Boudewijn VI van Vlaanderen
| Boudewijn VI van Vlaanderen Boudewijn I van Henegouwen | ||
|---|---|---|
| ±1030–1070 | ||
| Graaf-gemaal over Bergen en Valencijn | ||
| Periode | 1051–1070 | |
| Voorganger | Herman I van Bergen | |
| Opvolger | Arnulf III van Vlaanderen | |
| Graaf van Vlaanderen (inclusief Artesië) | ||
| Periode | 1067–1070 | |
| Voorganger | Boudewijn V van Vlaanderen | |
| Opvolger | Arnulf III van Vlaanderen | |
| Familie | ||
| Vader | Boudewijn V van Vlaanderen | |
| Moeder | Adela van Mesen | |
Boudewijn VI van Vlaanderen (±1030 – 1070) was vanaf 1067 graaf van Vlaanderen. Hij heerste toen reeds als graaf-gemaal over het graafschap Bergen en het markgraafschap Valencijn, waardoor hij ook bekendstaat als Boudewijn I van Henegouwen hoewel het graafschap Henegouwen pas ontstond in 1071.
Boudewijn was de jongste zoon van Boudewijn V van Vlaanderen. Toen Boudewijn V in ongenade viel, beleende de Hofdag Boudewijn VI met het markgraafschap Valencijn (april 1045). Zijn machtige vader legde deze sanctie naast zich neer en ruilde het markgraafschap met Herman I van Bergen, tegen het strategische markgraafschap Ename (1047). In 1050 overleed Herman. Om te vermijden dat een erfgenaam afstand nam van de onrechtmatige gebiedsruil, drong Boudewijn V er bij Boudewijn VI op aan dat hij trouwde met Hermans weduwe Richilde. De kinderen van Herman en Richilde werden zo immers buitenspel gezet.
In 1051 trok Boudewijn VI met een klein leger naar Bergen en vroeg Richilde ten huwelijk, waarmee hij openlijk inging tegen keizer Hendrik III.[1] Richilde stemde in met het huwelijk en Boudewijn VI werd door de adel erkend als graaf-gemaal.[2] De keizer erkende het huwelijk niet en hij kreeg bijval van de bisschop van Kamerijk. Boudewijn en Richilde waren immers kozijnen, waardoor het huwelijk in strijd was met het canoniek recht. Het echtpaar werd in de ban geslagen. Toch bleef Boudewijn heersen. In 1056 overleed de keizer, met keizerin Agnes als regentes. Zij wenste zo snel mogelijk vrede en stabiliteit in het Heilige Roomse Rijk. Paus Victor II gaf een pauselijke dispensatie voor het huwelijk en de Lorreinse adel verzoende zich met Boudewijn. De omstreden gebiedsruil Valencijn/Ename kreeg vermoedelijk erkenning na de staatsgreep van Kaiserswerth (1062).
In 1065 herbouwden Boudewijn en Richilde de abdij van Hasnon, waarin ze later begraven wilden worden. In 1067 volgde Boudewijn zijn vader op als graaf van Vlaanderen. Terwijl zijn vader in het markgraafschap Ename de abdij van Ename gesticht had, bracht Boudewijn in 1068 de abdij van Dikkelvenne over naar Geraardsbergen.
Toen Boudewijn met gezondheidsproblemen te kampen kreeg, hield hij een hofdag te Oudenaarde. Aangezien zijn oudere halfbroer Robrecht I van Vlaanderen uitgesloten was van de opvolging, erkende de adel Boudewijns oudste zoon, Arnulf, als de volgende graaf. Boudewijn overleed op 17 juli 1070. Een deel van de adel liep over naar Robrecht, wat leidde tot de Slag bij Kassel (1071).
Nageslacht
[bewerken | brontekst bewerken]Van Boudewijn en Richilde zijn drie kinderen bekend:
- Arnulf III, kortstondig graaf van Vlaanderen en Henegouwen
- Boudewijn II, graaf van Henegouwen
- (misschien) Gilbert van Gent, gehuwd met Alice de Montfort
Voorouders
[bewerken | brontekst bewerken]| Overgrootouders | Arnulf II van Vlaanderen (960–988) ∞ 968 Suzanna van Italië (950–1003) |
Frederik van Luxemburg (965–1019) ∞ 995 Irmtrud van de Wetterau (957–1020) |
Hugo Capet (941–996) ∞ Adelheid van Poitiers (952–1004) |
Willem I van Provence (956–993) ∞ 1003 Adelheid van Anjou (645–1026) | ||||
| Grootouders | Boudewijn IV van Vlaanderen (980–1035) ∞ 1012 Otgiva van Luxemburg (986–1030) |
Robert II van Frankrijk (972–1031) ∞ Constance van Arles (986–1034) | ||||||
| Ouders | Boudewijn V van Vlaanderen (1012–1067) ∞ 1028 Adela van Mesen (1014–1079) | |||||||
- ↑ Chronicon van Sigisbert van Gembloers: Balduinus Flandrensis invaso Hagionensium comitatu contra imperatorem rebellat.
- ↑ Annales Elnonenses: Balduinus interim junior, Adele filius, consensu patris accepta [Richilde] uxore, castellum Monz obtinuit post pascua.