Odoaker (Vlaanderengouw)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Odoaker (afbeelding uit Flandria illustrata, 1641)

Odoaker of Otger (Latijn: Odacer, Audacer) was vermoedelijk de vader van Boudewijn met de IJzeren Arm, de eerste graaf van Vlaanderen. Hij was een obscuur persoon voor wie in latere eeuwen een genealogie is opgetuigd. In de 11e eeuw werd Odoaker voorgesteld als de zoon van Ingelram en als de derde graaf van Vlaanderen. In 1196 verklaarde de woudmeesterslegende hem tot de laatste van de drie forestiers van wie het grafelijk huis afstamde. Hij zou woudgraaf zijn geweest van 852 tot 864.

Er is gespeculeerd dat Odoaker afkomstig zou zijn geweest uit de streek van Laon en mogelijk verwant was met de Unruochingen.[1] Dat voorname geslacht had reeds drie gouwgraven geleverd in het gebied tussen Schelde en Noordzee: Hruoculf in de Doornikgouw (817), Unruoch in de Ternaasgouw (839) en Berengar.

Contemporaine bronnen over Odoaker zijn er niet. De vroegste genealogie over de graven van Vlaanderen, de Genealogia Arnulfi comitis Flandriae opgesteld kort na 960-962, vermeldt hem ook niet. De oudste bronnen over hem hebben het enkel over zijn afstammingsband met Boudewijn, zonder Odoaker enige titel of kwalificatie te geven.[2] Dat wijst op weinig aanzien.

Kort na de dood van graaf Boudewijn V van Vlaanderen in 1067 deed de Genealogia comitum Flandrensium een poging om de obscure afstamming van Boudewijn I op te helderen. Zijn vader Odoaker werd tot zoon verklaard van Ingelram, die zelf afstamde van Liederik, graaf van Harelbeke (lees: van de Kortrijkgouw). Het Liber Floridus verklaarde een halve eeuw later Liederik tot de eerste graaf van Vlaanderen. Voortbouwend op deze hoogstwaarschijnlijk fictieve genealogie, ontstond de woudmeesterslegende. Historicus Edward De Maesschalck beschrijft in zijn boek De graven van Vlaanderen 861-1384 de pogingen van middeleeuwse schrijvers om de afkomst van graaf Boudewijn glans te geven. Andreas van Marchiennes, prior van het klooster aldaar en kroniekschrijver, schreef net voor 1200 een boek over de Franse koningen, vlak na de vereniging in 1191 van het graafschap Vlaanderen met het graafschap Henegouwen. Andreas wilde de toenmalige graaf Boudewijn VIII van Vlaanderen, tevens Boudewijn V van Henegouwen, plezieren gezien zijn dochter Isabella van Henegouwen gehuwd was met de toenmalige Franse koning Filips II. Hij gaf een andere wending aan de eerder verzonnen genealogie van de Vlaamse graven: Liederik, ooit genoemd als graaf van Harelbeke en later zelfs als de eerste graaf van Vlaanderen, werd plots een 'forestarius' of 'woudmeester'. Tijdens de Karolingische periode heeft deze functie echter nooit bestaan.

Volgens De Maesschalck regeerde er wel een gouwgraaf met de naam Liederik tussen 792 en 836, waarschijnlijk in de streek van Sint-Omaars. Ingelram, vermeende zoon van Liederik, was dan weer een lid van het hofpersoneel van Karel de Kale en wordt als gouwgraaf genoemd in 853 in de streek tussen Schelde en Leie.

Bronnen[bewerken | brontekst bewerken]

  • E. De Maesschalck, De graven van Vlaanderen 861-1384, 2012.

Voetnoten[bewerken | brontekst bewerken]

  1. J.A. van Houtte, Algemene geschiedenis der Nederlanden, vol. I, Oudheid en vroege middeleeuwen tot het jaar 925, 1949, p. 319
  2. De Annales Blandinienses antiquiores, verloren maar overgenomen in latere kronieken, schrijven: a°862 : Baldwinum, filium Audacri. De Chronicum Vedastinum heeft het in de 10e eeuw over Odacrum, patrem Balduini comitis.