Midden-Kennemerland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Midden-Kennemerland ligt in Noord-Holland, aan de monding van het Noordzeekanaal. Het gebied ligt centraal in het gewest Kennemerland. De streek staat ook bekend onder de naam: Holland op z'n Smalst. Tegenwoordig wordt de regio De IJmond[1] genoemd. De monding van het Oer-IJ[2] lag rond 2500 v. Chr. bij het huidige Velsen en Beverwijk. Daar stroomde het Oer-IJ in de Noordzee. Het gebied van Midden-Kennemerland is ontstaan doordat de monding van het Oer-IJ zich verplaatste in noordelijke richting tot bij Egmond. Het "achterliggende" gebied verzandde, waardoor een gesloten kustlijn ontstond.

In het begin heeft de streek veel weg van een waddengebied, waar zandplaten uitgroeiden tot strandwallen. Meer en meer raakten de strandwallen aaneengesloten door het droogvallen van de tussenliggende gebieden en werd het voor de mens een toegankelijk en aantrekkelijk gebied. De mens nam de streek steeds meer in gebruik en vestigde zich permanent. Eerst via verspreide bewoning, later groeiden een aantal van deze locaties uit tot nederzettingen. Gehuchten werden dorpen. Er werden parochies en gemeenten gesticht. De huidige gemeenten Velsen, Beverwijk, Heemskerk en Uitgeest vormen tezamen van oudsher Midden-Kennemerland. Zij zijn ontstaan uit kleiner(e) woonkernen.

Gemeenten in Midden-Kennemerland[bewerken]

Beverwijk[bewerken]

De huidige gemeente Beverwijk is op 1 mei 1936 ontstaan uit de gemeenten Beverwijk en Wijk aan Zee en Duin. Laatstgenoemde plaats is een eerdere samenvoeging van Wijk aan Zee en Wijk aan Duin. Het dorp Wijk aan Duin, dat ook wel Wijk-Binnen is genoemd, omvatte ook het Hofland en de Broekpolder of Wijkerbroek. Het voormalige Beverwijk kreeg op 11 november 1298 een stadprivilege (stadskeur of stadsrecht), waarmee het zich onderscheidde van het omringende ambacht dat "Die Wijc" werd genoemd. De stad Beverwijk ontstond uit een samenvoeging van het kerkdorp Sint Agathenkicha of St. Aagtenkerk en de handelsnederzetting of wijk die was ontstaan aan de oever van het Meer -later Wijkermeer genoemd-. De naam Beverwijk wordt voor het eerst vermeld in een charter van 19 juni 1276, gezegeld door graaf Floris V, waarbij het wordt toegestaan om in het ambacht van Gerard van Velsen wekelijks op dinsdag een markt te houden. Het is dezelfde Gerard waarvan algemeen wordt aangenomen dat hij graaf Floris V op 27 juni 1296 heeft vermoord. Maar terug naar de naam Beverwijk. Die stamt van Beuerhem, die vermeld staat in het goederenregister (ca. 955) van de Sint Maartenkerk te Utrecht. Het register is opgesteld aan de hand van originele charters uit de periode vóór jaar 857. In dat jaar vluchtte Hunger, de bisschop van Utrecht voor de Noormannen. De lijst is opgesteld om de eigendomsrechten te claimen van de kerk van Utrecht op de verspreid gelegen goederen, nadat de Noormannen waren verdwenen. In de lijst staat de plaats Beuerhem of Beuorhem vermeld. De naam Beuer of Bever is niet een verwijzing naar het dier de Bever (castor), maar een Germaanse naam. Het begrip "-hem" heeft de betekenis: "woning van...". De naam Beverhem betekent dan ook woning van heer Bever, de heer die de beschikking had over de nederzetting die hem toebehoorde, in casu Beverhem. De nederzetting is in andere handen overgegaan, maar de naam is in de volksmond blijven voortbestaan. Beverhem en drie andere plaatsen (Gisleshem, Hegginghem en Scupeldhem) worden gelocaliseerd in Midden-Kennemerland. Deze vier nederzettingen -waarvan de laatste wordt gesitueerd nabij de Schepelenberg of het Huldtoneel en Noorddorp onder Heemskerk- waren in handen gekomen van de persoon die Gutha heette. Hij heeft de kerk in zijn opdracht laten bouwen en voor de wijding aan de St. Maartenskerk te Utrecht geschonken, inclusief inkomsten uit tienden voor het beheer en onderhoud van de kerk. De vier gemeenschappen waren op dat moment in de beschikkingsmacht van één persoon, de heer Gutha, en moeten dan ook als één beheergebied worden beschouwd, nu ongeveer de gemeenten Beverwijk en Heemskerk tezamen, en vormden tezamen één parochie en ressorteerde onder de kerk van Velsen. Later zijn twee parochies ontstaan, waarvan de grenzen ongeveer overeenkomen met de huidige gemeentegrenzen van Beverwijk en Heemskerk.

Heemskerk[bewerken]

De plaats Heemskerk is ontstaan uit het kerkdorp Heimettenkiricka of Emecekerke, de nederzetting Noorddorp nabij de Schepelenberg of het Huldtoneel, Heemskerk aan Duin of Heemskerkerduin. Ook de Heemskerker Broekpolder maakt deel uit van de gemeente. Het zijn geen afzonderlijke gemeenschappen geweest met eigen besturen, zodat deze gemeente vanaf het begin één bestuurlijke eenheid of gemeente heeft gevormd.

Velsen[bewerken]

Ook Velsen is een gemeente die bestaat uit meerdere kernen, namelijk:
1. Santpoort-Zuid, voorheen de buurtschap Jan Gijzenvaart;
2. Santpoort-Noord, is het oude Santpoort;
3. Driehuis;
4. Velserbroek, de gemeenschap die is ontstaan door grootschalige nieuwbouw in de jaren ruwweg 1990-2005;
5. Velsen-Zuid, het oude Dorp Velsen, Felison, Vellesan;
6. Velsen-Noord,oorspronkelijk Wijkeroog -genoemd naar een buitenplaats aldaar-, de locatie waar de Engelse ingenieurs en werknemers gevestigd waren tijdens de aanleg van het kanaal (1865-1876);
7. IJmuiden is een havenstad die is ontstaan rond de opening van het Noordzeekanaal 1 november 1876. De locatie nabij de sluizen groeide uit tot een vissersdorp dat nu Oud-IJmuiden wordt genoemd. Ten oosten daarvan is het huidige IJmuiden ontstaan in het gebied dat eertijds De Heide werd genoemd. De locatie iets verder naar het oosten, werd Velseroord genoemd. Daar bouwden de kanaalgravers hun schamele onderkomens;
8. IJmuiden aan Zee is een nieuwe loot aan de stam van Velsen en ligt aan het strand van Velsen.

Landschappen in Midden-Kennemerland[bewerken]

Interessant is Midden-Kennemerland ook vanwege de verschillende landschappen die elkaar opvolgen op relatief korte afstand van elkaar. De volgende gebieden kunnen we onderscheiden:
1. de Noordzee met de kust;
2. de jonge, midden en oude duinen;
3. de geestgronden achter de duinen;
4. polder (voor 1876 het Wijkermeer);
5. parken en tuinen van kastelen (Huis te Heemskerk of Marquette en het slot Assumburg) of buitenplaatsen (w.o. Beeckestijn, Waterland, Velserbeek, Scheijbeek, Westerhout);
6. recreatiegebied (Spaarnwoude).
Deze gebieden liggen op enkele vierkante kilometers van elkaar in Midden-Kennemerland, op loop- en fietsafstand.

Romeinen in de regio[bewerken]

Rond het begin van de jaartelling bevinden de Romeinen[3] zich in Midden-Kennemerland. Nabij het huidige Velsen wordt tot tweemaal toe een volledige vlootbasis gebouwd (periode 12-48 n. chr.). De aanwezigheid van de Romeinen heeft lang genoeg geduurd om invloed te hebben uitgeoefend op de lokale bevolking. In het gebruiksaardewerk uit en na die periode zijn duidelijke sporen van de Romeinen herkenbaar. De locatie Velsen is ook van belang vanwege het feit dat relatief veel gebruiktsmateriaal bewaard is gebleven, door conservering in de vochtige bodem.

Een Karolinger en een missionaris[bewerken]

Wanneer de Karolingers hun opmars naar het noorden maken (na 714), veroveren zij ook Midden-Kennemerland op de Friezen. Kort na de verovering volgen de missionarissen van Willibrord om het nieuwe gebied te kerstenen. Successen worden behaald en kerken worden gesticht. In Velsen wordt een kerk gebouwd die door Karel Martel aan Willibrord wordt geschonken. Deze kerk wordt de materkerk voor de latere kerken die in de omgeving worden gesticht. Nabij de locatie van Velsen ligt de nederzetting Adrichem. Deze villa Adrichem wordt ook door Karel Martel geschonken, maar niet aan de persoon Willibrord, maar aan de kloostergemeenschap van Echternach. De villa wordt begrensd door de zee in het westen en rivier de Velisena in het oosten. Dit is de naam voor het Oer-IJ dat bij Velsen naar het noorden afboog richting Egmond. In de periode 1100-1300 is de rivier door weersomstandigheden verbreed en een meer geworden: het Wijkermeer. Dit meer stond via IJ in een openverbinding met het Almere of de Zuiderzee.

Externe link[bewerken]