Persoonlijk voornaamwoord

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zie Nederlandse grammatica#Persoonlijke voornaamwoorden voor een overzicht van persoonlijke voornaamwoorden in het Nederlands.

Een persoonlijk voornaamwoord (Latijn: pronomen personale) is een woord dat in de plaats komt van een zelfstandig naamwoord of een eigennaam waarmee een persoon of zaak wordt aangeduid.

Onderscheiden worden (met voorbeeld in het Nederlands):

Persoon Enkelvoud Meervoud
Eerste
persoon
De spreker zelf
(ik)
De spreker en de groep waartoe de spreker behoort
(wij)
Tweede
persoon
De aangesprokene
jij/je of u
De aangesprokenen of de aangesprokene en de groep waartoe deze behoort
(jullie of u)
Derde
persoon
Degene over wie gesproken wordt
(hij, zij)
Degenen over wie gesproken wordt
(zij)

De meervoudsvormen zijn vaak geen nauwkeurige meervouden en er zijn dan ook talen die voor de verschillende functies van het meervoud verschillende woorden hebben.

Weglaatbaarheid[bewerken | brontekst bewerken]

In sommige talen kan het persoonlijk voornaamwoord in de functie van onderwerp worden weggelaten, omdat de werkwoordsvorm al voldoende informatie geeft. Deze talen worden pro-droptalen genoemd, van het Engelse pronoun (voornaamwoord) en dropping (laten vallen, weglaten). In bijvoorbeeld de Latijnse zin Cogito ergo sum (ik denk dus ik ben, een citaat van René Descartes) ontbreken persoonlijke voornaamwoorden en ook in het Spaans worden ze meestal weggelaten. Daar zegt men doorgaans bailo ("ik dans") in plaats van yo bailo. Zegt men yo bailo dan valt de klemtoon op de persoon (ik).

Genderneutrale persoonlijke voornaamwoorden[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Genderneutrale voornaamwoorden voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Voor de derde persoon enkelvoud (hij/zij) zijn er in verschillende talen ook genderneutrale alternatieven. Zo heeft het Engels de singular they[1][2] en het 'Spivak pronoun' e, genoemd naar Michael Spivak,[3] en het Zweeds hen.[4][5]