Musculus occipitofrontalis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Achterhoofd-voorhoofdspier
Musculus occipitofrontalis
Spier
Gray378.png
Synoniemen
Nederlands fronsspier[1]
Indeling
Functie trekt wenkbrauwen op, fronst voorhoofd
Gegevens
Zenuw nervus facialis
Naslagwerken
Gray's Anatomy 105,378
Dorlands/Elsevier m_22/12549942
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De musculus occipitofrontalis[2] of achterhoofd-voorhoofdspier is een spier die boven op de schedel ligt.[3] De musculus occipitofrontalis bestaat uit twee delen,[2] namelijk de venter frontalis en de venter occiptalis. De venter frontalis zit vast aan de huid van de wenkbrauwen en van de neusrug[4] en is onderdeel van een gezamenlijk spiervlechtwerk met de musculi procerus, corrugator supercilii, depressor supercilii et orbicularis oculi.[3] De aanhechting van de venter frontalis is de galea aponeurotica,[3] een stevige bindweefsellaag op het midden van het schedeldak.[4] De venter occipitalis kent zijn oorsprong bij de linea nuchalis suprema op het achterhoofdsbeen. [3] De twee delen van de spier trekken de schedel respectievelijk naar voren en naar achteren en bewegen zo de hoofdhuid.[3] Als alleen de venter frontalis wordt aangespannen ontstaan er dwarse plooien in de huid van het voorhoofd, het zogenaamde fronsen.[4] Deze spier wordt overeenkomstig ook de fronsspier [1] genoemd. De musculus occipitofrontalis wordt geïnnerveerd door de nervus facialis.[3]

Naamgeving[bewerken]

Voorheen werd de musculus occipitofrontalis ook musculus epicranius [5] genoemd. De naam epicranius komt van Grieks ἐπί epí =op/rondom,[6] κρανίον kraníon =schedeldak.[6] In de huidige officiële nomenclatuur voor de anatomie[2] (Terminologia Anatomica) wordt de naam musculus epicranius echter gebruikt voor de musculus occipitofrontalis en musculus temporoparietalis gezamenlijk.