Genderneutraal taalgebruik

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Genderneutraal taalgebruik is taalgebruik waarin geen onderscheid tussen de seksen gemaakt wordt. 

Zienswijzen[bewerken]

Voorstanders van genderneutraal taalgebruik vinden het van belang dat alle lezers zich in hun teksten kunnen herkennen; vrouwen, mannen, en mensen die zich niet in één van deze identiteiten thuis voelen.

Ook wijzen de voorstanders van genderneutraal taalgebruik op de negatieve effecten van niet genderneutraal taalgebruik doordat het traditionele beelden over rollen van mannen en vrouwen weerspiegelt. Genderneutraal taalgebruik kan deze stereotiepen doorbreken, en hiermee een bijdrage leveren aan gelijke kansen voor iedereen.[1]

Aangetoond is dat traditioneel taalgebruik om beroepen te beschrijven een drempel vormt voor de toegang van vrouwen.[2][bron?] Dit gaat verder dan een neutrale beroepsnaam of de aanduiding m/v in personeelsadvertenties. Om ervoor te zorgen dat mannelijke beroepen door vrouwen aantrekkelijk gevonden worden, moeten deze ook met vrouwelijke persoonskenmerken omschreven worden.[2]

Ook is gebleken dat de loonkloof tussen vrouwen en mannen kleiner is in landen waar het taalgebruik genderneutraaal is.[3] Volgens Jennifer Prewitt-Freilino, hoogleraar aan de Rhode Island School of Design, is taal mogelijk een factor in dergelijke ongelijkheid.[4]

Volgens de Amerikaanse filosoof Judith Butler construeert en versterkt taal vooroordelen over wat typisch mannelijk of typisch vrouwelijk.[5] Zogenaamde mannelijke vormen van woorden kunnen de indruk wekken dat vrouwen zijn uitgesloten van de groep die beschreven wordt.[6]

Tegenstanders van genderneutraal taalgebruik wijzen erop dat het toeschrijven van een mannelijk of vrouwelijk of onzijdig karakter aan taalelementen wetenschappelijk omstreden is en dat vooroordelen hierbij een beslissende rol vervullen. De hele discussie over genderneutraal taalgebruik zou dan berusten op denkfouten.

Geschiedenis[bewerken]

In het verleden werd het gebruik van mannelijke voornaamwoorden in plaats van algemene niet als seksistisch gezien.

Sommige feministen betoogden echter dat het gebruik van mannelijke persoonsvormen in teksten in gevallen waarin de de sekse niet bekend is voortgekomen is uit maatschappelijke vooroordelen die bestonden terwijl de taal zich ontwikkelde. In die visie heeft onder andere de Engelse taal zich ontwikkeld in een door mannen beheerste, patriarchale maatschappij. In de jaren 1970 schreven de feministen Casey Miller en Kate Swift een handleiding, The Handbook of Nonsexist writing. Zij wilden de bestaande taal hervormen die volgens hen seksistisch was en gebruikt werd om vrouwen uit te sluiten en te ontmenselijken. In de jaren 1980 werden veel andere feministische pogingen gedaan om de taal te hervormen. 

Ook in de Rooms-Katholieke Kerk was het gebruik van genderneutraal taalgebruik onder discussie. In een advies uit 1991 werd geconstateerd dat "exclusief taalgebruik" (taalgebruik dat vrouwen uitsloot) zeer ingesleten en gewoon was geworden en dat aandacht nodig was om het uit te bannen. Er werd geconstateerd dat vrouwen zich niet gelijkwaardig voelden als termen als "zondaar" of "vrijwilliger" gebruikt werden.[7] Zelfs werd het van belang gevonden om de vrouwelijk en zorgende kant van God te benoemen, omdat deze kant ook in de Bijbel wordt beschreven. Er werd dan ook aanbevolen om niet meer te spreken over "Zijn wil", maar over "Gods wil". Verder was het advies niet meer te spreken over "voorvaderen" maar over "voorouders" en bijvoorbeeld meervoud te gebruiken. In plaats van "de gemiddelde parochiaan is trots op zijn kerk" werd "meestal zijn parochianen trots op hun kerk". In de Willibrordvertaling werd dan ook vrouwonvriendelijk taalgebruik geweerd.[8] 

Diverse vormen van genderneutraal taalgebruik werden aan het eind van de twintigste eeuw gemeengoed in geschreven en gesproken versies van vele talen. In 2015 werd bekend dat de Vlaamse overheid zou streven naar genderneutraliteit, onder andere op het gebied van de taal.[9][10] Eerder al stelde de Canadese overheid richtlijnen vast voor genderneutraal taalgebruik.[11] Ook in 2015 stelde het Oostenrijkse leger een taalhandvest op om de taal in het leger meer vrouwvriendelijk en minder discriminerend te maken.[12]

De Nederlandse auteur en hoogleraar genderlinguïstiek[13] Agnes Verbiest was een van de personen die in Nederland "gendergeladen taalgebruik" in kaart bracht.[14] Zij is van mening dat taal niet alleen een weerspiegeling kan zijn van oude ideeën over mannen en vrouwen, maar ook bijdraagt aan de handhaving ervan. Zij wijst erop dat uit bepaald taalgebruik blijkt dat mannen nog steeds de norm zijn. Een voorbeeld is dat bij het bespreken van vrouwelijke hoogleraren het woord 'vrouwelijke' expliciet genoemd wordt, en bij het bespreken van mannelijke hoogleraren het woord 'mannelijke' niet, want dat is de norm. Een ander voorbeeld is een bedrijf dat zich laat voorstaan op "vrouwvriendelijk beleid" vanwege faciliteiten voor kinderopvang die het bedrijf aanbiedt. Het bedrijf zou hier volgens haar moeten spreken van "oudervriendelijk beleid"; niet alle vrouwen zijn ouder (dus niet alle vrouwen zouden van die faciliteiten profiteren) en niet alle ouders zijn vrouwen (dus zouden niet uitsluitend vrouwen van die faciliteiten profiteren).[14]

Ook in het Nederlandse woordenboek Van Dale zou niet 'genderneutraal' zijn: vrouwen worden meer beschreven op grond van uiterlijkheden, mannen meer op grond van hun innerlijke eigenschappen. Volgens hoofdredacteur Ton den Boon komt dat doordat de historische dominantie van de man afstraalt op de taalontwikkeling.[15]

Methodes voor vermijden van nadruk op de gender[bewerken]

Er zijn verschillende benaderingen om te komen tot genderneutraal taalgebruik:

  • Elke verwijzing naar sekse of gender vermijden, bijvoorbeeld door gebruik van het meervoud (zij/hen/hun) in plaats van het enkelvoud of door het vermijden van de woorden hij/hem/zijn of zij/haar.  
  • Het gebruik van neutrale woorden als 'acteur' voor beide geslachten, of het noemen van beide vormen, "acteurs en actrices".  

In 2015 werkte Dries Vervecken, onderzoeker en beleidsmedewerker onderwijs aan de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen, aan genderstrategisch taalgebruik, met als doel om via hervorming van de taal genderstereotiepen in waarnemingen en gedrag te beïnvloeden.[2]

Aanpak in verschillende talen[bewerken]

Verschillende talen vereisen verschillende middelen om genderneutraal taalgebruik te bereiken. Er zijn in dit verband drie soorten talen te onderscheiden:[3]

  1. Talen met grammaticaal geslacht. Deze talen kennen een geslacht bij het gebruik van naamwoorden. Dit zijn onder andere Duits, Frans, Spaans, Russisch, Hindi en Hebreeuws. Het Duits kent bijvoorbeeld der Vogel (de vogel, mannelijk) en die Blume (de bloem, vrouwelijk).
  2. Talen met "natuurlijk" gendergebruik. Deze talen kennen een geslacht bij persoonlijke voornaamwoorden, maar niet bij zelfstandige voornaamwoorden. Voorbeelden hiervan zijn Engels, Zweeds en Deens.
  3. Talen zonder gendergebruik. Deze talen hebben geen geslachten bij het gebruik van naamwoorden. Voorbeelden zijn Fins, Turks, Chinees en Swahili.

Het Nederlands behoort bij de eerste categorie, maar daar is het grammaticaal woordgeslacht vrijwel verdwenen.

Nederlands[bewerken]

Er is geen uitgekristalliseerde aanpak voor het genderneutraal maken van Nederlandstalige tekst.

Functies[bewerken]

In de Nederlandse woordenschat betreffende functies van personen zit veel gender. Allerlei functies die een mens kan hebben worden met een genderkleur aangegeven. Zo bestaan de rollen moeder, broer, grootvader, neef en tante waarbij volkomen duidelijk is of het een man of vrouw betreft. Daarnaast bevat het Nederlands ook neutrale woorden voor functies. Voorbeelden daarvan zijn burger, student, individu.[3] Een alternatief voor ‘vader en moeder’ is ‘ouder’. De term partner kan gebruikt worden in plaats van ‘echtgenoot’ of ‘echtgenote’.[16]

Beroepen[bewerken]

Een moeilijkheid bij zogeheten neutrale termen voor beroepen is dat bij de zogeheten neutrale, mannelijke term, automatisch gedacht wordt dat de persoon een man is. Een voorbeeld is het beroep chirurg. Lezers van dit woord zullen in eerste instantie denken dat dit een man betreft.[17] Andersom wordt bij het beroep secretaresse in eerste instantie aan een vrouw gedacht. Dit is overigens een van de weinige uitzonderingen waar eerst aan een vrouw wordt gedacht.

Er bestaan verschillende meningen over de beste aanpak voor een genderneutrale aanduiding van beroepen. Sommigen zijn van mening dat neutrale termen voor beroepen gebruikt moeten worden, dus als er geen andere mogelijkheid is de mannelijke vorm. Anderen zijn van mening dat voor genderneutraal taalgebruik de beroepsnaam moet worden vervrouwelijkt. Het beroep minister kan in deze methode vervangen worden door bewindspersoon, dan wel juist bewindsvrouw of bewindsman.

Hoewel de namen voor sommige beroepen in Nederland geneutraliseerd zijn, is dit bij lang niet alle beroepen gelukt en is de discussie hierover niet afgerond. Een voorbeeld van een geslaagde vervanging van een beroepsnaam is het beroep verpleegster/zuster resp. broeder. Deze termen zijn vervangen door het genderneutrale verpleegkundige. Vroedvrouw is daar in dezelfde geest vervangen door verloskundige, terwijl in Vlaanderen in 2017 nog altijd de term vroedvrouw gebezigd wordt.[bron?]

Aanspreekvormen[bewerken]

De gemeente Amsterdam ontwikkelde in 2017 een interne gids met ‘regenboog taaltips’, bedoeld als een hulpmiddel voor ambtenaren.[16] Daarin worden genderneutrale alternatieven genoemd voor een aanspreekvorm zoals ‘dames en heren’. In plaats van bijvoorbeeld ‘geachte heer/mevrouw’ te gebruiken stelt de gemeente voor om een brief te beginnen met ‘geachte bewoner’. Op ongeveer hetzelfde moment maakte de NS bekend dat zij de reiziger voortaan neutraal aan gaan spreken met "beste reizigers" in plaats van "dames en heren"[18]

Checklist[bewerken]

Er zijn checklisten ontwikkeld om te toetsen op genderneutraal taalgebruik.[19] De schrijver kan zich dan vragen stellen bij revisie van de tekst. Voorbeelden van vragen op zo een checklist zijn:

  • Geldt alles in de tekst ook voor het andere geslacht?
  • Komen beide geslachten in de tekst voor?
  • Worden zowel mannen als vrouwen aangesproken?
  • Worden er vrouwelijke en mannelijke voorbeelden gebruikt in de tekst?
  • Worden er vrouwelijke en mannelijke afbeeldingen gebruikt als illustratie?

Engels[bewerken]

In het Engels worden bij genderneutraal gebruik van de taal niet gender-specifieke verwijzingen naar functies of beroepen vermeden. Ook wordt het voornaamwoord he (hij) en alle vormen en afleidingen daarvan vermeden. De Engelse genderspecifieke woorden voor policeman of stewardess worden vervangen door sekseneutrale termen, in dit geval police officer (politieagent) en flight attendant. Andere genderspecifieke termen, zoals die voor acteur en actrice, worden vervangen door de oorspronkelijk mannelijke term, zo gebruikt men de term acteur ongeacht het geslacht van de persoon over wie het gaat of zou kunnen gaan. Bepaalde termen, zoals chairman (voorzitter), die het achtervoegsel -man bevatten worden door sommigen gezien als genderspecifiek. Zo een term kan dan vervangen worden door een neologisme zoals chairperson of chair. Wanneer in een tekst het geslacht van een persoon onbekend of onbepaald is, kan het seksespecifieke voornaamwoord he vermeden worden door het gebruik van een sekseneutraal voornaamwoord. Mogelijkheden in het Engels zijn onder meer he or she, he/she of s/he en de zogenoemde singular they, zoals in The patient should be told at the outset how much they will be required to pay.

Het traditionele gebruik van het woord man (man) voor in feite de gehele mensheid is inmiddels niet meer gebruikelijk in het Engels.

Wetenswaardigheden[bewerken]

Een variant op genderneutraal taalgebruik is inclusief taalgebruik. Dit is taalgebruik waarbij woorden worden gebruikt die de gelijkheid en gelijkwaardigheid van iedere persoon bevestigen, ongeacht ras, sekse, leeftijd, seksuele voorkeur, godsdienst of lichamelijk vermogen.[7]

Zie ook[bewerken]