Museum Kennemerland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Museum Kennemerland

Museum Kennemerland is een streekmuseum dat gevestigd is in de Noord-Hollandse gemeente Beverwijk in het voormalige raadhuis van Wijk aan Zee en Duin. Het museum kent naast een vaste collectie, ook wisselende tentoonstellingen.

Collectie[bewerken]

In het museum wordt aandacht besteed aan de geschiedenis van Midden-Kennemerland, met name de plaatsen Beverwijk, Heemskerk en Velsen. De vaste collectie bestaat uit een groot aantal deelverzamelingen, die in de loop der jaren opgebouwd zijn door aankopen of door schenkingen. Het Velser aardewerk en de Kinheim tapijten zijn de grootste verzamelingen.

Velser aardewerk[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Potterie Kennemerland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Kinheim tapijten[bewerken]

Hendrik Godefridus Polvliet startte volgens het handelsregister de Tapijtknoperij "Kinheim" op 1 september 1910 aan de Zeestraat 104 te Beverwijk. Binnen 10 jaar had het bedrijf al grote naamsbekendheid door heel Nederland vanwege de kwaliteit en artistieke originaliteit. De eigen ontwerpen naar Oosterse motieven vonden snel hun weg naar statiezalen zoals die in het in 1913 geopende Vredespaleis in Den Haag (15 stuks) en in het in datzelfde jaar gebouwde Scheepvaarthuis te Amsterdam. In 1926 verwierf het bedrijf het predicaat Koninklijk. De weduwe Polvliet-Hoogstrate zette het bedrijf voort onder de naam "Koninklijke Handtapijtknoperij Kinheim" en het bedrijf kreeg veel aandacht van de pers, mede vanwege de titel 'Hofleverancier'. Ook veel grote maatschappijen, die niet zo op geld hoefden te letten, gaven opdrachten voor het vervaardigen van tapijten aan Kinheim, omdat duurzaamheid en de fraaie ontwerpen van de hand van verschillende kunstenaars, o.a. Jac. van den Bosch, C.A. Lion Cachet, Theo Nieuwenhuis en Dirk Verstraten boven die van andere tapijtknoperijen uitstaken. In 1942 ging het bedrijf over in handen van Corn. van den Brink uit Hilversum en vond er zelfs uitbreiding plaats. Het handwerk werd te duur: de gewenste afmetingen van een tapijt bepaalde hoeveel meisjes aan een tapijt werkten. Een smalle loper of een kussenkleedje werd door één meisje gemaakt, maar een heel groot tapijt of vloerbedekking, daar werkten wel 8 tot 10 meisjes aan. De "meisjes" waren 15 tot 60 jaar oud. Uiteindelijk viel het doek voor de handgeknoopte tapijtenfabriek in 1973.

In het museum is een origineel weefgetouw met zeer oncomfortabele bank te zien en een grote verscheidenheid aan tapijten, kussens, lopers, wandtapijten, stoelen enz. Van de heer Mastenbroek, de laatste eigenaar van Tapijtknoperij Kinheim kreeg het museum fotoboeken van de fabriek, foto's van de diverse objecten en van de locaties waar de tapijten zich toen bevonden (zoals in luxe cruiseschepen, kantoren, gemeentehuizen en zelfs op Paleis Soestdijk). Daarnaast schonk hij het museum een groot, bronzen bord met de naam van de "knooperij", dat vroeger op het toegangshek zat en drie proeflappen.

Wisselende tentoonstellingen[bewerken]

Het museum organiseert regelmatig tijdelijke tentoonstellingen over plaatselijke of regionale thema's; ook worden er tentoonstellingen gehouden over beeldend kunstenaars uit de streek. Zo organiseerde het museum in 2007 een tentoonstelling t.g.v. van vijftig jaar Velsertunnel, waarbij ingegaan werd op de aanleg en de grote gevolgen in economisch en landschappelijk opzicht van de tunnel voor de streek. Ook de bouwtechniek, zoals toegepast door Rijkswaterstaat en de bouwers zelf kregen ruime aandacht. Mannen van IJzer en Staal stond stil bij de geschiedenis van Hoogovens/Corus.

Het museum biedt ook aan verzamelaars de gelegenheid om in mini-tentoonstellingen (delen van) hun verzameling aan het publiek te presenteren.

Zie ook[bewerken]