Nicolás Maduro

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nicolás Maduro
Nicolas Maduro Moros.jpg
65ste President van Venezuela
Ambtstermijn 8 maart 2013 - heden
Voorganger Hugo Chávez
Geboren 23 november 1962
Geboorteplaats Caracas
Partner Cilia Flores
Politieke partij Verenigde Socialistische Partij van Venezuela
Vicepresident Jorge Arreaza (2013-2016), Aristobulo Isturiz (2016-2017), Tareck El Aissami (vanaf 2017)
Handtekening Handtekening
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Nicolás Maduro Moros (Caracas, 23 november 1962) is een socialistisch politicus uit Venezuela. Maduro is opgegroeid in de volkswijken van de Venezolaanse hoofdstad Caracas als zoon van een vakbondsman. Hij stond mee aan de wieg van de Movimiento Quinta República, de socialistische partij die Chávez in 1998 aan de macht en hem in het parlement bracht.

Na de dood van Hugo Chávez op 5 maart 2013 werd Maduro waarnemend president van Venezuela. De regeringsmeerderheid drukte dit door in strijd met de grondwet, die de waarneming had voorbehouden aan de voorzitter van het parlement. Om die reden boycotte de oppositie op 9 maart de beëdiging, die plaatsvond in een militaire kazerne bij de opgebaarde president.[1] Onder Chávez was Maduro vicepresident sinds 13 oktober 2012. Eerder was hij voorzitter van het parlement (2005) en minister van Buitenlandse Zaken (2006-2013).

Een maand na de dood van Chávez behaalde Maduro van de Partido Socialista Unionista de Venezuela (PSUV) tijdens de presidentsverkiezingen 50,66% van de stemmen. De kandidaat van de oppositie, de 40-jarige Henrique Capriles, behaalde 49,07% van de stemmen.

Door de parlementaire verkiezingen van december 2015 heeft de oppositie twee derde van de zetels in het parlement bemachtigd. De oppositie, verenigd in de Tafel van Democratische Eenheid (MUD), heeft 112 van de 165 in het parlement. De macht van de ruim 15 jaar regerende socialistische partij van Maduro is hierdoor flink verzwakt. De economie van Venezuela krimpt fors door de sterk gedaalde olieprijzen, stijgende prijzen, het gebrek aan werkgelegenheid, het gevoel van onveiligheid en het tekort aan basisgoederen zorgden voor veel ongenoegen bij de kiezers.[2] Maduro kwalificeerde de verkiezingsuitslag als „contrarevolutionair”, er wil de macht zoveel mogelijk behouden. Zo benoemde hij nog snel nieuwe raadsheren in het Hooggerechtshof die zijn partij steunen.[3]

Op 5 januari 2016 heeft Maduro verder de macht van het parlement beperkt.[4] Hij liet door het vertrekkende parlement de regels zo veranderen dat de president en niet het parlement bepaalt wie de directeuren zijn van de centrale bank van Venezuela. De oppositie was woedend over de maatregel, die Maduro nam een dag voor de eerste bijeenkomst van het nieuwe parlement.[4] In het voorjaar verzamelde de oppositie meer dan twee miljoen handtekeningen om een referendum af te dwingen over het lot van Maduro. Sindsdien werd door rechtbanken, kiesraad en regeringspartij alles in het werk gesteld om de volksstemming te traineren tot na 10 januari 2017. Vanaf die datum namelijk kan Maduro bij verlies van het referendum de macht overdragen aan zijn vice-president, en hoeven geen vervroegde verkiezingen plaats te vinden.