Moord op Magere Josje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De moord op Johanna Machelina Scheide-Oudes, een prostituee bekend als Magere Josje, vond plaats op 11 augustus 1957 in haar peeskamertje op de Wallen in Amsterdam. Appie Baantjer, die toentertijd nog deel uitmaakte van de moordbrigade, leidde de zaak, maar slaagde er niet in om de zaak op te lossen.

Verdachte[bewerken]

In de ochtend van 11 augustus 1957, rond een uur of acht, meldde zich een man genaamd Joop S. bij het politiebureau aan de Warmoesstraat in Amsterdam. De man zei zijn vrouw bewusteloos te hebben aangetroffen in haar kamer op de Wallen. Daarbij zei hij blauwe plekken en striemen in haar nek te hebben waargenomen, die uiteindelijk duidden op wurgmoord. Scheide-Oudes werd levenloos en zonder kleding aangetroffen op haar bed, ook was de kamer aan de Oudezijds Voorburgwal van waaruit ze te werk ging volledig overhoop gehaald. Joop S. werd vanaf dag één gezien als hoofdverdachte van de moordzaak, maar werd vrijgesproken op basis van gebrek aan bewijsmateriaal.

Gevolgen[bewerken]

Publieke belangstelling bij het gerechtshof voor de zaak-Magere Josje (1959)

De Wallenbewoners keerden zich in de periode rond de moord volledig tegen Joop. Niet alleen op het bureau, maar ook later in de rechtszaal toen hij terechtstond voor de moord op zijn vrouw. De moord was voor de meeste bewoners van de buurt een gelegenheid om hun verhaal te doen over de gang van zaken in de bekende rosse buurt van Amsterdam. Voor het eerst kregen de inwoners van Nederland te zien hoe het er op de Wallen echt aan toeging. Joop S. werd in hoger beroep vrijgesproken, maar de maatschappelijke kritiek en verontwaardiging over de gang van zaken in de buurt was een van de voornaamste oorzaken van de eerste grote schoonveegactie in de buurt.

Externe links[bewerken]