Nandadynastie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Omvang van het rijk van de Nanda's rond 325 v.Chr..

De Nandadynastie was in de 4e eeuw v.Chr. een dynastie van heersers over Magadha, een koninkrijk in het noorden van India. De dynastie wist niet lang aan de macht te blijven maar wordt belangrijk geacht omdat ze de eerste heersers in de Indiase geschiedenis waren die imperialistische ambities hadden. Ze veroverden vrijwel het hele noorden en delen van centraal-India. Hun rijk kan beschouwd worden als het eerste Indiase keizerrijk.

Imperialisme[bewerken]

Met de Nandadynastie kwam een einde aan de late Vedische periode, die gekenmerkt wordt door de mahajanapada's, regionale staatjes waarin het noorden van India verdeeld was. In een mahajanapada berustte de macht van de vorst op stamverbanden en kaste (sociale status). De Nanda's waren echter afkomstig uit de lagere shudrakaste en ze breidden hun macht ook uit over gebieden buiten het thuisland van de eigen stam.

De Purana's, hindoeïstische religieuze geschriften, zijn negatief over de lage afkomst van de Nanda's. Het feit dat personen uit de lagere kasten op de troon kwamen werd door de orthodoxe brahmanen als een slecht voorteken gezien, of als teken dat de Kali Yuga was aangebroken, het tijdperk van chaos waarin de natuurlijke orde omver geworpen zou worden.

De Nanda's worden ook in Griekse bronnen genoemd. Deze beweren dat ze een leger hadden met 200.000 voetsoldaten, 20.000 ruiters, 2000 strijdwagens en 3000 krijgsolifanten.[1] Zulke getallen zijn waarschijnlijk sterk overdreven, omdat de Griekse schrijvers de macht van de Nanda's als verklaring geven voor de muiterij en weigering van de troepen van Alexander de Grote verder India binnen te trekken. Desondanks is duidelijk dat de Nanda's een enorm leger hadden. Dit leger was te groot om in stand te houden met alleen belastingopbrengsten. Verdere gebiedsuitbreiding en plundering van buurstaten waren noodzakelijk geworden. Het imperialisme van de heersers van Magadha was een zelf-versterkend proces: hoe meer gebied veroverd werd, des te groter het leger moest zijn om het in handen te houden, en des te meer nieuw gebied veroverd moest worden.

Sommige bronnen beschrijven de belastingen die de Nanda's de bevolking oplegden als meedogenloos, en melden dat de dynastie erg impopulair was. Die impopulariteit zou de aanleiding van de val van de dynastie geweest zijn.

Politieke geschiedenis[bewerken]

De politieke geschiedenis van Magadha wordt beschreven in de Purana's en de geschriften van het boeddhisme en jainisme. De Nandadynastie volgde rond 360-345 v.Chr. op de Shishungadynastie, die volgens de Purana's door hofintriges ten einde kwam toen koning Kakavarna en zijn zoons werden vermoord. De naam van de usurpator en stichter van de Nandadynastie was volgens de Purana's Mahapadma Nanda. De boeddhistische bronnen noemen deze vorst Ugrasena. Volgens de Purana's was hij de zoon van de vorige koning en een vrouw uit de shudra-kaste, maar boeddhistische bronnen melden dat hij een roverhoofdman was, terwijl jainistische bronnen beweren dat zijn vader een kapper was. Dat Mahapadma wegens zijn lage kaste ongeschikt werd gevonden voor de troon wordt echter door alle bronnen bevestigd.

Onder de voorgaande Haryanka- en Shishungadynasties had Magadha al veel buurstaten onderworpen, maar Mahapadma Nanda breidde het rijk verder uit dan ooit tevoren. Hij heerste over de gehele Gangesvlakte, in het westen tot aan het gebied van de Kuru's en in het oosten tot Anga in de Gangesdelta, en onderwierp in het oosten het kustgebied Kalinga.

De bronnen zijn het eens dat de Nandadynastie uit negen koningen bestond. Volgens de Purana's waren de laatste acht allen zoons van Mahapadma, maar ze vermelden niet wat hun namen waren. De 10e-eeuwse boeddhistische tekst Mahabodhivamsa noemt de volgende namen:

  • Panduka
  • Pandugati
  • Bhutapala
  • Rashtrapala
  • Govishanaka
  • Dashasiddhaka
  • Kaivarta
  • Dhana Nanda

De laatste vorst zou geregeerd hebben ten tijde van Alexander de Grote's invasie in India (330 - 322 v.Chr.). Deze wordt in de Griekse bronnen Agrammes of Xandrames genoemd.[2] Volgens latere Indiase bronnen was hij een hebzuchtig heerser die de bevolking uitbuitte, wat ertoe leidde dat hij rond 320 v.Chr. werd afgezet door de avonturier Chandragupta Maurya, de stichter van de Mauryadynastie.

De Maurya's veroverden een nog veel groter rijk dat vrijwel heel India besloeg, waarvoor de Nanda's de basis hadden gelegd.