans romancier, essayist en filosoof.

Biografie[bewerken]

Geboren in Quain (Saône-et-Loire) op 22 september 1907, groeit Blanchot op in een welgestelde katholieke familie, waardoor hij van goed onderwijs heeft kunnen profiteren. Na zijn baccalauréat (het Franse eindexamen) dat hij op zijn zestiende behaalt, is Blanchot vastbesloten filosofie en Duits te gaan studeren in Straatsburg. Maar, ten gevolge van een medische fout bij een operatie aan zijn buik, moet hij een jaar wachten voordat hij zijn studie voort kan zetten. Zijn bloed is aangetast, waardoor hij altijd ziekelijk zal zijn als een oude man op zijn sterfbed: hij lijdt aan chronische benauwdheid, griep, tuberculose, zenuwaandoeningen, pleuritis, duizelingen en verstikkingen. Gedurende heel zijn leven zal hij zijn slechte gezondheid beschouwen als een oponthoud van de dood, een voortdurende confrontatie met de dood. Ondanks zijn slechte gezondheid bereikt hij de leeftijd van 95. Overlevende van zijn eigen leven, wijdt Blanchot zich aan het schrijven. “Schrijven om niet te hoeven sterven”, zo zou Michel Foucault het later verwoorden in een essay over Blanchot.

Na eindelijk zijn studie te zijn begonnen, ontmoet Blanchot al gauw zijn toekomstige vriend Emmanuel Levinas, een jonge joodse jongen die afkomstig is uit Litouwen en die ook filosofie studeert. In het begin is Blanchot gekant tegen Levinas’ judaïsme, maar de vriendschap wordt gekenmerkt door de kracht om het voortbestaan in verandering te zien « entrevoir la permanence à travers le changement », zoals Bident het verwoordt. De intellectuele uitwisselingen zijn zodanig dat Blanchot Levinas via Marcel Proust en Paul Valéry kennis laat maken met de esprit français. Levinas wijdt Blanchot op zijn beurt in in Heideggers Sein und Zeit en Dostoïevski. Beetje bij beetje scheiden hun wegen, de vriendschap wordt er echter niet minder op. Vanaf begin jaren 30 is Blanchot rechts politiek journalist, een baan waarmee hij een goed salaris verdient. Het zijn de jaren van de opkomst van het fascisme, de jaren van de antisemitische pamfletten die Céline en Drieu La Rochelle verspreiden. Gedurende die jaren is Blanchot nationalistisch, conservatief en tegen de parlementaire democratie. Zijn politieke ideeën worden bevestigd door crises en falen van regeringen.

Op 25-jarige leeftijd begint Blanchot aan zijn Thomas l’obscur dat zijn literaire debuut zal zijn. Enige jaren later overlijdt Claude Séverac, secretaris van Aux écoutes, waar Blanchot hoofdredacteur is. Dit doet hem intens rouwen. De dood van Séverac heeft tot gevolg dat Blanchot zich vanaf dat moment terugtrekt als politiek redacteur. Zijn toewijding aan Séverac zal hij later beschrijven in L’Arrêt de mort, dat in 1948 gepubliceerd wordt. De oorlog van 1940 betekent een keerpunt in zijn leven, een tijd van stilte en contemplatie. Het is in die tijd van overdenking dat Blanchot zijn journalistenhuid aflegt voor die van de schrijver, zoals Schulte Nordholt zegt. Een jaar later, in 1941, wordt Thomas l’obscur gepubliceerd. Een ander keerpunt is de ontmoeting met de schrijver, dissident surrealist en denker Georges Bataille. Hij wordt, evenals Levinas, zijn naaste vriend. Hoewel hij net zo ziekelijk is als Blanchot is hij vooral het tegenwicht die de vriendschap balanceert.

Gedurende die oorlogsjaren speelt de dood een grote rol: Levinas wordt gevangengezet door het Duitse leger, Blanchot werd in juni 1944 bijna gefusilleerd in Quain. In L’instant de ma mort (1994) zal dit moment indringend beschrijven. Velen zien zich onophoudelijk geconfronteerd met hun eigen dood of die van hun vrienden. Na de oorlog verschijnen er meerdere artikelen die handelen over de dood in het door Bataille in 1946 opgerichte Critique. De essays behandelen deze thematiek vooral in relatie tot taal: « Littérature et le droit a la mort » uit 1948 (eveneens gepubliceerd in La part du feu, 1949) ; « La mort possible » 1952 ; « Rilke et l’exigence de la mort » 1953 (Gepubliceerd in L’espace littéraire, 1955).

Maurice Blanchot overlijdt in februari 2003.

Voornaamste werken[bewerken]

Romans

  • 1941 - Thomas l'obscur
  • 1942 - Aminadab
  • 1948 - Le Très-Haut

Verhalen

  • 1948 - L'Arrêt de mort
  • 1951 - Au moment voulu
  • 1953 - Celui qui ne m'accompagnait pas
  • 1957 - Le Dernier Homme
  • 1962 - L'Attente, l'oubli
  • 1973 - Le Pas au-delà
  • 1994 - L'instant de ma mort

Essays

  • 1943 - Faux Pas
  • 1949 - La Part du Feu
  • 1955 - L'espace littéraire
  • 1981 - De Kafka à Kafka
  • 1959 - Le Livre à venir
  • 1969 - L'Entretien infini
  • 1971 - L'Amitié
  • 1973 - Le Pas au-delà
  • 1980 - L'écriture du désastre
  • 1983 - Après coup précédé par Le Ressassement éternel
  • 1983 - La Communauté inavouable

Nederlandse vertalingen[bewerken]

  • De waanzin van de dag, 1983
  • De onuitsprekelijke gemeenschap, 1985
  • Oponthoud van de dood, , Hölderlin, Amsterdam, 1989
  • Thomas de duistere, Hölderlin, Amsterdam, 1996
  • Het beest van Lascaux, Picaron, 1987
  • Literatuur en het recht van de dood, inl. en vertaling Arthur Cools, Agora, Kampen, 2000.

Bibliografie[bewerken]

  • BIDENT Chr., Maurice Blanchot. Partenaire Invisible. Seyssel, Champs Vallon, 1998
  • BUCLIN H., Maurice Blanchot ou l'autonomie littéraire Lausanne, Antipodes, 2011
  • COOLS, A., De stem en het schrift. Drie opstellen over esthetische distantie in de vertelling, het humanisme en de toekomst van de boekcultuur, Klement, Zoetermeer, 2012.
  • HILL, L., Blanchot extreme contemporary, Routlegde, Londen, 1997
  • HOLLAND, M., ed., The Blanchot Reader, Blackwell, Oxford, 1995
  • SCHULTE NORDHOLT, A., Maurice Blanchot. L'écriture comme expérience du dehors , Genève, Droz, 1995.
  • SCHULTE NORDHOLT, A., TEN KATE, L., VANDE VEIRE, F., Het wakende woord. Literatuur, ethiek en politiek bij Maurice Blanchot, SUN, Nijmegen, 1997.
  • SCHULTE NORDHOLT, A., "Maurice Blanchot" In: BAETENS, J. & K. GELDHOF (Éds.), Franse literatuur na 1945. Deel 3: Kritiek, Theorie en Essay. Peeters, Leuven, 2000, pp. 205-218

Externe links[bewerken]