Ontwikkelingsgericht onderwijs

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Ontwikkelingsgericht onderwijs (ogo) is een onderwijsvisie.

De visie legt de nadruk op de ontwikkeling van de leerlingen en is daarbij schatplichtig aan de leerpsychologie van Lev Vygotski. Hij verbindt een leerlinggerichte pedagogiek met een activerende didactiek. Een centraal concept is daarbij Vygotski's zone van naaste ontwikkeling, het verschil tussen wat het kind zonder hulp kan en wat het met hulp kan.

Tot de grondleggers van het ogo behoren Frea Janssen-Vos, Bea Pompert, Niko Fijma, Jacques Carpay, Carel van Parreren, Bert van Oers en Henk Vink. Evenals langer bestaande vormen van vernieuwingsonderwijs als het montessorionderwijs en het daltononderwijs, en in Vlaanderen ook het ervaringsgericht onderwijs, heeft ogo een plaats in het curriculum van de Nederlandse pabo's en de Vlaamse normaalscholen.

In 1997 werd de Academie voor Ontwikkelingsgericht Onderwijs (OGO-Academie) opgericht. De OGO-Academie is een vereniging van leden en stimuleert de ontwikkeling van de theorie en praktijk van ogo in Nederland, bijvoorbeeld door het organiseren van haar tweejaarlijkse OGO-Conferentie, studiedagen en netwerkbijeenkomst. Ook levert de OGO-Academie financiële bijdragen aan publicaties en onderzoek, bijvoorbeeld van de leerstoel Cultuurhistorische Onderwijspedagogiek. Deze VU-leerstoel wordt momenteel (2013) bekleed door Bert van Oers. De Hogeschool Inholland stelde in 2005 een lectoraat Ontwikkelingsgericht Onderwijs in. Dit lectoraat wordt thans (2011) vervuld door dr. Dorian de Haan, sinds 1981 verbonden aan de vakgroep ontwikkelingspsychologie van de Universiteit Utrecht.

Externe link[bewerken]