Riga

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Voor het motorfietsmerk, zie Riga (motorfietsmerk).
Rīga
Stad in Letland Vlag van Letland
Vlag van Rīga Wapen van Rīga
Kaart van Rīga
Situering
Gemeente Stadsgewest Rīga
Algemeen
Oppervlakte 307.17 km²
Inwoners (2011[1]) 700.107
Burgemeester Nils Ušakovs
Overig
Tijdzone Oost-Europese Tijd
Website Website Riga
Foto's
Zicht op Riga vanuit de toren van de Petrikerk
Zicht op Riga vanuit de toren van de Petrikerk
Portaal  Portaalicoon   Noord-Europa
Historisch centrum van Riga
Werelderfgoed cultuur
Riga Dom-Düna.jpg
Land Vlag van Letland Letland
UNESCO-regio Europa en Noord-Amerika
Criteria i, ii
Inschrijvingsverloop
UNESCO-volgnr. 852
Inschrijving 1997 (21e sessie)
UNESCO-werelderfgoedlijst

Riga (Lets: Rīga) is de hoofdstad van Letland en met circa 700.000 inwoners[1] de grootste stad in de Baltische landen. De stad ligt aan weerszijden van de Westelijke Dvina (Lets: Daugava), dicht bij de monding in de Golf van Riga (Oostzee). Het is het politieke, economische en culturele centrum van Letland.

Bevolking[bewerken]

De bevolkingsgegevens geven een daling van de bevolking weer:[2]

  • 1989: 910.445 [3]
  • 2000: 764.329 [4]
  • 2010: 709.145 [5]

De grootste etnische groep zijn de inheemse Letten (45%), net gevolgd door de Russen (44%), verder 4.7% Wit-Russen, 4% Oekraïners, 2% Polen en 6.7% diversen.

Geschiedenis[bewerken]

Riga werd als handelsoverslagplaats ingericht door handelslieden uit noordelijk Duitsland, Scandinavië en Rusland, ter plaatse van een oude vissersnederzetting van de Lijven, een aan Esten en Finnen verwant kustvolk, dat later door de Letten is geassimileerd maar zijn naam naliet in de oude naam voor het oostelijk deel van het huidige Letland: Lijfland. Het westelijk deel van Letland heet vanouds Koerland.

Duitse kolonisatie[bewerken]

Albert van Riga

In 1186 werd in het stroomopwaarts gelegen Üxküll door Meinhard van Segeberg het bisdom Lijfland opgericht. Nadat bisschop Albert von Buxthoeveden de hulp van de Orde van de Zwaardbroeders ingeroepen had versloegen deze in 1198 de heidense Lijven.

De Zwaardbroeders bouwden in 1201 bij Riga een burcht als bastion voor hun pas verworven macht. Daarbij werd ook de stad gesticht. In 1202 verplaatste Albert de zetel naar Riga, als het bisdom Riga. In 1228 sloot de pauselijk legaat Willem van Modena een compromis tussen de bisschop en de Orde, waarbij de Orde twee derde en de bisschop een derde van het veroverde gebied in handen kreeg.

In 1246 vond de verheffing tot aartsbisdom voor alle Baltische landen plaats met als eerste aartsbisschop Albert Suerbeer. Riga viel officieel binnen het wereldlijk territorium van de bisschop, maar de aanwezigheid van de Zwaardbroeders en de geleidelijk machtiger wordende burgerij zorgden voor een eeuwenlange strijd om de macht over de stad. De Zwaardbroeders werden na 1237 als Lijflandse Orde een deel van de Duitse Ordensstaat, een staat geleid door een aan geestelijke geloften gebonden ridderschap. Deze ridders waren grotendeels afkomstig uit Westfalen. Zij kwamen van tijd tot tijd in gewapend conflict met de bisschop en met de burgerij van Riga die met haar op handel gerichte belangen andere doelen nastreefde dan die van de territoriale machtsexpansie die de ridderorde beoogde.

Cultuur[bewerken]

De nieuwe burgers in de steden, met name in Riga, waren als handels- en ambachtslieden eveneens afkomstig uit het Duitse Rijk en bestuurden hun stad volgens Duits stadsrecht, dat wil zeggen met eigen rechtspleging, zelfbestuur door een burgerraad en de organisatie van gilden volgens zogenaamde 'willekeuren' (collectieve rechten).

Cultureel was het middeleeuwse Riga een Midden-Europese stad van middelgrote omvang met op het laatst 12.000 inwoners. Zij spraken voornamelijk Nederduits, alleen het van het platteland afkomstige dienstpersoneel bestond uit Letten aan wie overigens door het stadsbestuur geen burgerrecht werd toegestaan.

Riga werd een economische poort tussen Midden- en West-Europa enerzijds en Rusland anderzijds. In 1282 werd de stad lid van het Hanze-verbond, een vooral Noord-Duitse vereniging van steden, en daarmee verstevigde de stad zijn politieke en economische positie. Haar concurrentiekracht werd echter verzwakt door allianties tussen Litouwen, Polen, Denemarken en Zweden, die een groter belang hadden bij Dantzig.

Onder Polen en Zweden[bewerken]

Riga 1650.jpg
Riga-17c.jpg
De haven van Riga in de tweede helft van de 17e eeuw, met Nederlandse schepen en haringvaten aan de kaai.

Na de hervorming werd Lijfland luthers en de positie van de bisschop bleek onhoudbaar. De Lijflandse Oorlog van 1558 tot 1582 betekende het einde van de oude machtsstructuren. In 1561 werd de Lijflandse Orde opgeheven en trad de laatste bisschop, Wilhelm von Brandenburg, af. Riga verklaarde zich een vrije stad, maar de landdag van de Lijflandse Confederatie was genoodzaakt de bescherming aan te vragen van Sigismund II, grootvorst van Litouwen en koning van Polen. Hierdoor was de vrijheid maar van korte duur.

In 1566 werd Riga een deel van het Hertogdom Lijfland onder het Pools-Litouwse Gemenebest. Zonder veel effect werd nu de contrareformatie gestimuleerd. De Dertigjarige Oorlog maakte daaraan een einde toen de Zweedse koning Gustaaf Adolf in 1621 het westelijk deel van het hertogdom inclusief de stad Riga veroverde. Riga werd nu deel van Zweeds Lijfland, waarmee een periode van economische en culturele bloei aanbrak omdat de stad de belangrijkste uitvoerhaven voor Russisch graan, hout en bont was.

Ook voor de Republiek der Verenigde Nederlanden was Riga een belangrijke handelspartner, waar vooral hennep en hout voor de scheepsbouw gehaald werden.[6]

Russische tijd[bewerken]

Rigawoodenhouse.JPG
Rigawoodenhouse1.JPG
Houten woningen

Tijdens de Grote Noordse Oorlog veroverde de Russische tsaar Peter de Grote in 1710 Zweeds-Lijfland en Zweeds-Estland. Bij de Vrede van Nystad op 10 september 1721 kwamen Lijfland en Estland als de zogenaamde Baltische gouvernementen bij het Russische Keizerrijk. Riga werd hoofdstad van het Gouvernement Riga.

De verarming was in deze tijd groot; een derde deel van de bevolking was gestorven ten gevolge van de oorlog. De uitoefening van het gezag werd door de tsaren overgelaten aan de vanouds Duitstalige (oorspronkelijk Nederduits, na de reformatie toenemend Hoogduits sprekende) elites: dat wil zeggen de grootgrondbezittende Baltische adel (de Ritterschaft, spottend ook wel de "Baltische baronnen" genoemd) en de eveneens Duitssprekende stedelijke burgerij. Riga kreeg geen universiteit maar wel een hogere zogenaamde Domschule, waaraan onder andere Johann Gottfried Herder doceerde.

De stad Riga had nu de concurrentie te duchten van de nieuwe haven van Sint-Petersburg maar bleef de tweede haven van het Russische Rijk en breidde zich in snel tempo uit. De Duitstalige burgerlijke cultuur bleef dominant tot aan het einde van de 19e eeuw. In die tijd begon de Russische regering met een centraliseringspolitiek die in de Baltische provincies de Russische bureaucratie versterkte en het Russisch in bestuur en onderwijs als enige taal voorschreef. Eeuwenlang was het onderwijs Duitstalig geweest, maar nu moest het plaats maken voor Russischtalige staatsscholen. De jonge generatie van de Duitstalige elite emigreerde in toenemende mate naar Midden-Europa. Vele wetenschappers, literatoren en militairen, met name in Pruisen, stamden uit zogenoemde Duitsbaltische families. Zij bleven in Duitsland, waar zij de universiteiten bezochten, vooral nadat de Russische regeringsbeleid Duitstalige hoger onderwijs had opgeheven in de jaren 1880. Een aanzienlijke joodse burgerij ontwikkelde zich door migratie uit het toentertijd ook tot het Russische rijk behorende Polen en Litouwen. Voorlopig sloot zij zich aan bij de dominante Duitse cultuur. Terwijl in 1880 onder de stadsbevolking van Riga nog een relatieve meerderheid (40%) Duitstalig was, was dat aandeel in 1919 geslonken tot nog maar 15%. Ook de instroom van Letten van het platteland deed zich meer en meer gelden. In theaters, literaire en wetenschappelijke verenigingen en in de media kwam voor het eerst ook enige plaats voor de Letse taal, echter niet in het onderwijs dat een speerpunt was van de russificeringspolitiek.

Niettemin bleef de culturele oriëntatie van Riga Midden-Europees, wat bijvoorbeeld uit de bouwstijl van het fin de siècle blijkt.

Na de revolutie van 1905 werd de oude Duitstalige elite politiek definitief onttroond, terwijl de nieuwe Russische ambtenarij haar nog niet geheel had vervangen. In het vacuüm daartussen manifesteerde zich nu een opkomend nationalisme onder de Letten, maar ook het internationale socialisme dat Letse en Russische arbeiders verbond. In 1905 kwam het tot een opstand van communisten en nationalisten die door het Russische leger pas na grote verwoestingen, met name van de adellijke landhuizen, werd neergeslagen.

Eerste Wereldoorlog en onafhankelijkheid[bewerken]

Een voorlopig einde aan de Russische overheersing kwam in 1917 toen de stad werd ingenomen door Duitse legers. In 1918 werden de Baltische landen conform het Verdrag van Brest-Litovsk onder protectoraat van Duitsland gesteld. Na beëindiging van de Eerste Wereldoorlog werden ze na 700 jaar voor het eerst staatkundig onafhankelijk.

In het interbellum verplaatste Riga haar economische aandacht nog sterker dan tevoren naar het Westen, en niet alleen naar Duitsland maar vooral ook naar Engeland.

Tweede Wereldoorlog en Sovjet-overheersing[bewerken]

De Tweede Wereldoorlog verliep voor het land noodlottig. In 1940 werd het land ingevolge het Ribbentrop-Molotovpact ingelijfd door de Sovjet-Unie. Duitsland en de Sovjet-Unie kwamen toen de evacuatie van de Duitstalige minderheid overeen waarna enkele tienduizenden Deutschbalten de stad verlieten.

In het voorjaar van 1941 begon de centrale regering van de Sovjet-Unie met de planning van de massale deportatie van "anti-sovjet elementen" uit de bezette Baltische staten. In de nacht van 13–14 juni 1941 werden 15.424 inwoners van Letland gedeporteerd naar kampen en nederzettingen, meestal in Siberië. In totaal werden in het eerste jaar van de Sovjetbezetting van Letland 35.000 mensen gedeporteerd.

Na het uitbreken van de oorlog tussen Duitsland en de Sovjet-Unie werd Riga op 1 juli 1941 door het Duitse leger bezet - veel Letten vonden en vinden nog steeds: bevrijd. Dit betekende het einde van de Joodse gemeenschap. Vooruitlopend op de komst van de Duitse liquidatiecommando's (Einsatzgruppen), vermoordden Letse fascisten de helft van de 60.000 in Riga en omgeving wonende Joden, waarna in de herfst de overigen, opgesloten in een getto samen met enkele tienduizenden aangevoerd uit Midden-Europa, onder gezag van de Duitsers om het leven werden gebracht.

In 1944 bezetten, zo men wil bevrijdden, de Russische legers het land opnieuw. 120.000 Letten kwamen om of werden in de Goelag geïnterneerd, waaruit zij vaak niet terugkeerden, en honderdduizenden vluchtten naar het Westen. Op het platteland zou nog jarenlang een nationale guerrilla tegen het Sovjet-gezag gevoerd worden. Letland verloor één derde van zijn bevolking.

Om het nationale karakter te breken werden honderdduizenden Russen in het land gedetacheerd. Een grootscheepse industrialisatie vond plaats, die een groot aantal (Russischtalige) arbeidskrachten uit de rest van de Sovjet-Unie aantrok. In 1989 was het percentage Letten in Riga gedaald tot 36,5%. Riga leek een toekomst als Russische stad tegemoet te gaan.

Hernieuwde onafhankelijkheid[bewerken]

De economische hervormingen onder de naam perestrojka geïnitieerd door de laatste Sovjetleider Michail Gorbatsjov, leidden tot toenemende vrijheid. Zij gaven de Letten de moed om op 21 augustus 1991 volledige onafhankelijkheid te proclameren. De Sovjet-Unie erkende dat op 6 september, en op 17 september werd Letland formeel lid van de Verenigde Naties. Het NAVO lidmaatschap moest de soevereiniteit tegenover Russisch revanchisme militair verzekeren.

Tien jaar later vierde Riga haar 800e verjaardag. Het moderne Riga bezit nog steeds een grote Russische minderheid, hoewel deze aanzienlijk is afgenomen ten opzichte van 1990. Spanningen tussen de bevolkingsgroepen laaien nu en dan op, met name over de positie van de russischtalige scholen en de wens om het Russisch als tweede officiële taal te erkennen.

Bezienswaardigheden[bewerken]

De belangrijkste bezienswaardigheden bevinden zich in de oude binnenstad, die ook op de UNESCO Werelderfgoedlijst staat. De binnenstad bevindt zich op de rechter oever van de Westelijke Dvina (Daugava) en wordt omringd door vestingwerken.

Art nouveau-liefhebbers komen in Riga volop aan hun trekken. Michail Eisenstein, de vader van filmregisseur Sergej Eisenstein, is wel de bekendste architect van een aantal van de vele art-nouveauhuizenblokken in het zogenaamde "Stille Centrum", een wijk ten noorden van de oude stad. In deze wijk zorgt de art nouveau-architectuur voor een apart contrast met de overige traditionele houten woningen.

De belangrijkste toeristische trekpleisters zijn:

Stedenbanden[bewerken]

Riga heeft een stedenband met:[7]

Geboren[bewerken]

Afbeeldingen[bewerken]

Uitzicht op Riga, met op de voorgrond de Westelijke Dvina
Uitzicht op Riga, met op de voorgrond de Westelijke Dvina

Externe links[bewerken]

Noten

  1. a b ISG12. RESIDENT POPULATION BY STATISTICAL REGION, CITY UNDER STATE JURISDICTION AND COUNTY AT THE BEGINNING OF THE YEAR. Centrālās statistikas pārvaldes datu bāzes (1-1-2011) Geraadpleegd op 10 april 2012
  2. Census 01-01-2007
  3. Bron: UN Demographic Yearbook 1993, 12 jan
  4. Bron: Centraal Statistisch Bureau van Letland; 31 mrt
  5. Bron: Centraal Statistisch Bureau van Letland; 1 jan
  6. De haven van Riga in de tweede helft van de 17e eeuw
  7. https://www.riga.lv/LV/Channels/Riga_Municipality/Links/SadraudzibasPilsetas.htm