Orde van de Bevrijding (Frankrijk)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Orde van de Bevrijding
Versiersel
Versiersel
Uitgereikt door Vlag van Frankrijk Frankrijk
Type Orde van verdienste
Bestemd voor grootse daden in de strijd om de bevrijding van Frankrijk
Statistieken
Instelling 17 november 1940
Laatst uitgereikt 1946, maar er zijn 2 uitzonderingen gemaakt.
Totaal uitgereikt 1060 personen, 5 steden, organisaties en 18 militaire eenheden
Postume
uitreikingen
260 maal verleend
Volgorde
Volgende (hoger) Legioen van Eer
Volgende (lager) Militaire Medaille
Portaal  Portaalicoon   Ridderorden

De Orde van de Bevrijding (Frans: "Ordre de la Libération") werd op 17 november 1940 door de "leider der vrije Fransen" Generaal Charles de Gaulle ingesteld in een door hem in Brazzaville, de hoofdstad van het toenmalige Frans Equatoriaal Afrika, en dus op Frans grondgebied, "in naam van het Franse volk en het Franse rijk" uitgevaardigde ordonnantie. In januari 1941 werden de reglementen van deze ridderorde in Londen vastgesteld. De leden mogen zich "Compagnon de la Libération" (Gezel van de Bevrijding) noemen.

De Orde is de tweede Nationale Orde van Frankrijk na het Legioen van Eer en werd 1059 maal verleend. De orde wordt toegekend voor "grootse daden in de strijd om de bevrijding van Frankrijk" (Hauts-faits pour et lors de la Libération de la France). Meestal gaat het om soldaten of verzetsstrijders,dappere strijders tegen het fascisme, maar ook steden en regimenten werden onderscheiden. Bijzonder zijn de in de oorlog onder een pseudoniem verleende onderscheidingen; de beroemde verzetsstrijder Jean Moulin werd op 17 oktober 1942 als "korporaal Mercier" in deze orde opgenomen.

De orde is in totaal 1060 keer verleend: 1038 keer aan personen (waaronder zes vrouwen), 18 keer aan militaire eenheden (waarvan twee oorlogsschepen) en vijf keer aan steden (Nantes, Grenoble, Parijs, Vassieux-en-Vercors en Île-de-Sein. 260 personen werden postuum in de orde opgenomen, waaronder vier van de zes vrouwen. 65 werden tijdens de oorlog gedood.

De kinderen of weduwen van de "Compagnons de la Libération" mogen het kruis van de orde op hun rechterborst dragen.

Bijna alle opnames dateren van tijdens of onmiddellijk na de oorlog. Toen de Gaulle in 1946 aftrad als hoofd van de voorlopige regering bepaalde hij dat bepaalde dat de orde niet meer zou worden verleend. Tweemaal heeft de generaal daarvan afgeweken : voor de Britse oorlogsleider Winston Churchill (in 1958) en de Britse koning George VI (postuum in 1960).

Doordat de orde niet meer wordt toegekend is de overgrote meerderheid van de Gezellen van de Bevrijding intussen overleden. Medio 2017 waren er nog 11 in leven.

Generaal de Gaulle was de enige grootmeester van de Orde. In 1947 werd hen een ketting van grootmeester overhandigd. Hij zou die ketting dragen op zijn officieel portret als president van Frankrijk (1985-1969). Na het overlijden van de Gaulle in 1970 besliste de Raad van de Orde dat er geen nieuwe grootmeester zou worden benoemd.

In het Fort Mont Valérien, de Franse "Waalsdorpervlakte", even buiten Parijs, wacht een lege tombe op de laatste van de "compagnons" die daar na een staatsbegrafenis met militaire eer zal worden bijgezet.

Een verwante, maar minder exclusieve onderscheiding, is de Verzetsmedaille.

de baton in de kleuren van het lint van de Orde van de Bevrijding.
Keerzijde van de medaille

Het kruis van de Orde van de Bevrijding

Het kleinood van de orde is een op een schild gelegd "Kruis van Lotharingen" dat op een zwaard rust.Op de keerzijde staan de woorden "Patriam Servando Victoriam Tulli" (Latijn: "Door zijn land te dienen bracht hij de overwinning"). Het lint is groen (de kleur van de hoop) met twee zwarte biezen en een zwarte streep door het hart van het lint als symbool van rouw en verdriet.
De compagnons dragen hun onderscheiding op de linkerborst.

Zie ook: lijst van historische orden van Frankrijk.

Bronnen[bewerken]

Externe links[bewerken]