Mongoolse invasie van Roes

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
de plundering van Soezdal in 1238

De Mongoolse invasie van Roes is de onderwerping van de Russische vorstendommen door de troepen van Batoe Chan, de kleinzoon van Dzjengis Chan, in de jaren 1237-1240.

De veldtocht trof in de eerste twee jaren het noordoostelijke Land van de Roes. Geholpen door de politieke verdeeldheid onder de verschillende vorstendommen binnen het Kievse Rijk werden onder andere Soezdal, Vladimir en Rjazan verwoest. In de tweede fase voerde zij naar het zuidwesten, met de verovering van steden als Tsjernigov, Perejaslav en uiteindelijk Kiev.

De verwoestingen veroorzaakten een aanzienlijke teruggang van de bevolking. Door de daaropvolgende afhankelijkheid van de Roes aan de Gouden Horde werden de sociaal-economische en politieke ontwikkeling van het gebied voor lange tijd verhinderd.

Geschiedenis[bewerken]

Jebe en Subedei, twee generaals van Dzjengis Chan, keerden in 1223 terug van een veldtocht tegen Kuchlug, de laatste heerser van Kara-Kitan. Hierbij trokken zij over het gebied van het huidige Oekraïne, waar meerdere steden werden geplunderd. De Turkse Koemanen (Polovtsen) richtten zich tot de Russische vorsten om hulp tegen de gemeenschappelijke vijand. Dit bondgenootschap werd op 31 mei van datzelfde jaar in de Slag aan de Kalka verslagen. Aan het eind van het jaar vielen de Mongolen Wolga-Bulgarije binnen, maar werden verslagen bij de Slag van de Boog van Samara.

In 1236 probeerden de Mongolen opnieuw Wolga-Bulgarije in te nemen, maar het zou nog vijf jaar duren voordat ze het geheel veroverd hadden. In 1430 werd het gebied onderdeel van het kanaat Kazan.

In 1237 keerden de Mongolen onder Batoe Chan terug in het oosten van de Roes. Tijdens hun veldtocht naar het noorden plunderden ze de meeste grote steden in de vorstendommen Vladimir, Rjazan en Soezdal. Bij de Slag aan de Sit werden de troepen van de noordoostelijke Russische vorsten beslissend verslagen.

Van de 72 uit de kronieken bekende Russische steden werden er 49 vernietigd. Meerdere geschiedschrijvers beschrijven de meedogenloosheid van de Mongoolse legerleiding. Zo werden onderworpen dorpsbewoners als levend schild gebruikt. Door moderne historici wordt van een bevolkingsverlies tot 10 procent uitgegaan.

De Mongoolse opmars naar Novgorod werd wegens de door weersomstandigheden onbegaanbare wegen afgebroken. In plaats daarvan trokken de Mongolen naar het zuiden. Een verbeten weerstand leverde de stad Kozelsk, die een belegering van bijna twee maanden volhield. Na de uiteindelijke inname werden alle inwoners gedood.

Tijdens het zuidelijke deel van de veldtocht werden meerdere steden veroverd, eindigend met de inname van Kiev in 1240. Het Mongoolse leger trok daarna verder westwaarts, richting Polen.

Batoe stichtte in 1242 zijn hoofdstad Saraj aan de benedenloop van de Wolga en richtte het kanaat van de Gouden Horde op. Een belangrijk deel van de inkomsten van de Gouden Horde bestond uit de tribuutbetalingen van de onderworpen volkeren. Als deel van het Mongoolse Rijk moest een tiende van deze belastingen aan de Grootkan afgegeven worden.

Gevolgen[bewerken]

Enerzijds verbrak de Mongoolse heerschappij de banden van de Roes met de rest van Europa, anderzijds vormde zich door de Pax Mongolica een culturele en economische as door Eurazië. Deze maakte handelsverbindingen tussen ver uiteen gelegen landen als Italië, het Midden-Oosten, India en China mogelijk. In het bijzonder de handel over de Krim met Egypte was goed ontwikkeld, evenals de handel met Genua en Venetië. Zo bezat Genua 14 handelsnederzettingen in het gebied van de Gouden Horde. Over land bestonden handelswegen naar Kiev en vandaar over de rivieren naar het noorden. Handelaren uit Breslau, Novgorod en Riga brachten handelswaar naar Midden- en West-Europa. De Gouden Horde verdiende zowel aan de handel zelf, als aan de tribuutbetalingen van de Genuezen en Venetianen en de tolbetalingen.

Het culturele leven en de verstedelijking in de door de Mongolen beheerste gebieden kwamen aanvankelijk tot een stilstand. Zo werden honderd jaar lang geen stenen bouwwerken meer opgericht. Grote delen van de landbevolking vluchtten naar het noorden, in bosgebieden met een minder gunstig klimaat en armere bodem. De Mongolen hadden er echter geen belang bij ieder eigen politiek en cultureel leven van de Russische bevolking stil te zetten. Zij stonden het de Russische vorsten toe hun eigen landen te besturen, zolang zij onderdanig en schatplichtig bleven aan de Mongoolse heerser. Met een verdeel en heers-politiek speelden zij de rivaliteiten der vorsten tegen elkaar uit, terwijl in geval van ongehoorzaamheid of te grote machtsuitbreiding van een vorst vernietigende strafexpedities uitgevoerd werden.

Mongolen en Tataren[bewerken]

In de Russische en andere Europese geschiedschrijving werden de invallende Mongolen ten onrechte Tataren genoemd. De eigenlijke Tatar waren een Siberisch volk dat door Dzjengiz Chan onderworpen was. Hoe deze benaming voor de Mongolen gebruikt kwam te worden is niet geheel duidelijk. De Turkse volkeren, die al langer in het gebied van het huidige Rusland woonden, bekeerden zich tot de Islam en identificeerden zich geleidelijk met de Gouden Horde. Uiteindelijk werd "Tataren" zo de benaming voor alle islamitische Turkstalige volkeren in Rusland. Het huidige volk der Wolga-Tataren stamt dan ook hoofdzakelijk af van de Wolga-Bulgaren en slechts in zeer geringe mate van de 12e-eeuwse Mongoolse invallers.

Tijdlijn van de Mongoolse overheersing[bewerken]

  • december 1237: Rjazan wordt door de Mongolen na een belegering van zes dagen ingenomen en vernietigd en de bevolking gedood; het vorstendom Pronsk wordt veroverd en de stad verwoest
  • januari – maart 1238: verovering van de vorstendommen Vladimir, Pereslavl, Joerjev-Polski, Rostov, Jaroslavl, Oeglitsj en Kozelsk
  • 1239: verovering van het vorstendom Tsjernigov, de stad Moerom wordt platgebrand
  • 1240: verovering en deels verwoesting van Kiev
  • 1241: verovering van Galicië-Wolynië en vernietiging van Vladimir-Volynski en Galitsj
  • 1252: de Mongoolse cavallerie verslaat het leger van Soezdal, en verwoest Pereslavl en Soezdal. De Mongolen nemen een groot deel van de bevolking gevangen en tot slaaf.
  • 1258: de cavallerie onder leiding van Burundaj dwingt Daniel van Galicië de versterkingen van Galitsj te slechten en tribuut te betalen
  • 1273: twee aanvallen van de Mongolen op het land van Novgorod, plundering van de steden Vologda en Bezjetsk
  • 1274: rooftochten in het vorstendom Smolensk
  • 1275: Mongoolse invasie van het zuidoostelijke grensgebied van de Roes, plundering van de stad Koersk
  • 1278: rooftochten in het vorstendom Rjazan
  • 1281: de mongolen veroveren Moerom en Pereslavl, en ondernemen rooftochten in de omgeving van Soezdal, Rostov, Vladimir, Joerjev-Polski, Tver en Torzjok
  • 1282: aanval op de landen van Vladimir en Pereslavl
  • 1283: aanval op Vorgol, Rylsk en Lipetsk, verovering van Koersk
  • 1285: Rjazan en Moerom worden veroverd
  • 1293: Moerom, Moskou, Kolomna, Vladimir, Soezdal, Joerjev-Polski, Pereslavl, Mozjajsk, Volok, Dmitrov en Oeglitsj worden ingenomen, aanval van de Mongolen op het vorstendom Tver
  • 1307: aanval op het vorstendom Rjazan
  • 1315: aanval op de steden Torzjok en Rostov
  • 1317: aanval op het vorstendom Tver
  • 1318: aanval op de steden Kostroma en Rostov
  • 1322: aanval op de stad Jaroslavl
  • 1327: na een opstand in Tver wordt de stad door de Mongolen verwoest
  • 1358, 1365, 1373: aanvallen op het vorstendom Rjazan
  • 1375: aanval op het zuidoostelijke grensgebied van het vorstendom Nizjni Novgorod
  • 1377 en 1378: aanval op de vorstendommen Nizjni Novgorod en Rjazan
  • 1380: Slag op het Koelikovo-veld
  • 1382: de kan Tochtamysj brandt Moskou neer met groot verlies aan levens
  • 1391: aanval op de stad Chlynov
  • 1395: aanval en vernietiging van de stad Jelets
  • 1399: inval in het vorstendom Nizjni Novgorod
  • 1408: aanval op de stad Serpoechov en de omgeving van Moskou, Pereslavl, Rostov, Joerjev, Dmitrov, Nizjni Novgorod en Galitsj
  • 1410: aanval op de stad Vladimir
  • 1429: rooftochten in het gebied van Galitsj, Kostroma, Loech en Pljos
  • 1439: rooftochten in het gebied van Moskou en Kolomna
  • 1443: rooftochten in het gebied van Rjazan
  • 1445: aanval op Nizjni Novgorod en Soezdal
  • 1449: rooftochten in de zuidelijke grensgebieden van het Vorstendom Moskou
  • 1451: aanval op nederzettingen nabij Moskou
  • 1455 en 1459: plundering van de de zuidelijke grensgebieden van het vorstendom Moskou
  • 1468: aanval op de omgeving van Galitsj
  • 1472: verovering van de stad Aleksin
  • 1480: het Staan bij de Oegra: de Mongolen trekken zich terug en geven daarmee de heerschappij over Rusland op