Nadezjda Alliloejeva

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Nadezjda Alliloejeva (Russisch: Аллилуева, Надежда Сергеевна) (Sint-Petersburg, 22 september 1901Moskou, 8 november 1932) is het meest bekend als de tweede echtgenoot van Jozef Stalin.

Nadezdja Alliloejeva

Levensgeschiedenis[bewerken]

Jonge jaren[bewerken]

Nadezjda Alliloejeva, bijgenaamd Nadja, wordt op 22 september 1901 geboren als jongste dochter van Sergei en Olga Alliloejev. Ze wonen in de Sovetskaja Oelitsa in St-Petersburg. Sergei is Russisch spoorwegwerker. Olga heeft Duitse, Georgische en Roma voorouders en spreekt Russisch met een sterk accent.

Beiden zijn bolsjewieken van het eerste uur en helpen in St-Petersburg medestanders (zoals Lenin) met praktische en financiële steun en onderdak (om uit handen te blijven van de tsaristische politie). Ook Jozef Stalin duikt regelmatig onder bij de Alliloejevas en beschouwt hen na verloop van tijd zelfs als familie. Stalin, wiens eerste vrouw, Jekatarina Svanidze, in 1907 overleed, moet Nadja in 1911 of 1912 ontmoet hebben. Het jonge tienermeisje wordt onmiddellijk gecharmeerd door de grote mysterieuze Georgiër met de snor. Er waren geruchten dat Nadezjda Stalins eigen dochter was, omdat hij in zijn jonge jaren ook een verhouding had met Olga Alliloejev.

Na de revolutie, in 1918, werkt de jonge knappe Nadezjda in het secretariaat van Lenin als vertrouwelijke codeur. Ze is serieus van aard en onthoudt zich van leuke kleding, make-up en juwelen omdat ze dat niet gepast vindt voor een echte bolsjewiek. Stalin werkt ondertussen op zijn commissariaat in Moskou. Wanneer beiden voor hun werk in het huidige Wolgograd zijn, ontmoeten Stalin en Nadja elkaar terug. Nadezjda wordt wel vergezeld door een chaperonne maar op een avond zoekt een ietwat dronken Stalin toch toenadering. Blijkbaar vindt Nadezjda dit niet onprettig: kort na Stalins terugkeer naar het Kremlin worden ze een koppel. Nadezjda wordt aangetrokken door Stalins revolutionaire ideeën en macht, voor Stalin is Nadezjda niet alleen mooi maar ook erg waardevol. Ze helpt immers verscheidene malen zijn politieke carrière door informatie aan hem door te spelen die ze gedecodeerd heeft voor haar baas, Lenin.

Huwelijk[bewerken]

Wanneer de romance ter oren komt van Nadezjda’s ouders zijn ze er echter niet zo gelukkig mee. Ze weten immers dat Stalin wreed kan zijn. Toch huwden Jozef Stalin en Nadezjda Alliloejeva en dit op 24 maart 1919 in een bevolkingsbureau in Moskou. Op de plechtigheid zijn enkel de nodige getuigen aanwezig. Ze wonen in een appartement op het Kremlin.

Stalin en Nadezjda vertoefden vaak in elkaars aanwezigheid maar zijn toch niet gelukkig. Ze hebben vaak ruzie. Nadja lijkt in het geheel niet op Stalins eerste vrouw die erg onderdanig was. Nadja reageert steeds fel wanneer haar echtgenoot in haar bijzijn schuttingtaal gebruikt. Stalin reageert hierop door expres obsceen te zijn bij genodigden om zo Nadja woedend te maken. Mogelijk was Nadezjda manisch depressief. Er wordt immers gezegd dat ze last had van stemmingswisselingen.

Kinderen[bewerken]

Ze krijgen twee kinderen: in 1921 wordt hun zoon Vasily geboren, in 1926 hun dochter Svetlana, het lievelingskind van Stalin. Uit bijgeloof durft Nadja haar dochter de eerste maanden aan niemand te laten zien. Ze heeft een vriendschappelijke omgang met haar zoon maar voelde zich minder betrokken bij haar dochter. Voor beide kinderen is ze streng.

Later leven[bewerken]

Om zichzelf verder te ontwikkelen studeert Nadezjda chemie. Op die manier leert ze via medestudenten de verschrikkelijke gevolgen van het Stalinisme kennen. Wanneer ze haar echtgenoot confronteert met de verhalen van massa-executies en hongersnood in dorpen, wordt Stalin woedend : hij vervloekt Nadezjda en laat haar medestudenten die dit vertellen arresteren. Hij raakt daardoor nog meer verstokt in zijn anti-studenten houding.

In de loop van 1926 kan Nadezjda niet meer leven met de persoonlijkheid van haar echtgenoot, noch met zijn politiek. Ze gaat met haar kinderen terug naar het huis van haar ouders in Leningrad. En hoewel Stalin haar op een bepaald moment heeft kunnen overtuigen terug te komen, zijn ze na deze scheiding nog slechts zelden gelukkig samen. Eind 1931 glimlacht Nadezjda nog weinig, zo getuigt haar nichtje Kira Alliloejeva. Nadezdja kijkt altijd somber en streng en heeft veel last van migraine. De zomer van 1932 brengt ze door in Sotsji aan de Zwarte Zee, met de familie Alliloejeva, Kirov en Molotov.

Levenseinde[bewerken]

Op de avond van 8 november 1932 vindt in het Kremlin een banket plaats ter ere van de 15e verjaardag van de oktoberrevolutie. In de loop van deze avond krijgen Stalin en Nadja ruzie en wordt Stalin ten aanzien van alle gasten grof tegen Nadja. Ze verlaat schreeuwend de kamer. Molotov’s vrouw en vriendin van Nadja, Pauline, volgt haar en blijft bij haar tot ze gekalmeerd lijkt. Later die avond wordt Nadja dood aangetroffen in haar slaapkamer met een Walther revolver (die ze van haar broer Pavel gekregen had) naast haar.

Officieel wordt gemeld dat Nadezjda overleed aan een blindedarmontsteking. Meer aannemelijk is dat het om zelfmoord ging. De twee dokters (Levin en Pletnev) die weigeren om de valse verklaringen (ziekte) met betrekking tot haar doodsoorzaak te ondertekenen worden later veroordeeld en geëxecuteerd. Er zijn ook geruchten dat het pistool werd aangetroffen in de hand van Nadja die ze niet gebruikte, en dat het dus om een in scène gezette zelfmoord gaat. Vele Russen verdenken dan ook Stalin van moord op Nadezjda.

Familieleden getuigden van Stalin dat hij erg veel verdriet had om Nadezjda. Nadja’s broer en diens vrouw wonen tijdelijk in het Kremlin uit bezorgdheid om Stalin.

Nadezdja's laatste rustplaats

Nadezjda wordt begraven op de Novodevitsji-begraafplaats, gelegen in een buitenwijk van Moskou. Deze begraafplaats wordt beschouwd als een van de meest prestigieuze in Rusland, het Père Lachaise van Moskou. Tijdens het Sovjet-bewind is het qua status alleen ondergeschikt aan de Kremlinmuur. Niet alleen familie van Stalin zoals Nadezjda en hun zoon Vasili is daar begraven maar ook anderen gekenden van hem zoals Nikolaj Gogol, Anton Tsjechov, Nikita Chroesjtsjov, Vjatsjeslav Molotov en Andrej Toepolev. Meer recentelijk vonden ook o.a. Raisa Gorbatsjova, Nikolaj Rubinstein en Boris Jeltsin daar een laatste rustplaats.

Na haar dood[bewerken]

De zoon van Nadezjda, Vasily, wordt gevechtspiloot en dient in de Sovjetluchtmacht. Hij onderscheidt zich in de Tweede Wereldoorlog als een capabele vliegenier. Door corruptie belandt hij echter in de cel. Hij sterft in 1962, officieel aan alcoholisme.

Svetlana emigreert in 1967 naar de Verenigde Staten.

Anna Alliloejeva, zus van Nadezjda, wordt in 1948 tot tien jaar cel veroordeeld, haar man wordt in 1938 doodgeschoten.

Bronnen, noten en/of referenties