Tallinn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tallinn
Stad in Estland Vlag van Estland
Vlag van Tallinn Wapen van Tallinn
(Details) (Details)
Tallinn
Tallinn
Situering
Provincie Harjumaa
Coördinaten 59° 27' NB, 24° 44' OL
Algemeen
Oppervlakte 158,3 km²
Inwoners (2011[1]) 400.292 (2529,2 inw/km²)
Overig
Website www.tallinn.ee
Detailkaart
Gemeentegrenzen
Gemeentegrenzen
Foto's
Zicht op de oude benedenstad, Vanalinn, vanaf de Domberg
Zicht op de oude benedenstad, Vanalinn, vanaf de Domberg
Portaal  Portaalicoon   Noord-Europa

Tallinn is de hoofdstad van Estland. De stad ligt aan de Baai van Tallinn, een onderdeel van de Finse Golf. Aan de andere kant van de Finse Golf ligt het veel jongere Helsinki. Tallinn telt ruim 400.000 inwoners, een derde van alle inwoners van Estland. Tot 1918 heette deze stad Reval.

Geschiedenis[bewerken]

Gezicht op Tallinn in 1884

Tallinn werd voor het eerst in een Arabische bron genoemd, in 1154. De nederzetting heette toen Rävala, later Reval, een naam die de stad bij de Duitsers en de Russen, maar ook bij de Nederlanders, tot in de twintigste eeuw zou houden. In 1219 raakte de stad in het bezit van de Deense koning Waldemar II, die een burcht liet bouwen op de Domberg (Estisch: Toompea). Al in 1227 moest hij aan de Zwaardbroeders, verwant aan de Duitse Orde, de macht overdragen omdat hij niet in staat was de Esten op afstand te houden. In 1230 werd een stad - Reval genaamd - aanvankelijk gesticht door kooplieden uit de Noordduitse Hanzesteden en later bevolkt door burgers uit Westfalen en het Rijnland. In 1236 werden de broeders door de Denen verslagen en nu kwamen Reval met noordelijk Estland definitief onder de Deense koning. De stad kreeg definitief het stadrecht van Lübeck en trad in 1252 toe tot de Hanze. In 1346 kwamen de Esten opnieuw in opstand, maar de kosten van de pacificering waren zo hoog, dat de koning stad en land aan de Duitse Orde verkocht. Het stadsbestuur werd volgens zogenaamd Duits stadsrecht ingericht, meer in het bijzonder dat van Lübeck, waar tot in de nieuwe tijd de hoogste rechterlijke beroepsinstantie gevestigd was. De sociaal-etnische groepsidentiteit was bepalend voor de juridische status van de inwoners en belemmerde vermenging van de bevolkingsgroepen. De bovenlaag bestond exclusief uit Duitsers. De middenlaag van handwerkers en handelaren voor meer dan de helft Duitsers en voor ieder een vierde uit Zweden (Denen inbegrepen) en Esten. De vrijwel rechteloze onderlaag van arbeiders en dienstpersoneel bestond grotendeels uit Esten. De stad groeide door een exclusief handelsmonopolie met Novgorod, de Russische handelsstad die in 1478 door Moskou werd veroverd. Sindsdien probeerde Moskou ook in Estland vaste voet te krijgen wat een periode van invallen en verwoestingen inluidde. In 1558 werd een blijvende vrede gesloten met op de achtergrond de Zweedse koning die in 1561 werd verzocht om de soevereiniteit op zich te nemen. De stad telde toen ruim 6 tot 7.000 inwoners. De sociale en etnische verhoudingen zijn precies vastgelegd; zij bepaalden de rechtspositie van de burgers in hoge mate. Inmiddels was de lutherse hervorming doorgevoerd die in 1525 officiële godsdienst werd. Het politieke spanningsveld verlegde zich naar een strijd tussen Rusland en Zweden om de toegangen tot de Oostzee en in de Grote Noordse Oorlog bleek Rusland definitief overwinnaar in dit conflict. Ondertussen liep de geplunderde bevolking door met de oorlog verbandhoudende epidemieën terug tot 2.000 inwoners. Om het herstel te bevorderen verleende tsaar Peter de Grote de stad autonomie. Een langzame bloei trad in, waarbij de oude sociale verhoudingen bestendigd bleven. De Duits-baltische burgerij bepaalde het culturele leven, vormde een kleine meerderheid en vormde het stadsbestuur tot in de jaren 1880. Toen begon een periode van russificatie, waarin het Russisch tot enige overheids en onderwijstaal werd verheven. Naast het een eeuw eerder gebouwde Kadriorgpaleis van tsaar Peter de Grote zouden nieuwe pretentieuze gebouwen, waaronder de orthodoxe kathedraal en een nieuw slot op de Domberg als zetel van de gouverneur-generaal (het huidige parlementsgebouw) het Russische karakter visueel versterken. Na de Eerste Wereldoorlog was de rol van de Duits-baltische bovenlaag uitgespeeld en brak een strijd uit tussen nationalistische en communistische Esten waarin de eersten uiteindelijk wonnen. Op 24 februari 1918 riepen zij de republiek Estland uit. Vooralsnog was dit slechts een papieren besluit. De daadwerkelijke onafhankelijkheid werd tussen 1918 en 1920 bevochten. Met de Vrede van Tartu in 1920 erkende de Sovjet-Unie de onafhankelijkheid van Estland. In 1920 werd Estland door de Volkenbond aanvaard als nationale staat en toen brak een korte periode van nationale zelfstandigheid en bloei aan.

Aansluiting Sovjet-Unie[bewerken]

Na het besluit tot annexatie van Estland door de Sovjet-Unie in 1940, volgens het Molotov-Ribbentroppact, vluchtten veel nationalistische Esten en werden de Duitse inwoners naar Duitsland geëvacueerd. Een politieke zuivering betekende de deportatie van andere burgerlijke Esten naar Sovjetkampen. Tallinn werd hoofdstad van de Estische SSR. In 1941 bezette de Duitse Wehrmacht de stad en kwamen nationalistische Esten terug. Zij kregen een rol in het bestuur en formeerden legertroepen voor het Duitse leger. Dit Duits-Estisch bondgenootschap is tot op heden omstreden en valt onder het thema 'historisch taboe'. In maart 1944 waren de Duitsers verdreven en de Sovjets terug. Een scherpe repressie begon waarin minstens een derde van de bevolking werd opgepakt en gedeporteerd. Hun plaatsen zouden door Russen en nieuwe bewoners behorende tot andere Sovjetvolken ingenomen worden waarmee de stad gaandeweg gerussificeerd raakte. Nog maar de helft van de inwoners was Est toen op 20 augustus 1990 het Sovjetrégime instortte. In 1980 werden de Olympische Spelen van Moskou deels gehouden in Tallinn, toen het onderdeel zeilen hier werd afgewerkt.

Onafhankelijkheid 1991[bewerken]

Sinds 1991 is Estland een soevereine nationale staat en Tallinn zijn hoofdstad. Het Russische bevolkingsaandeel in de stad is aanzienlijk teruggelopen en bedraagt nog een derde. Omdat Russisch niet meer wordt erkend als officiële taal - onderwijs in het Russisch is wel toegestaan en in de praktijk kan men zich in het Russisch met de overheid verhouden - zijn er spanningen die soms tot uitbarsting komen zoals bij de verwijdering van het Sovjet-bevrijdingsmonument.

Stadsdistricten[bewerken]

Tallinn is onderverdeeld in acht stadsdistricten (linnaosad, enkelvoud linnaosa). Elk district is op zijn beurt weer onderverdeeld in subdistricten of wijken (asumid, enkelvoud asum). In totaal zijn dat er 84. Zo ligt de oude binnenstad in het subdistrict Vanalinn van het stadsdistrict Kesklinn. De acht stadsdistricten zijn:[2]

Districten van Tallinn
District Oppervlak Bevolking
1. Haabersti 18,6 km² 43.187
2. Kesklinn 30,6 km² 54.025
3. Kristiine 9,4 km² 30.765
4. Lasnamäe 30,0 km² 117.514
5. Mustamäe 8,1 km² 65.347
6. Nõmme 28,0 km² 39,274
7. Pirita 18,7 km² 17.243
8. Põhja-Tallinn 17,3 km² 57.894

Elk stadsdistrict heeft een eigen bestuur; de voorzitter heeft de titel linnaosavanem.

Toerisme[bewerken]

De toren Kiek in de Kök

.

De meeste bezoekers aan Tallinn komen voor de oude binnenstad Vanalinn, die deel uitmaakt van het stadsdistrict Kesklinn. De hele wijk is UNESCO-werelderfgoed.

De Hanze heeft de geschiedenis en het uiterlijk van Tallinn zeer bepaald: Vanalinn telt vele koopmanshuizen en pakhuizen uit deze tijd. De binnenstad is geheel ommuurd, en deze stadsmuur is voorzien van een groot aantal pittoreske torens. Net als in sommige Nederlandse steden hebben torens en poorten er bijnamen: een van de verdedigingstorens heet Kiek in de Kök ('Kijk in de Keuken' in het Laagduits, de taal van de Hanze). Verder zijn er de toren Lange Herman (Pikk Hermann) en de kanontoren Dikke Margareta (Paks Margareeta).

De oude stad bestaat uit twee gedeelten: de Domberg (Toompea), waar de adel en de geestelijkheid woonde, en de benedenstad. Deze delen worden gescheiden door een muur en verbonden door twee straatjes: Lühike jalg (het 'Korte Been') en Pikk jalg (het 'Lange Been'). Oorspronkelijk waren het twee steden, elk met een eigen bestuur, Op de Domberg woonde de Duits-baltische elite van adel en hogere burgerij.

Bezienswaardigheden[bewerken]

Het oude raadhuis van Tallinn

Op de Domberg:

In de benedenstad:

Aan de zuidkant van de oude benedenstad ligt het Vrijheidsplein met daaraan de Overwinningskolom van de Onafhankelijkheidsoorlog en de Sint-Janskerk.

Zakencentrum[bewerken]

Gebouw van de bank Nordea in de wijk Maakri

Het zich snel moderniserende zakencentrum ligt ten zuiden en oosten van de oude stad, rond het door de Finnen in de sovjettijd gebouwde Sokos Hotel Viru. In wijken als Tõnismäe (waar de Nationale Bibliotheek van Estland (Eesti Rahvusraamatukogu) en het nieuwe stadhuis zijn gesitueerd), Maakri en Kompassi vindt men veel kantoorgebouwen, hotels en bankkantoren, vaak van heel recente datum. Nog oostelijker volgen het Kadriorgpark met het Kadriorgpaleis en het presidentiële paleis, het zangpodium, de kloosterruïne van Pirita, het olympische zeilsportcentrum en ten slotte Lasnamäe, de grote flatwijk in Sovjetstijl, waar veel van de Russischtalige inwoners van Tallinn wonen. In het westelijke stadsdistrict Haabersti liggen de dierentuin van Tallinn en het openluchtmuseum Rocca al Mare.

Verkeer en vervoer[bewerken]

Tallinn heeft frequente en snelle veerverbindingen met Helsinki (en wordt dan ook door vele Finnen bezocht, die behalve op de sfeervolle binnenstad op de (alcoholische) koopjes afkomen). De luchthaven Lennart Meri Tallinn Airport ligt bij het Ülemistemeer, zo dicht bij de stad dat een reiziger met weinig bagage gemakkelijk lopend de binnenstad kan bereiken.

Haven van Tallinn[bewerken]

De haven van Tallinn is de grootste van Estland. In de jaren 1999 tot en met 2012 werd er gemiddeld 34 miljoen ton lading verwerkt waarvan 65% aardolie en olieproducten. De haven bestaat uit vijf onderdelen, waarvan de haven van Muuga veruit de meeste lading verwerkt. De oude haven, die dicht bij het centrum van Tallinn ligt, is belangrijk voor passagiersschepen en veerdiensten naar andere landen in de Oostzee.

In de haven heeft Vopak een grote olieterminal. Op het terrein staan 78 olietanks met een totale capaciteit van ruim 1 miljoen m³.[3] In de tanks worden ruwe aardolie en olieproducten opgeslagen. Er zijn zeven ligplaatsen voor schepen met een maximale diepgang van 18 meter. In 2008 verwerkte de terminal bijna 16 miljoen ton aan producten. In 1993 werd de terminal geopend, toen had een capaciteit van 57.000 m³ en is sindsdien stapsgewijs uitgebreid. De helft van de aandelen van de terminal zijn in handen van een lokale partner, Estonian Oil Service (EOS). Ongeveer de helft van de totale overslag in de haven van Tallinn wordt verwerkt door de Vopak EOS joint venture.

Partnersteden[bewerken]

Er is een samenwerkingsakkoord met:

Geboren[bewerken]

Overleden[bewerken]

Externe links[bewerken]

Wikivoyage Wikivoyage heeft een reisgids over dit onderwerp: Tallinn.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Estlands bureau voor statistiek (Eesti Statistika)
  2. Cijfers van 1 april 2013.
  3. Vopakterminal in Tallinn Geraadpleegd op 11 februari 2012