Gehoorschade

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Op maat gemaakte oordop voor motorrijders

Gehoorschade is het ontstaan van schade aan het gehoor door bijvoorbeeld een te lange blootstelling aan lawaai. Gehoorschade kan ook door bepaalde ziekten ontstaan. Bij gehoorschade wordt meestal gedacht aan minder of slechter horen, maar ook de bekende piep in de oren als gevolg van luide muziek beluisteren (Tinnitus) is een teken van gehoorschade. Bij beginnende gehoorschade krijgt het niveau waaronder een persoon geen geluid meer waarneemt, de gehoordrempel, een hogere waarde. Gehoorschade kan vastgesteld worden door een audiogram te bepalen met behulp van een audiologisch onderzoek.

Oorspronkelijk waren het voornamelijk mensen die door hun beroep veel aan hoge geluidsniveaus blootstaan (arbeiders enz.), die met gehoorschade te kampen kregen. Tegenwoordig is het vooral het regelmatig beluisteren van heel luide muziek (in discotheken, op muziekfestivals of events, of thuis met MP3-spelers enz.) waardoor mensen (vaak jongeren) schade oplopen. Inmiddels heeft ruim een half miljoen jongeren tussen de 16 en 30 jaar (15% van het totaal aantal jongeren in die leeftijd in Nederland) te kampen met blijvende gehoorschade. Per jaar komen daar zo'n 20.000 jongeren bij.

Een andere groep die gevaar loopt, zijn personen die veel met de motorfiets rijden. De oorzaak is niet zozeer het motorgeluid, maar wel de voortdurende luchtstroom langs de helm. Bij snelheden van meer dan 100 km/u kan het geluidsniveau daarvan aardig oplopen. Regelmatige motorrijders kunnen hierdoor schade oplopen. Veel professionele motorrijders en regelmatige bezoekers van discotheken, poppodia en muziekgebeuren dragen daarom speciaal op maat gemaakte gehoorbeschermers (z.g. oordopjes/otoplastiekjes). Veel hobby- of woon-werkverkeerrijders gebruiken deze vaak ook, of de veel goedkopere universele dopjes. Voor het uitgaanspubliek zijn er universele oordopjes en otoplastiekjes met een speciaal muziekfilter te koop, die wel het te luide geluid dempen, maar de muziekbeleving niet aantasten. Wie geen oordopjes heeft, doet er goed aan de totale tijd dat het oor aan te luid geluid blootgesteld is, zo kort mogelijk te houden. Dit kan door regelmatig oorpauzes te nemen (een poosje uit de ruimte met het te luide geluid gaan). Een andere maatregel is niet te dicht in de buurt te gaan staan van de lawaaibron (boxen, machines, enz.). Een afstand van twee meter is vaak al voldoende om het risico op gehoorschade aanzienlijk te verminderen.

Gehoorschade ontstaat als iemand langere tijd wordt blootgesteld aan geluidsniveaus boven 80 dB(A), met lawaaidoofheid als uiteindelijke gevolg. Vanaf geluidniveaus van 100 dB(A) kan acute gehoorschade optreden. In bijvoorbeeld een discotheek kan het geluid makkelijk boven de 100 dB(A) uitkomen. Door gebruik van gehoorbeschermers kan gehoorschade worden voorkomen. Schade door blootstelling aan lawaai is niet omkeerbaar of te genezen. Ook kan door hoge geluidsniveaus oorsuizen of -fluiten ontstaan, de zogenaamde piepstress, die zeer hinderlijk is en niet zelden leidt tot psychische klachten.

De veiligheidsaspecten van ultrageluid-scans (bijvoorbeeld bij zwangerschap) worden nog onderzocht. Het is niet waarschijnlijk dat hier gehoorschade door ontstaat.

In Nederland worden werknemers beschermd tegen te hoge geluidsniveaus sinds het invoeren van de Arbowet. Oorspronkelijk gold een niveau van 85 dB(A) als bovengrens, maar die werd later aangescherpt naar 80 dB(A). Recentelijk (2002) is aan de orde gekomen dat ook musici beschermd moeten worden tegen gehoorschade, hetgeen niet alleen voor musici in popgroepen, maar ook voor klassieke orkesten een moeilijk oplosbaar probleem vormt. Men ziet tussen de strijkers en blazers in een symfonieorkest steeds vaker een (doorzichtig) geluidsscherm.

Ook zware hoortoestellen voor doven kunnen een hoog volume halen. Door langdurige blootstelling aan deze zware hoortoestellen kunnen doven duizeligheid, hoofdpijn, misselijkheid of oorsuizingen krijgen.[bron?]

Zie ook[bewerken]