Wederkerend voornaamwoord

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het wederkerend voornaamwoord (het reflexief pronomen) is het voornaamwoord dat verwijst naar het onderwerp van de zin zelf. Dit kan voorkomen als een handeling slaat op het onderwerp of als het werkwoord zelf wederkerend (een zg. wederkerend werkwoord) is.

  • Hij wast zich. (vgl: Hij wast de kat).
  • Hij bemoeit zich met de buren. (vgl. de onjuiste zin: Hij bemoeit de kat met de buren.)

Vormen[bewerken]

  • 1e persoon enkelvoud: me (mezelf), mij (mijzelf)
  • 2e persoon enkelvoud: je (jezelf), u (uzelf), zich (zichzelf)
    • U is de beleefdheidsvorm.
  • 3e persoon enkelvoud: zich (zichzelf)
  • 1e persoon meervoud: ons (onszelf)
  • 2e persoon meervoud: je, (jezelf), u (uzelf), zich (zichzelf)
  • 3e persoon meervoud: zich (zichzelf)

De zelf-vorm wordt soms gebruikt bij niet-wederkerende werkwoorden, meestal om wat nadruk te geven.

  • Hij wast zich.
  • Hij wast zichzelf.

In sommige gevallen is de zelf-vorm echter de enige toegestane:

  • Hij sloeg de hand aan zichzelf. (vgl. de onjuiste zin: Hij sloeg de hand aan zich.)

Alternatieven[bewerken]

Naast zich zijn of waren er in het Nederlands nog enkele andere wederkerende voornaamwoorden. In sommige dialecten kan zich in alle personen worden vervangen door de constructie "bezittelijk voornaamwoord + eigen":

  • Ik was mijn/ m'n eigen.
  • Hij wast zijn/ z'n eigen.

De voorwerpsvorm van het persoonlijk voornaamwoord vervulde in het Middelnederlands de functie van wederkerend voornaamwoord: hem (mannelijk en onzijdig), hare (vrouwelijk) en hen (meervoud). Voorbeeld: hij wast hem. Ook in het West-Vlaams dialect komt deze constructie nog voor: "Je wast 'em".

Met en zonder[bewerken]

Enkele werkwoorden kunnen zowel met als zonder wederkerend voornaamwoord worden vervoegd, zoals:

  • bedenken = "verzinnen"
    Ik bedenk een verhaal.
  • zich bedenken = "terugkomen op een eerder genomen besluit"
    Ik wilde het doen, maar ik bedenk me nu.

In de betekenis van "een idee hebben/krijgen" kan bedenken zowel wederkerend als niet-wederkerend worden vervoegd, waarbij de wederkerende vorm als feitelijke fout wordt gezien, maar nauwelijks nog als zodanig ervaren:

  • Ik bedenk (me) net dat het gas nog aanstaat.
  • Ik bedenk (me) net dat het goed is om hier iets over te schrijven.

Zie ook[bewerken]