Meewerkend voorwerp

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het meewerkend voorwerp is in de redekundige ontleding het zinsdeel dat de door middel van het gezegde uitgedrukte handeling niet rechtstreeks ondergaat (zoals het geval is bij het lijdend voorwerp), maar hierin de rol van ontvanger of beoogde heeft.

Voorbeelden[bewerken]

  • Jan geeft (aan) Klaas een boek.

De door middel van het werkwoord geven uitgedrukte handeling heeft hier direct betrekking op een boek (het lijdend voorwerp). Indirect heeft de handeling ook betrekking op Klaas. Klaas is daarom het meewerkend voorwerp.

  • Moeder geeft (aan) Tim een pak slaag.

De door middel van het werkwoord geven uitgedrukte handeling heeft rechtstreeks betrekking op een pak slaag (het lijdend voorwerp). Indirect heeft de handeling van het geven ook betrekking op Tim, het meewerkend voorwerp.

Markeringen[bewerken]

In talen waarin naamvallen een belangrijke rol spelen (synthetische talen) wordt de grammaticale functie van meewerkend voorwerp overwegend door middel van de datief weergegeven. In meer analytische talen – zoals het Nederlands – wordt de functie van meewerkend voorwerp uitgedrukt met behulp van al dan niet weglaatbare voorzetsels (in het Nederlands zijn dit aan en voor), of door de plaats van het meewerkend voorwerp in de zin, waarbij alleen de persoonlijke voornaamwoorden meestal ook flexie kennen.

1rightarrow blue.svg Zie ook Nederlandse grammatica#Persoonlijk voornaamwoord en Hen/hun-onderscheid

Verwante begrippen[bewerken]

  • Het meewerkend voorwerp is een van de argumenten bij het werkwoord (meestal het derde, na het onderwerp en lijdend voorwerp).
  • Het meewerkend voorwerp is één van de ondervormen van het indirect object.
  • In termen van thematische relaties komt het meewerkend voorwerp min of meer overeen met de recipiëns.