Nervus facialis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Aangezichtszenuw
Nervus facialis
Zenuw
Verloop en verbindingen van de nervus facialis in het rotsbeen (pars petrosa ossis temporalis).
Verloop en verbindingen van de nervus facialis in het rotsbeen (pars petrosa ossis temporalis).
Enkele belangrijke motorische takken van de nervus facialis
Enkele belangrijke motorische takken van de nervus facialis
Synoniemen
Latijn nervus communicans faciei[1]
Nederlands zevende hersenzenuw[2]

gelaatszenuw[3]

Naslagwerken
Gray's Anatomy 202,901
MeSH A08.800.800.120.250
Dorlands/Elsevier n_05/12565770
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De nervus facialis,[4] of aangezichtszenuw,[2] is de zevende van de twaalf hersenzenuwen. De zenuw stuurt de spieren aan die verantwoordelijk zijn voor de gezichtsuitdrukkingen. Daarnaast geeft de zenuw de smaakwaarneming van het voorste tweederdegedeelte van de tong en mondholte. Daarnaast maakt de zenuw deel uit van het parasympathisch zenuwstelsel.[5]

De nervus facialis heeft zich ontwikkeld uit de kieuwboogzenuwen van lagere gewervelden.

Verloop[bewerken]

De nervus facialis bevat zenuwvezels uit de nucleus nervi facialis (motorische tak), de nucleus salivatorius superior (parasympathische tak) en de nucleus tractus solitarii (smaakvezels) en ontspringt aan de achterkant van de pons uit de hersenstam. Vervolgens treedt hij naar buiten in de brughoek om via de meatus acusticus internus in het rotsbeen uit te komen. Daar splitst de zenuw in twee groepen. De eerste groep bestaat uit smaakvezels en vezels voor de secretie van speeksel- en traanklieren. Deze groep loopt binnen de zogeheten canalis facialis van het rotsbeen. De tweede en grootste groep bestaat uit motorische vezels voor de mimische musculatuur van het gezicht (zie innervatie) en verlaat de schedel via het foramen stylomastoideum.[6]

Innervatie[bewerken]

Eerste Groep[bewerken]

In het rotsbeen geeft de nervus facialis drie takken af: achtereenvolgens de nervus petrosus major, de nervus stapedius en de chorda tympani.

  • De nervus petrosus major takt af ter hoogte van het ganglion geniculi, en bevat afferente vezels die ontstaan in het ganglion, en efferente parasympathische vezels. De zenuw verloopt naar het rotsbeenpunt en maakt daar contact met de nervus petrosus profundus (orthosympathische vezels van de plexus rond de arteria carotis interna afkomstig van het ganglion cervicale superius). Samen vormen ze de nervus canalis pterygoidei. Deze zenuw loopt naar voor naar de fossa pterygopalatina, waar de parasympathische vezels synapteren in het ganglion pterygopalatinum. Postsynaptische parasympathische en orthosympathische vezels lopen via de nervus zygomaticotemporalis (V2) en nervus lacrimalis V1 naar de traanklier, en via andere takken van de nervus maxillaris V2 naar klieren in de mucosa van de neus en de mond. Smaakvezels lopen via dezelfde weg naar het gehemelte.
  • De nervus stapedius takt af in de canalis facialis en innerveert de musculus stapedius (stijgbeugelspier) in het oor.
  • De chorda tympani takt net boven het foramen stylomastoidicum af. Het bevat afferente smaakvezels waarvan het cellichaam in het ganglion geniculi gelegen is, en efferente parasympathische vezels. De zenuw loopt naar voor in het cavum tympani en vervolgens door de fissura petrotympanica naar caudaal, waar hij verder loopt met de nervus lingualis V3 naar de mondbodem. De parasympathische vezels synapteren in het ganglion submandibulare en bezenuwen zo enkele speekselklieren (glandulae mandibularis & sublingualis (en dus niet de glandula parotis). De chorda tympani verzorgt ook de smaak in het voorste 2/3 deel van de tong.

Tweede groep[bewerken]

Via het foramen stylomastoidicum 2 takken door de oorspeekselklier naar de gelaatsspieren.

  • De nervus auricularis posterior[7] heeft zijn cellichaam in het ganglion geniculi. Hij verzorgt de sensibiliteit van de oorschelp, een deel van de meatus acusticus externus en het trommelvlies.
  • De laatste tak bestaat uit verscheidene motorische eindtakken (behalve de nervus stapedius die al voor het foramen stylomastoideum is afgetakt). Deze zijtakken (Latijn: rami) zijn: de rami temporales (naar de slaap, musculus frontalis), rami zygomatici (naar mondhoeken en ogen, musculus orbicularis oculi), rami buccales (naar de mond, periorale spieren), ramus marginalis mandibulae (naar de spieren ter hoogte van de kin) en de ramus cervicalis (naar de hals, platysma).

Klinische evaluatie[bewerken]

Bij perifere beschadiging van de nervus facialis ontstaat er een verlamming van alle spieren van de aangedane gezichtshelft. De mondhoek hangt af naar beneden, het oog kan niet meer gesloten worden en de rimpels in het voorhoofd verstrijken. Bovendien kunnen smaak en gehoor gestoord zijn en kan er verminderde vorming van speeksel of traanvocht worden waargenomen.

Bij een verlamming van de nervus facialis valt de musculus stapedius uit, en daarmee ook de demping van het geluid.

Centrale beschadiging van de nervus facialis heeft alleen verlamming van het onderste gedeelte (mond) van het gezicht tot gevolg, aangezien de zenuwen van het bovenste gedeelte (oog, voorhoofd) vanuit twee kanten van de hersenen worden aangestuurd (gedeeltelijk gekruiste innervatie).

Aangezien de nervus facialis door de oorspeekselklier heenloopt, kan een tumor in de speekselklier leiden tot uitvalverschijnselen.