Vitte

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Vitte (Duits: Witte, in dialecten ook wel: vitte of fitte) was de naam van een handelskolonie in de late middeleeuwen.

De Hanzesteden in Duitsland en Nederland dreven met de Scandinaviërs handel in vis, vooral haring. Haring was een belangrijk volksvoedsel, met name op vrijdag en in de vastentijd, in verband met het rooms-katholieke verbod om vlees te eten. Om die vis te bewerken, verwierven de hanzesteden in Skåne (destijds een deel van Denemarken) en elders, een stuk land aan de kust. Deze "vitte", die vaak omheind was, werd door de Hanzeaten gehuurd of gekocht van de plaatselijke autoriteiten.

De haring werd er gekaakt, verder bewerkt en ingezouten. Vervolgens werd de vis op de jaarmarkt van Skanör-Falsterbo in Skåne, de zogenaamde Schonenmarkt of Schonense jaarmarkt, verhandeld en naar de hanzesteden vervoerd. Ook Kampen had zo'n vitte, waarvan ook de kooplieden en schippers uit Zwolle en Deventer gebruikmaakten. Harderwijk deelde een vitte met Zutphen (1316).

Ook in Duitsland zelf, bij Hiddensee aan de Oostzee, herinnert de naam van een plaatsje Vitte nog aan zo'n visbewerkingsterrein.