Make-up

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Oogmake-up

Make-up (spreek uit: meek-up; soms ook decoratieve cosmetica genoemd) zijn verschillende middelen die worden gebruikt om het uiterlijk van een gezicht bepaalde accenten te geven. Het gebruik ervan stamt al uit de tijd van Cleopatra en is wijd verspreid, vooral onder vrouwen in westerse landen. Ook op het toneel gebruikt men make-up (schmink), in de kunst van de grime om iemand om te toveren tot bijvoorbeeld een toverkol en een vlinder. Ook om het effect van het felle licht tegen te gaan.

Geschiedenis[bewerken]

Oudheid[bewerken]

Make-up wordt voor het eerst vermeld in de geschriften in de tijd van het oude Egypte alwaar men nog gebruik maakte van henna, gele- en rode oker, kopersulfaat, grafiet, malachiet en andere puur natuurlijke producten vermengd met olie en/of water om de substantie aan te kunnen brengen op het gelaat (en soms ook andere lichaamsdelen). Bekend is dat Griekse vrouwen kersensap op hun lippen smeerden, met de werking van een lippenstift. Ook in China wist men een vorm van make-up te gebruiken, de concubines van de keizer gebruikten krijt, kalk en cyanide om hun gezicht onnatuurlijk wit te kleuren.

Middeleeuwen[bewerken]

In de Middeleeuwen tijdens het ontstaan van de alchemie is men gaan experimenteren met chemische middelen of elementen die werden gewonnen uit de natuur door middel van de alchemie. Vaak kende men (terecht of onterecht) allerlei geneeskrachtige functies toe aan vaak vrij simpele producten. Een bekend voorbeeld zijn de "gezichtscrèmes" die toentertijd niets meer waren dan ingedikte oliën.

Achttiende en negentiende eeuw[bewerken]

In de 18e eeuw in de zogenaamde pruikentijd, gebruikten vrouwen en mannen van adel make-up, vooral witte poeder en rouge. Een bleek gezicht was namelijk een teken dat iemand niet vaak buiten kwam, dus geen zware arbeid hoefde te verrichten en daarom wel van goede komaf moest zijn. Daarentegen werden vrouwen uit lagere sociale klassen vaak als een prostituee gezien wanneer zij make-up droegen.

Rond dezelfde tijd in Japan droegen geisha's lippenstift van vermalen saffloer-bloemblaadjes. Ook werden hiermee de wenkbrauwen en de ooghoeken gedaan. Staafjes van bintsuke-wax, een zachtere versie van de haarwax die sumoworstelaars gebruiken, werden door de geisha's gebruikt als basismake-up. Witte pasta en poeder kleurden het gezicht, rouge omcirkelde de ogen en definieerde de neus meer.

In de negentiende eeuw verklaarde koningin Victoria dat make-up onbeleefd is. Men zag het als een vulgair iets, dat alleen werd gebruikt door prostituees en acteurs.

Vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw maakte make-up echter een ware revolutie door. Door het gebruik van natuurlijke producten als plantenextracten en (chemische) kleurstoffen kon men producten maken die toepasbaar zijn op bijna elk lichaamsdeel.

Twintigste eeuw[bewerken]

In de Tweede Wereldoorlog werd make-up in het Westen algemeen geaccepteerd, behalve in nazi-Duitsland, waar het als "on-Duits" werd gezien. Make-up was er weliswaar niet verboden, maar er werd wel flink propaganda tegen gemaakt: "Die deutsche Frau schminkt sich nicht".[1]

Functies en toepassingen[bewerken]

Moderne make-up kent meerdere functies en toepassingen. In het algemeen simuleert het de jeugdigheid, gezondheid en, tot op een bepaalde hoogte camoufleert het vermoeidheidsverschijnselen. Belangrijke technieken hiervoor zijn het verhullen (verbergen van (lelijke) in het oog vallende oneffenheden) en het accentueren (het naar voren brengen van gelaatstrekken) van plekken in vooral het gezicht. Daarnaast wordt het in meer en mindere mate als seksueel aantrekkelijk ervaren, echter niet door iedereen, onder andere afhankelijk van de cultuur en subcultuur. Make-up is tevens sterk onderhevig aan het heersende modebeeld.

Make-up wordt door visagisten gebruikt op het toneel, de televisie en in de film. De belangrijkste reden hiervoor is om de effecten van het felle licht tegen te gaan, vooral door het gebruik van poeder. Deze zorgt ervoor dat de huid er niet glimmend meer uit ziet. De menselijke huid is namelijk van nature vettig en reflecteert licht. Daarnaast wordt hier ook de grime ingezet om de kunst van de visuele transformatie uit te voeren.

Niet alle producten worden voor elke toepassing en functie gebruikt.

Vormen en kleuren[bewerken]

Make-up

Make-up is verkrijgbaar in veel vormen en kleuren. Deze zijn in de loop van de geschiedenis in vele varianten op de markt verschenen. De belangrijkste vormen zijn:

Productie, ontwikkeling en dierproeven[bewerken]

De make-upindustrie wordt gedomineerd door een klein aantal multinationale ondernemingen, die allemaal zijn ontstaan in de twintigste eeuw. Enkele bekende merken zijn Rimmel London, L'Oréal, Max Factor, Estée Lauder, Revlon, Goldenrose, Maybelline, Lancôme en MAC.

Uiteraard staat ook op dit gebied de ontwikkeling niet stil. Voor het ontwikkelen van make-up wordt gebruikgemaakt van allerlei grondstoffen. Deze grondstoffen kunnen zowel natuurlijk als van chemische samenstelling zijn. Al deze producten moeten aan zeer hoge eisen voldoen, en werden dan ook getest door middel van dierproeven.

In Nederland en België is het al geruime tijd verboden om dierproeven uit te voeren met cosmetica omdat er voldoende alternatieven zijn, maar in o.a. Frankrijk is het in enkele gevallen nog wel toegestaan. Ook cosmetica die buiten de Europese Unie gemaakt zijn kunnen op dieren zijn getest. Omdat vooral de grotere merken steeds nieuwe producten bedenken, vinden er hier nog steeds de meeste dierproeven plaats. Vooral kleinere merken maken daarom vrijwel geen gebruik van dierproeven. Daarnaast komen steeds meer speciale dierproefvrije merken.

Betekenis[bewerken]

Het woord make-up is oorspronkelijk Engels en betekent in het Nederlands opmaak.