Oor

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Zie voor het muziektijdschrift het artikel OOR (muziektijdschrift).
Oorschelp

Het oor (wetenschappelijke naam: auris) is een orgaan waarmee geluidsgolven worden opgevangen om door de hersenen te worden ervaren als geluid.

Meer over de functie van het gehoororgaan is te lezen bij het onderwerp 'gehoor'.

Bouw[bewerken]

Anatomie van het menselijk oor
1. Schedel (rotsbeen)
Buitenoor: 2. gehoorgang, 3. oorschelp
Middenoor: 4. trommelvlies, 5. ovaal venster, 6. hamer, 7. aambeeld, 8. stijgbeugel, 12. buis van Eustachius
Binnenoor: 9. labyrint, 10. slakkenhuis, 11. gehoorzenuw

Het (menselijke) oor wordt onderverdeeld in drie delen:

  • het buitenoor (auris externa), bestaande uit de oorschelp en de gehoorgang. Dit deel, dat in de volksmond 'het oor' wordt genoemd, dient om geluid naar het inwendige oor toe te leiden.
  • het middenoor (auris media) met de drie gehoorbeentjes. Dit systeem optimaliseert geluidstrillingen mechanisch en geeft ze door aan het binnenoor.
  • het binnenoor (auris interna), bestaande uit het slakkenhuis met daaraan vast de gehoor- en evenwichtszenuw. Hier vindt de omzetting plaats van geluidstrillingen naar zenuwimpulsen.

Het middenoor en het binnenoor worden samen ook wel het inwendige oor genoemd. Ze zijn omgeven door het rotsbeen, dat een onderdeel vormt van de schedel.

Buitenoor[bewerken]

Vanuit de buitenlucht komt het geluid langs de oorschelp en de gehoorgang op het trommelvlies terecht. Dat gaat hierdoor trillen. Het trommelvlies vormt de overgang van het gehoorkanaal naar het middenoor.

De oorschelp bestaat uit de volgende onderdelen: de buitenrand heet 'helix' en de binnenrand is de 'anthelix'. Het oorlelletje wordt in het Latijn 'lobulus' genoemd en de ingang naar de gehoorgang 'meatus'. Het naar binnen uitstekende stukje kraakbeen aan de ingang van de gehoorgang wordt de 'tragus' genoemd.

Middenoor[bewerken]

Het middenoor bestaat uit de trommelholte die normaliter met lucht gevuld is, die via de buis van Eustachius in verbinding staat met de keelholte. Die verbinding zorgt er voor dat de luchtdruk in het middenoor gelijk blijft met de atmosfeer.
In de trommelholte bevindt zich een keten van drie gehoorbeentjes (hamer, aambeeld en stijgbeugel).
De belangrijkste functie van het middenoor is de versterking van het geluid, zodat het beter waargenomen kan worden door de in het binnenoor gelegen haarcellen. Deze versterking wordt op verschillende manieren gerealiseerd:

  • doordat het trommelvlies een veel groter oppervlak heeft dan de opening van het slakkenhuis (het ovale venster) worden alle geluidstrillingen versterkt;
  • door de hefboomwerking die de gehoorbeentjes-keten heeft.

In het middenoor bevinden zich twee spiertjes (musculus tympanicus en musculus stapedius). Deze kunnen de gehoorbeentjes ten opzichte van elkaar iets verschuiven, waardoor hard geluid verzwakt kan worden doorgegeven of zwak geluid juist versterkt kan worden doorgegeven.

Binnenoor[bewerken]

Het binnenoor bestaat uit twee delen:

  • Het evenwichtsorgaan of labyrint
  • Het slakkenhuis, dat vanwege zijn spiraalvorm zo wordt genoemd.

Het binnenoor is ongeveer 4 cm lang. Het slakkenhuis is ongeveer een cm in diameter. Bij mensen is het tweeënhalf maal opgerold en gevuld met twee vloeistoffen in gescheiden compartimenten (endolymfe of lympha interna en perilymfe). Deze vloeistoffen worden door geluidstrillingen in beweging gebracht via de ‘voetplaat’ van de stijgbeugel, die de deksel vormt van het ovale venster. De trillingen lopen door het slakkenhuis heen en weer terug, en komen weer uit in het ronde venster. In het slakkenhuis zit de basilaire membraan, waarop ongeveer 20.000 haarcellen zitten. Deze haarcellen worden niet geregenereerd zoals veel andere cellen in het lichaam. Ze kunnen daardoor onherstelbaar beschadigd worden door hoge geluidsdoses. Dit kan diverse gehoorstoornissen tot gevolg hebben.

De basilaire membraan is aan het uiteinde breder dan aan de basis bij het ovale venster. Daardoor heeft de membraan een stijfheid die varieert met de lengte: Dit heeft tot gevolg dat de haarcellen op verschillende posities op het membraan reageren op verschillende frequenties: de hoogste frequenties worden vlak bij het ovale venster geregistreerd (basis cochleae); de lagere tonen verderop (apex cochleae). Dit principe noemt men ook wel tonotopie. Deze haartjes zijn op hun beurt weer verbonden met de gehoorzenuw die het signaal transporteert naar het gehoorcentrum in de hersenen. In de hersenen leiden de door de gehoorzenuwen doorgegeven actiepotentialen tot de daadwerkelijke geluidsperceptie, oftewel het luisteren. Dit vindt plaats in het gehoorscentrum van de hersenen: de auditieve cortex.

In het rotsbeen bevindt zich – vlak bij het slakkenhuis – ook het evenwichtsorgaan. Deze twee samen worden ook wel het labyrint genoemd. Ondanks dat het functioneel verschillende systemen zijn, zijn beiden wel sterk verbonden en maken ze gebruik van dezelfde vloeistoffen, geven hun signalen via dezelfde hersenzenuw (de 8e) door naar de hersenen, en mogelijk zijn ze ook evolutionair voortgekomen uit één orgaan dat bewegingen registreert.

Oren bij niet-zoogdieren[bewerken]

Bovengenoemd mechanisme van het gehoor geldt voor de meeste zoogdieren. Sommige andere dieren hebben echter een heel ander gehoororgaan. Veel dieren hebben niet echt een gehoororgaan maar zijn wel gevoelig voor trillingen: regenwormen registreren de trillingen in de grond en reageren erop; schorpioenen maar ook slangen voelen trillingen in de grond. Spinnen registreren trillingen in het web en ‘horen’ zo de plaats van hun prooi. Insecten hebben het gehoororgaan op allerlei verschillende plaatsen zitten. Bij bidsprinkhanen en vlinders zit het in het borststuk, bij sprinkhanen op het achterlijf, bij krekels in de voorpoten, bij muggen in de voelsprieten (orgaan van Johnston). Vissen gebruiken de zwemblaas als een soort trommelvlies: met het orgaan van Weber, dat bestaat uit een aantal verbonden botjes wordt de trilling van de zwemblaas overgedragen naar het middenoor.

Ook het frequentiebereik kan per dier sterk verschillen. Vleermuizen maken voor hun echolocatie gebruik van ultrasoon geluid; olifanten en neushoorns kunnen tonen van 5 of zelfs 1 Hz waarnemen die voor mensen ver in het infrasone gebied liggen.

Zie ook[bewerken]

Zoek dit woord op in WikiWoordenboek