Rassenwetten van Neurenberg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Neurenberger wetten)
Ga naar: navigatie, zoeken
"Staatsblad" Deel I Nr. 100, waarin de drie wetten werden afgekondigd

Beluister

(info)

De rassenwetten van Neurenberg, ook wel anti-Joodse rassenwetten of Neurenberger (rassen)wetten genoemd, zijn drie racistische wetten die op 15 september 1935, ten tijde van het Derde Rijk, in Duitsland werden ingevoerd. Op 14 november 1935 volgden de eerste verordeningen ter uitvoering van de wetten.

De wetten kwamen voort uit de in die tijd in Europa en de Verenigde Staten algemeen geldende sociaal-darwinistische denkwijze.[1] De wetten waren bedoeld om de situatie aangaande het ontnemen van rechten van Joden, die in de jaren voorafgaand stapsgewijs was ontstaan, in wetgeving vast te leggen.

De wetten[bewerken]

In deze wetten werd het verboden voor Duitsers om te trouwen met Joden en Duitse Joden werden hun burgerrechten ontnomen. Op deze manier probeerden de nazi's Joden het leven zo zuur te maken dat ze 'vrijwillig' uit Duitsland zouden vertrekken. Later zou deze racistische wetgeving escaleren in de houding dat de Joden en andere 'inferieure elementen' uitgeroeid moesten worden en maakten ze de weg vrij voor de Holocaust. Na de Tweede Wereldoorlog werden deze wetten ingetrokken.

De Neurenberger Rassenwetten omvatten drie wetten:

  1. De Burgerschapswet gaf regels rond het Duitse staatsburgerschap en bepaalde wie Duitser was en wie niet. Duitser was hij/zij die Duits bloed had en door zijn/haar daden het vaderland diende.
  2. De Wet ter Bescherming van het Duitse Bloed en de Duitse Eer verbood alle seksuele relaties, huwelijken, tussen niet-Joodse Duitsers en Joden. Bestaande huwelijken bleven geldig.
  3. De Rijksvlaggenwet behelsde het voeren van de hakenkruisvlag als Duitse Rijksvlag.

Burgerschapswet[bewerken]

1rightarrow blue.svg (de) Tekst van de "Reichsbürgergesetz" op Wikisource
1rightarrow blue.svg (de) Tekst van de "Erste Verordnung zum Reichsbürgergesetz" op Wikisource

De Burgerschapswet (Reichsbürgergesetz) verdeelde de Duitse staatsburgers (Staatsangehörigen) in Rijksburgers (Reichsbürger) en niet-Rijksburgers. Alleen Rijksburgers hadden stemrecht en konden openbare functies bekleden. Alleen staatsburgers die bewezen, dat zij bereid en geschikt waren om het Duitse volk en Rijk te dienen, kwamen voor het Rijksburgerschap in aanmerking.

Het Reichsbürgergesetz was strikt neutraal geformuleerd. Door later bepaalde eisen aan de geschiktheidscriteria te stellen, konden alsnog bepaalde groepen worden uitgesloten. Pas de eerste verordening ter uitvoering van de wet van 14 november 1935 gaf een anti-semitische draai aan de wet. De verordening gaf alle bestaande staatsburgers een voorlopig Rijksburgerschap, behalve Volbloedjoden en Halfjoden die praktiserend waren of Joodse gezinsleden hadden.

Schema dat gebruikt werd om de indeling in Duitsers en Joden uit te leggen. Afbeelding met Nederlandse bijschriften. Klik voor vergroting op de afbeelding.

In de verordening werden de Joden onderverdeeld in Volbloedjoden, Halfjoden, Kwartjoden en praktiserende Kwartjoden. Praktiserende Halfjoden en Kwartjoden golden wettelijk als Volbloedjoden, ook wel Geltungsjuden genaamd.

  • Jood was hij die 75% of meer Joods bloed had, of 50% of meer Joods bloed had en:
a) uit een huwelijk was dat gesloten was na 17 september 1935, of met een Jood gehuwd was.
b) na 31 juli 1936 was geboren.
c) het joodse geloof aanhing.
d) kind was van 2 Mischlingen 1ste graad.
  • Mischling 1ste graad was hij die 50% niet-Joods bloed had.
  • Mischling 2de graad was hij die 75% niet-Joods bloed had. Huwelijken tussen Mischlingen 2de graad waren verboden.
  • Duits was hij die meer dan 75% niet-Joods bloed had.

Bloed en Eer-wet[bewerken]

1rightarrow blue.svg (de) Tekst van de "Blutschutsgesetz" op Wikisource
1rightarrow blue.svg (de) Tekst van de "Erste Verordnung zur Ausführung des Blutschutzgesetzes" op Wikisource

De Wet ter Bescherming van het Duitse Bloed en de Duitse Eer (Gesetz zum Schutze des deutschen Blutes und der deutschen Ehre of kortweg Blutschutzgesetz) was bedoeld om huwelijken en omgang tussen niet-Joodse Duitsers en Joden te verbieden. Het vermelde doel was het zuiver houden van het Duitse bloed en het zeker stellen van de toekomst van de Duitse natie.

Foto van een kleurling, met de titel "Erfelijk ziek! Rijnlandbastaard". De titel vermeldt verder: "Een levend symbool van het treurigste verraad aan het blanke ras."

Wie het huwelijksverbod overtrad, werd naar een tuchthuis gestuurd. Mannen die buiten het huwelijk om verboden omgang hadden kregen gevangenisstraf of tuchthuis. Verder was het Joden verboden om vrouwelijke burgers van Duits of aanverwant bloed, jonger dan 45 jaar, in dienst te hebben of om de nationale vlag te hijsen. Een overtreding van die laatste twee verboden werd bestraft met een jaar gevangenisstraf en/of een geldboete.

In de eerste verordening ter uitvoering van de wet, gedateerd 14 november 1935, werden de verboden aangescherpt. Buitenhuwelijkse omgang werd nu echter gedefinieerd als verboden geslachtsverkeer. De verordening ging vrijwel geheel over de omgang met Joden. De eenregelige paragraaf 6, die een algemene bepaling bevatte ter bescherming van de zuiverheid van het Duitse bloed, wordt door historici echter geduid als een (potentiële) uitbreiding van de werking tot bepaalde groepen van niet-Joden.[2] Een ministeriële circulaire van 26 november 1935 en een officieel commentaar in een publicatie in 1936 van de juristen Wilhelm Stuckart en Hans Globke verduidelijkte, dat werd gedoeld op zigeuners, negers en hun nakomelingen met Arische Duitsers.[2][3]

Rijksvlaggenwet[bewerken]

1rightarrow blue.svg (de) Tekst van de "Reichsflaggengesetz" op Wikisource

De Rijksvlaggenwet (Reichsflaggengesetz) voerde de hakenkruisvlag in en was op zichzelf niet racistisch. De wet had alleen met de andere twee wetten gemeen, dat ze samen werden afgekondigd. Op grond van artikel 4 bepaalde de Bloed en Eer-wet echter, dat Joden de hakenkruisvlag niet mochten hijsen. Daarentegen werd het uitdrukkelijk toegestaan, om onder staatstoezicht de Joodse kleuren te tonen.

Originelen[bewerken]

De originele ondertekende rassenwetten van Neurenberg werden aan het einde van de Tweede Wereldoorlog door Amerikaanse soldaten gevonden in een Duitse bankkluis. Zij werden vervolgens bezorgd aan generaal George Patton, die een bevel negeerde door de documenten uit Duitsland mee te nemen. The Huntington in Californië droeg de papieren over aan de National Archives and Records Administration waar ze in oktober 2010 te bezichtigen waren.[4]

Zie ook[bewerken]

Logo Wikisource
Meer bronnen die bij dit onderwerp horen, kan men vinden op de pagina Nürnberger Gesetze op de Duitstalige versie van Wikisource