Naar inhoud springen

Boudewijn V van Vlaanderen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Boudewijn V van Vlaanderen
10121067
Boudewijn V van Vlaanderen
Graaf van Vlaanderen
(inclusief Artesië)
Periode 10351067
Voorganger Boudewijn IV van Vlaanderen
Opvolger Boudewijn VI van Vlaanderen
Markgraaf van Ename
Periode 10351067
Voorganger Boudewijn IV van Vlaanderen
Opvolger Boudewijn VI van Vlaanderen
Graaf van Zeeland
Periode 10351045
Voorganger Boudewijn IV van Vlaanderen
Opvolger Robrecht I van Vlaanderen
Familie
Vader Boudewijn IV van Vlaanderen
Moeder Otgiva van Luxemburg
"Boudewijn de Vijfde van Rijsel" volgens de Flandria illustrata (1641)

Boudewijn V van Vlaanderen (1012–1067) was graaf van Vlaanderen (toen nog inclusief het latere graafschap Artesië) van 1035 tot zijn dood. Hij trad ook op als markgraaf van Ename, maar werd vermoedelijk pas in 1062 formeel bevestigd in die functie.

Boudewijn was de oudste zoon van Boudewijn IV van Vlaanderen en Otgiva van Luxemburg, getrouwd rond 1012. Bij zijn meerderjarigheid trouwde hij met een onbekende vrouw, die overleed bij de geboorte van hun zoon Robrecht. Hij hertrouwde met Adela van Mesen, een dochter van koning Robert II van Frankrijk (1028). Van zijn vader kreeg hij nog weinig inspraak in het bestuur. Adela zou hem mede aangespoord hebben om een deel van de Vlaamse adel rond zich te scharen. Zijn vader werd hierdoor buitenspel gezet en moest zijn toevlucht zoeken aan het Hof van Robert van Normandië. In de zomer keerde hij terug met een klein leger, en trok hiermee op tot Oudenaarde (12 september 1028). De adel zwoer hem opnieuw trouw. In 1030 verzoenden vader en zoon zich. Boudewijn V kreeg nu ook taken in het bestuur.

Boudewijn volgde zijn vader op in 1035. Naast het graafschap Vlaanderen, een leengoed van het koninkrijk Frankrijk, erfde hij ook het markgraafschap Valencijn en het graafschap Zeeland, twee leengoederen van het Heilige Roomse Rijk. Zijn vader had Valencijn echter met Reinier II van Bergen geruild (1033) voor het strategische markgraafschap Ename,[1] belangrijk voor de verdediging van Gent en als een Vlaams bruggenhoofd op de Rijkse zijde van de Schelde. Deze onderlinge gebiedsruil werd afgekeurd door keizer Koenraad II, die ditmaal ook weigerde Boudewijn V formeel te belenen met Ename. Boudewijn hoopte een erkenning af te dwingen door deel te nemen aan de opstand van Godfried II van Lotharingen (1044–1045) maar die opstand mislukte. Koenraad verklaarde Boudewijn voor afgezet in al zijn Rijkse bezittingen. Zijn zoon of beide zonen werden ermee begiftigd, op basis van hun erfrecht.[2] Wellicht ontving Boudewijn VI het markgraafschap Valencijn, Robrecht het graafschap Zeeland.

In 1047 kwam Godfried II van Lotharingen ook in opstand tegen keizer Hendrik III, opnieuw met de steun van Boudewijn. Boudewijn hernieuwde de gebiedsruil Ename-Valencijn met Herman I van Bergen en bezette het markgraafschap Ename weer.[3] Hij nam ook deel aan Godfrieds veldtochten, waarbij hij het markgraafschap Antwerpen kon innemen. In 1049 sloot Godfried vrede met Koenraad. Boudewijn ontruimde Ename en Antwerpen weer. Het plotse overlijden van Herman I van Bergen (1050) bood echter nieuwe kansen. Boudewijn dwong zijn zoon Boudewijn VI te trouwen met Hermans weduwe Richilde. Langs deze weg werd Boudewijn VI graaf-gemaal over Bergen en Ename (1051). Het huwelijk werd ongeldig verklaard door de bisschop van Kamerijk. Toch bleef Boudewijn VI heersen waardoor het Vlaamse machtsblok groot en gevaarlijk was voor keizer Hendrik III.

De keizer trok ten strijde tegen vader en zoon Boudewijn in 1054 (met een veldslag te Maing) en 1055 (met een veldslag te Phalempin). Tijdens de vredesbesprekingen overleed hij echter. Keizerin Agnes wenste zo snel mogelijk vrede en stabiliteit in het Heilige Roomse Rijk. De Lorreinse adel verzoende zich met vader en zoon Boudewijn (1056). De gebiedsruil Ename-Valencijn bleef een hekel punt. Vermoedelijk werd hiervoor pas in 1062 een keizerlijke bekrachtiging afgeleverd, als een uitwerking van de staatsgreep van Kaiserswerth. Kort na deze staatsgreep wordt de gebiedsruil immers benadrukt in een oorkonde van de abdij van Ename (1063).[4]

Boudewijn onderhield banden met het graafschap Wessex. Toen Sweyn Godwinson verbannen werd, kreeg hij enige tijd onderdak aan het Vlaamse Hof (1049). In 1051 werd Godwinson opnieuw verbannen, ditmaal samen met zijn vader en twee broers. Het gezin kreeg wederom onderdak bij Boudewijn, maar het daaropvolgende jaar keerden de vier terug naar Wessex en kregen hun adellijke titels terug.

Om het bondgenootschap tussen Vlaanderen en Normandië aan te halen, huwelijkte Boudewijn zijn dochter Mathilde uit aan Willem van Normandië (1049). Zijn oudste zoon Robrecht trouwde met Geertruida van Saksen en werd zo graaf-gemaal over West-Friesland (1063).

In 1060 overleed koning Hendrik I van Frankrijk. Zijn troonopvolger Filips was nog minderjarig. Zoals gebruikelijk werd een van Filips' ooms aangeduid als voogd. Hierbij viel de keuze op Boudewijn, getrouwd met een zus van de overleden Hendrik.

Boudewijn overleed op 1 september 1067. Hij werd begraven in de Sint-Pietersabdij te Gent. Zijn weduwe Adela trok zich terug in het door haar gestichte vrouwenklooster te Mesen. Hier overleed ze in 1079.

Boudewijn V trouwde eerst met een onbekende vrouw. Ze kregen een zoon:

  1. Robrecht I de Fries

Uit zijn huwelijk met Adela van Mesen werden geboren:

  1. Boudewijn VI van Vlaanderen
  2. Mathilde van Vlaanderen

In de erfopvolging kregen de (jongere) kinderen uit het laatste huwelijk steeds voorrang op de (oudere) kinderen uit voorgaande huwelijken. Hierdoor werd Boudewijn V opgevolgd door Boudewijn VI.

Boudewijn V van Vlaanderen
(1012-1067)
Vader:
Boudewijn IV van Vlaanderen
(980-1035)
Grootvader:
Arnulf II van Vlaanderen
(960-988)
Overgrootvader:
Boudewijn III van Vlaanderen
(940-962)
Overgrootmoeder:
Mathilde van Saksen
(942-1008)
Grootmoeder:
Suzanna van Italië
(950-1003)
Overgrootvader:
Berengarius II
(900-966)
Overgrootmoeder:
Willa van Toscane
Moeder:
Otgiva van Luxemburg
(986-1030)
Grootvader:
Frederik van Luxemburg
(965-1019)
Overgrootvader:
Siegfried van Luxemburg
(922-998)
Overgrootmoeder:
Hedwig van Nordgau
(937-993)
Grootmoeder:
Irmentrude van Gleiberg
Overgrootvader:
Heribert von Gleiberg
Overgrootmoeder:
Irmtrud von Avalgau