Monisme (politiek)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Monisme duidt in de politiek op een situatie waarin het parlement en de regering, oftewel de wetgevende macht en de uitvoerende macht, zeer sterk met elkaar verweven zijn.

Tegenhanger van het monisme is het dualisme, waarbij wetgevende en uitvoerende macht meer door van elkaar onafhankelijke organen worden uitgeoefend. Zullen bij een dualistisch systeem gauw de verschillen tussen het parlement en de regering liggen, in een monistisch systeem zal er eerder botsing zijn tussen de regering en de coalitiepartijen in het parlement enerzijds en de oppositiepartijen in het parlement anderzijds.

Monisme in Nederland op landelijk niveau[bewerken]

In Nederland is er vandaag de dag vooral sprake van monisme in de landelijke politiek. Zo voelen de coalitiefracties zich ook verbonden aan het regeerakkoord en is er het wekelijkse bewindspersonenoverleg. In dit overleg spreken ministers en staatssecretarissen van een partij met de belangrijkste personen van hun coalitiefractie over de belangrijkste politieke kwesties.

Monisme in Nederland bij de Waterschappen[bewerken]

Bij de Waterschappen in Nederland is nog steeds sprake van monisme. De Algemeen bestuursleden vormen het bestuur waarbij enkele leden van het AB als Dagelijks bestuur optreden. Dit betekent dat een Dagelijks bestuurslid zijn zetel en het stemrecht als onderdeel van het Algemeen bestuur behoudt. De meeste zetels voor het bestuur van Waterschappen worden door verkiezingen verkregen. De overige zetels zijn de zogenaamde "geborgde zetels" en worden zonder verkiezingen verdeeld tussen de partijen; Natuurterreinen, bedrijven en ongebouwd.

Deze "geborgde" zetels voor groepen met specifieke belangen zoals de grondbezitters oftewel ingelanden. Deze bestuursleden worden niet gekozen, maar benoemd door de Land- en Tuinbouworganisatie (LTO), de Kamer van Koophandel en de Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren (VBNE). Bron: Waterschapsverkiezingen 2015.

Monisme in Nederland op lokaal niveau[bewerken]

Op lokaal niveau duidt monisme aan, dat wethouders bij aanstelling hun zetel en daarmee stemrecht als onderdeel van de gemeenteraad kunnen behouden. Bestuurlijke verantwoordelijkheden werden volgens het rapport van de commissie-Elzinga door de burger als onoverzichtelijk ervaren, immers wethouders konden als onderdeel van het college van B&W voorstellen lanceren, om deze als onderdeel van hun raadsfractie vervolgens weer te torpederen. Omgekeerd werden raadsleden, als ze zich (té) kritisch controlerend opstelden, gewezen op het feit dat ze voor genomen maatregelen bestuurlijk medeverantwoordelijkheid droegen. Op 7 maart 2002 trad de Wet dualisering gemeentebestuur" in werking, sindsdien staan raadsleden onafhankelijker tegenover het dagelijks bestuur van Burgemeester en Wethouders. Met de invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur heeft de gemeenteraad een kaderstellende en controlerende functie gekregen, het college van B&W een bestuurlijke- en uitvoerende taak. Met de nieuwe taken en bevoegdheden wordt de gemeenteraad geacht beter in staat te zijn om het bestuur te controleren en hun kiezers beter te vertegenwoordigen.

Monisme in het buitenland[bewerken]

Een bij uitstek monistisch systeem treffen we aan in het Verenigd Koninkrijk. De leden van de Britse regering maken (behalve de Koningin) allen deel uit van het Lagerhuis. In die hoedanigheid stemmen zij mee over hun eigen beleid. Er is hier dus niet een duidelijk scheiding tussen uitvoerende en wetgevende macht. Weinig monisme treft men aan in staatsvormen met een sterk dualistische inslag, zoals in de Verenigde Staten van Amerika.