N1 (raket)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De N1 (Russisch: Н-1) is een maanraket die door de Sovjet-Unie is ontwikkeld. De N1 heeft een 30-tal NK-15 raketmotoren in de eerste trap. De raket is meer dan honderd meter hoog. De stuwkracht van de N1 is groter dan die van de Saturnus-raketten die de Apollo de ruimte in brachten. Maar omdat de capsule veel krapper is dan die van de Saturnus, konden er in de N1 raket maar twee personen. Hierdoor was de N1 een concurrent voor de raketten van de Amerikanen.

In 1956 is de ontwikkeling van de N1-raket van start gegaan. Wegens tijdgebrek besloot hoofdconstructeur Vasili Misjin om de hele raket gewoon maar in elkaar te zetten, en dan te hopen dat alles bij de lancering werkte. In 1969 ontplofte 70 seconden na het vertrek vanaf het platform in Bajkonoer de eerste trap op 30 kilometer hoogte. Misjin werkte tevergeefs door. Op 3 juli ontplofte er weer een N1 raket. De capsule overleefde de ramp dankzij de noodraket, maar de lanceerinstallatie werd zwaar beschadigd.

Op 21 juli 1969 landde de "Eagle", Apollo 11, van de Amerikanen op de maan. De Russen hadden verloren. Ze probeerden nog wel een bemande vlucht naar de maan, maar na nog twee ontploffingen van de N1 gaven ze het op.

Externe links[bewerken]