Onderduikershol (Valthe)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Onderduikers Valtherbos 1942-1945

Het onderduikershol bij Valthe, bij het op 11 april 1984 geplaatste monument, was één van de twee schuilplaatsen in het Valtherbos tussen Valthe en Emmen die tijdens de Tweede Wereldoorlog werd uitgegraven en werd bewoond door een groep Joodse onderduikers. In beide bosholen, door de duikers zelf "keet" genoemd, zaten in wisselende samenstelling in totaal zestien Joden. De namen van deze zestien Joden zijn: Louis (Loek) Bachrach; Ab (Alfred) van Dien; Samuël From en Sara From-Kropveld; hun kinderen Adolf, Roza en Bernard; Grietje de Jonge-Kropveld, Mozes Gudema en Dina de Levie; Maurits Jakobs en Rosa van Dam; Leo Kropfeld; Jacob Kropfeld; Sitta Meiboom-Speier en haar dochter Bep Carla Meiboom. De maquette bij het onderduikershol geeft de namen niet geheel juist weer.

De oorlogsjaren[bewerken]

Na gewaarschuwd te zijn over een ophanden zijnde razzia vertrok een zestal joden in oktober 1942 uit Emmen en arriveerden in het holst van de nacht bij Bertus Zefat, een kippenhouder te Valthe. Zefat had toen al twee onderduikers. In de loop der tijd zouden er nog acht duikers bij komen. Aanvankelijk hield Zefat de vluchtelingen in een van zijn kippenhokken achter zijn huis verborgen. Na ontdekking vluchtten ze, op advies van Zefat, het Valtherbos in om daar met primitief gereedschap een schuilplaats in de harde bosgrond uit te graven. Deze schuilplaats bestond eerst uit een woonhol van 6 bij 3 meter. Vanwege het gestaag groeiende aantal onderduikers werd er later een afzonderlijk hol bijgemaakt voor de vrouwen. Tezamen vormden ze de eerste schuilplaats die werd afgedekt met stammen, takken en bladeren.

In 1943 werd deze schuilplaats toevallig ontdekt door de aan de rand van het bos wonende Pieter Drenth (Ol Pieter). Voor de onderduikers had deze ontdekking als gevolg dat zij ook deze schuilplaats moesten verlaten om 500 meter verder een nieuw hol uit te graven.

De onderduikers werden verzorgd door een groep mensen, onder bezielende leiding van de hiervoor gememoreerde Albertus Zefat. Op 27 juli 1944 werd Zefat, na verraad, gearresteerd maar weigerde ook maar iets los te laten. Hij werd ter plekke gefusilleerd. Na Zefats dood werd de hulp aan de onderduikers door de anderen, waaronder Zefats weduwe Aaltje, voortgezet. Minder bekend is dat ook Jan Hendriks (1905-1944) zijn leven heeft gegeven om de joden te kunnen redden. Hij stierf onder erbarmelijke en onmenselijke omstandigheden in het concentratiekamp te Husum. Van Dien schreef over Jan Hendriks de volgende indringende regel: "Wij weten niets, alleen dit ene dat hem op één lijn stelt met Bertus, hij zweeg. Dit weten wij, omdat we leven. Wij leven door Bertus Zefat en Jan Hendriks."

De onderduikers verbleven in het tweede hol tot 11 april 1945, een dag na de bevrijding van Emmen, toen ook het gebied bij Klijndijk en Valthe door Poolse geallieerden bevrijd werd.

Na de oorlog[bewerken]

Monument Onderduikershol Valthe
Onderduikershol Valthe (reconstructie 2003-2004)

Op de plaats van het eerste onderduikershol werd op 11 april 1984 een gedenksteen geplaatst. Dit monument is geplaatst door Welzijnswerk Valthe, Buurtvereniging Klijndijk (nu Dorpsbelang), de onderduikers en de mensen van het verzet. Het opschrift luidt:

ONDERDUIKERSHOL
Van december 1942
tot de zonovergoten bevrijding
op 11 april 1945
vonden opgejaagden hier in het
Valtherbos bescherming door
hulp van enkelen der sterksten
uit dit Drentse land

De tekst op de steen is niet geheel juist omdat de onderduikers het einde van de oorlog niet "hier" (de plek waar het eerste hol ligt en het monument staat), haalden maar in het tweede hol, 500 meter verder het bos in.

Twintig jaar later was van het eerste onderduikershol niet meer over dan een ondiepe begroeide kuil. Besloten werd om op dezelfde plaats een replica te bouwen die zo goed mogelijk moest lijken op het oorspronkelijke hol. Op 20 april 2004 werd het nieuwe hol officieel geopend door de toenmalige burgemeester T.Slagman. Als eerste betraden mevrouw J. Schrapstein-Gudema, dochter van de onderduikers Mozes en Dina Gudema, en Aaltjo Oldenburger, voormalig verzorger van de onderduikers, het hol. Het oorspronkelijke plan was dat de opening zou geschieden door Ab (Alfred) van Dien, maar hij was die dag afwezig vanwege ziekte. Door familie van voormalige onderduikers werd een informatiepaneel onthuld.

In juni 2007 werden twee glasplaten vernield, die deel uitmaakten van de maquette van het monument die bij het onderduikershol geplaatst is.

Jaarlijks worden de gebeurtenissen rond het onderduikershol op 4 mei herdacht door het houden van een stille tocht naar het monument in het Valtherbos. Groep 7/8 van basisscholen uit Klijndijk en Valthe hebben het monument geadopteerd in het kader van het landelijk onderwijsproject Adopteer een monument. Jaarlijks vindt er in de week voor 4 mei een plechtigheid plaats waar de leerlingen van groep 8 de verantwoordelijkheid voor het monument overdragen aan de volgende jaargang leerlingen. Hierbij wordt een bloemstuk geplaatst, worden gedichten gelezen, en leggen leerlingen ook individueel bloemen bij het monument.

Op 17 april 2014 werd het onderduikershol in het Valtherbos uitgeroepen tot winnaar van de Aanmoedigingsprijs Oorlogsmonumenten 2014. De prijs werd uitgereikt aan het oorlogsmonument dat het best beheerd en behouden werd en dat het meest onder de aandacht werd geplaatst. Het voortbestaan van oorlogsmonumenten zou daarmee het beste gediend zijn. De prijs werd in het leven geroepen door de provincie Drenthe.