Persoonlijk voornaamwoord

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zie artikel Zie Nederlandse grammatica#Persoonlijke voornaamwoorden voor een overzicht van persoonlijke voornaamwoorden in het Nederlands.

Een persoonlijk voornaamwoord (Latijn: pronomen personale) is een woord dat in de plaats komt van een zelfstandig naamwoord of een eigennaam waarmee een persoon of zaak wordt aangeduid.

Onderscheiden worden (met voorbeeld in het Nederlands):

1e/2e/3e persoon Enkelvoud Meervoud Toelichting op meervoudsvorm
Eerste
persoon
Duidt op de spreker zelf
(ik)
Duidt op spreker en de eigen groep
(wij)
De eerste persoon meervoud duidt niet op 'de sprekers', want er is over het algemeen niet meer dan één persoon aan het woord. De eerste persoon meervoud duidt dus op de spreker en een of meer andere personen. Die andere personen kunnen de personen zijn namens wie de spreker ook spreekt, maar het kunnen ook aangesproken personen zijn.
Tweede
persoon
Duidt op de aangesprokene
jij/je of u
Duidt op de aangesprokene en diens/dier groep
(jullie of u)
De tweede persoon meervoud van de tweede persoon duidt meestal op de aangesproken personen, maar kan ook op een of meer aangesproken personen duiden samen met anderen die geacht worden tot de aangesprokene(n) te behoren.
Derde
persoon
Duidt op degene over wie gesproken wordt
(hij, zij)
Duidt op degene over wie gesproken wordt en diens/dier groep
(zij)
Het meervoud van de derde persoon duidt altijd op de personen over wie gesproken wordt.

De meervoudsvormen zijn vaak geen nauwkeurige meervouden en er zijn dan ook talen die voor de verschillende functies van het meervoud verschillende woorden hebben.

Genderneutrale persoonlijke voornaamwoorden[bewerken | brontekst bewerken]

Voor de derde persoon enkelvoud (hij/zij) zijn in verschillende talen ook alternatieven waarbij genderneutraal taalgebruik wordt toegepast. Zo zijn er in het Engels de 'singular they'[1][2] en het 'Spivak pronoun' 'e', genoemd naar Michael Spivak.[3]

Weglaatbaarheid[bewerken | brontekst bewerken]

In sommige talen kan het persoonlijk voornaamwoord in de functie van onderwerp worden weggelaten, omdat de werkwoordsvorm al voldoende informatie geeft. Deze talen worden pro-droptalen genoemd, van het Engelse "pronoun" (voornaamwoord) "dropping" (laten vallen, weglaten) "language" (taal).

Voorbeelden[bewerken | brontekst bewerken]

  • In de Latijnse zin Cogito ergo sum (ik denk dus ik ben, een citaat van René Descartes) ontbreken persoonlijke voornaamwoorden.
  • In het Spaans zegt men bailo ("ik dans") en niet yo bailo. Zegt men yo bailo dan valt de klemtoon op de persoon (ik).