Meisjeshuis (Antwerpen)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Meisjeshuis Antwerpen
Meisjeshuis, Albert Grisarstraat
Locatie
Locatie Antwerpen
Status en tijdlijn
Oorspr. functie Weeshuis
Opening 1882
Bouwinfo
Architect Ernest Dieltiens
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

Het Meisjeshuis in Antwerpen is een voormalig weeshuis gelegen aan de Albert Grisarstraat. Door de jaren heen heeft het ook bekend gestaan als Adolf Stappaertsgasthuis en Algemeen Kinderziekenhuis Good-Engels.[1]

Gebouw[bewerken | brontekst bewerken]

Het Meisjeshuis werd ontworpen in 1876 door architect Ernest Dieltiens. Het bestond uit een linkervleugel, een centraal poortgebouw en een rechtervleugel. Het instituut had vier huisnummers in de Albert Grisarstraat, van nummer 17 tot en met nummer 23. In totaal bood het weeshuis plaats aan ongeveer 400 weeskinderen. De kinderen waren verdeeld over twee afdelingen: een afdeling voor kinderen ouder dan vijf jaar, en een afdeling voor kinderen jonger dan vijf jaar. De jongere afdeling stond ook bekend als Kinderkribbe Good Engels en bevond zich in de rechtervleugel van het instituut op nummer 23.[1]

Tweede Wereldoorlog[bewerken | brontekst bewerken]

De geschiedenis van de Joodse kinderen in het Meisjeshuis is onderzocht door Reinier Heinsman.[2] In september 1942 woonden er 39 Joodse weeskinderen in het Meisjeshuis. 25 van hen waren ouder dan vijf, de overige 14 waren jonger dan vijf. Slechts 13 van de 39 Joodse weeskinderen van het Meisjeshuis overleefden de oorlog.[3]

Eerste razzia[bewerken | brontekst bewerken]

Op 21 september 1942 viel de Duitse Sicherheitspolizei und SD (Sipo-SD) voor de eerste keer binnen in het weeshuis en arresteerde alle 25 Joodse weeskinderen die de leeftijd van vijf al hadden bereikt. De gearresteerde weeskinderen werden naar de Dossinkazerne gebracht, het voormalig verzamelkamp in Mechelen. Op 26 september 1942 werden deze 25 weeskinderen gedeporteerd. De gehele groep werd bij aankomst in Auschwitz-Birkenau op 28 september 1942 vergast.

De jongste 14 Joodse kinderen van het Meisjeshuis waren niet gearresteerd tijdens de razzia van 21 september 1942. Zij verbleven nog altijd op de afdeling van Kinderkribbe Good Engels. Op grond van een Duits bevel werd het bestuur van het weeshuis bevolen ''de nog overblijvende Joodsche kinderen, jonger dan 5 jaar, niet aan de ouders of familie terug te geven en verder geen Joodsche kinderen meer op te nemen.'' [4] Dit bevel van de Duitse Sipo-SD had tot gevolg dat de 14 nog overgebleven Joodse weeskinderen het weeshuis niet meer op normale wijze konden verlaten. Om dit te omzeilen werden vanaf 21 september 1942 tot januari 1943 in totaal 10 van de 14 overgebleven Joodse kinderen gered en gehospitaliseerd. Zij werden naar het Sint-Erasmusgasthuis in Borgerhout gebracht, waar zij allen in onderduik gingen.

Tweede razzia[bewerken | brontekst bewerken]

Op 30 oktober 1942 vond er een tweede razzia plaats gericht op de Joodse weeskinderen van het Meisjeshuis. Op de afdeling van Kinderkribbe Good Engels werden 4 van de 14 weeskinderen gearresteerd. De Nazi's hadden kennis genomen van de hospitalisaties en gingen naar het Sint-Erasmusgasthuis om de gehospitaliseerde weeskinderen te zoeken. 3 van hen werden gevonden en gearresteerd in het ziekenhuis. De gearresteerde weeskinderen werden naar de Dossinkazerne in Mechelen vervoerd, waar een grote reddingsactie hen redde van deportatie.[5] Van de 14 Joodse weeskinderen op de jongere afdeling van Kinderkribbe Good Engels overleefden 13 de oorlog. In januari 2021 werden de nog levende weeskinderen met elkaar herenigd via Zoom.[2][6]