Operatieassistent

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een operatieassistent aan het werk
(persoon links op de foto)

Een operatieassistent is een persoon, met eventueel een verpleegkundige achtergrond, die tijdens een operatie de snijdend specialist assisteert.[1]

Functie[bewerken]

Een operatieassistent heeft drie kerntaken: instrumeren, assisteren en omlopen. Tijdens de operatie geeft de instrumenterende de juiste instrumenten en benodigdheden aan de snijdend specialist. De assisterende is tijdens de operatie het tweede paar handen van de snijdend specialist en houdt bijvoorbeeld wondhaken vast, zorgt dat het wondgebied schoon blijft door de zuigslang te gebruiken of te deppen met gazen. Vaak sluit de instrumenterende of assisterende het wondgebied na de operatie door hechtingen te plaatsen. De omloop is tijdens de operatie de schakel tussen steriel en onsteriel. Deze kan steriele instrumenten, gazen, hechtingen e.d. aangeven door de onsteriel verpakking te openen en zonder aan te raken de inhoud aan te reiken aan de instrumenterende. Een instrumenterende of assisterende operatieassistent behoort samen met de snijdend specialist en eventueel arts-assistent tot het steriele team. De omloop en anesthesiemedewerker behoren niet tot het steriele team.

Opleiding[bewerken]

Nederland[bewerken]

De opleiding is een inservice opleiding op Hbo-niveau, (NLQF/EQF niveau 6) en duurt drie jaar. Een inservice opleiding wordt verzorgd door het ziekenhuis, om toegelaten te worden tot de opleiding Operatieassistent dient men te solliciteren naar de functie Operatieassistent in opleiding (i.o.), dit is bij veel ziekenhuizen in Nederland mogelijk. De operatieassistent in opleiding volgt het eerste halfjaar van zijn of haar opleiding een theorieblok, de beroepsvoorbereidende periode (BVP). Tijdens deze periode ontvangt de operatieassistent in opleiding 'zakgeld' van het ziekenhuis, de hoogte hiervan kan verschillen per ziekenhuis. In dit blok dienen alle toetsen en opdrachten met een voldoende afgesloten te worden. Na dit halfjaar start de beroepsbegeleidende periode (BBP), deze duurt 2,5 jaar en bestaat vooral uit de praktische opleiding tot operatieassistent in het betreffende ziekenhuis. Tijdens de BBP zijn er verschillende verdiepingsweken waarin de operatieassistent in opleiding theorie krijgt over specialistische onderdelen van de chirurgie zoals plastische chirurgie, gynaecologie en urologie. In deze periode verdient de operatieassistent loon, ieder jaar gaat dit bedrag omhoog. Het is in sommige ziekenhuizen ook mogelijk om de opleiding in 2,5 jaar te volgen indien men over een Hbo-diploma Verpleegkunde beschikt.