Zoek dit woord op in WikiWoordenboek

Osteopathie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

Osteopathie is een alternatieve geneeswijze. Osteopathie gaat uit van de veronderstelling dat een verminderde beweeglijkheid, van weefsels en structuren in het lichaam, een nadelige invloed op de gezondheid kan hebben. Osteopaten zouden in staat zijn om een dergelijke disfunctie met hun handen op te sporen en weer beweeglijker te maken. Er wordt op kleine schaal wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de werkzaamheid van de behandelmethode.[1]

Osteopathie is een manuele, dus met de handen uitgevoerde, methode die is gebaseerd op principes uit de anatomie, embryologie, neurologie en fysiologie. Onderzoek en behandeling vinden plaats vanuit een totaalbenadering van de klacht. Daartoe worden het bewegingsapparaat (beenderen, gewrichten en spieren), het orgaansysteem (inwendige organen met bloedvaten en lymfestelsel) en het craniosacrale systeem (schedelbotten, hersenvliezen, ruggenmergsvlies en hersenvochtcirculatie) onderzocht op bewegingsverlies. Uitgangspunt hierbij is dat het lichaam een eenheid is. De drie genoemde systemen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en beïnvloeden elkaar continu.

De belangrijkste redenen om een osteopaat te bezoeken zijn[2] rugpijn (lumbago, ischias) en stressgerelateerde problemen.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

De naam osteopathie stamt van de Oudgriekse woorden ὀστέον, ostéon ("bot") en πάθος, páthos ("toestand" of "lijden") en men zou dus verwachten dat dit (de studie van) botziekte betekent. In de alternatieve geneeskunst heeft het echter een wat andere betekenis en de term wordt in de reguliere geneeskunde niet gebruikt.

Het woord osteopathie betekent letterlijk ”ziekte van de beenderen”. Osteopathie is het gedachtegoed van de Amerikaanse arts Andrew Still. Hij meende dat bij veel ziekten de oorspronkelijke oorzaak te vinden is in het mobiliteitsverlies van beenderen of gewrichten. Hij combineerde de toenmalige medische kennis met zijn eigen overtuiging dat als lichaamsweefsels hun beweeglijkheid verliezen dit nadelige effecten op de gezondheid heeft. Still ontwikkelde deze methode om met zijn handen minder beweeglijke weefsels op te sporen, de beweeglijkheid ervan te kunnen herstellen en zo ziekten te kunnen genezen of voorkomen.[3] Op 2 juni 1874 gaf hij zijn methode de naam osteopathie.

Onderzoek en behandeling[bewerken | brontekst bewerken]

Het onderzoek is op beweeglijkheid gericht. Bewegingsverlies heeft volgens de osteopathie een negatief effect op het functioneren van het betreffende weefsel en er kunnen, doordat de verschillende delen van het lichaam onderling door bindweefsel zijn verbonden, ook symptomen optreden op andere locaties in het lichaam. Bewegingsbeperkingen kunnen bijvoorbeeld ontstaan door littekens na operatie, verkleving van weefsels door ontstekingen en door stress. De behandeling bestaat uit het herstellen van de oorspronkelijke beweeglijkheid door middel van zachte handgrepen. Daardoor zou een natuurlijk genezingsproces plaats gaan vinden. Hiermee wordt bedoeld dat het lichaam na behandeling in principe vanzelf terugkeert naar de oorspronkelijke toestand, waarin alle fysiologische functies - die onlosmakelijk zijn verbonden met de toestand van de anatomische structuren - weer op een gezonde manier uitgevoerd kunnen worden door het lichaam, tenzij er sprake is van een dysfunctie die alleen operatief of met medicatie kan worden opgelost. Met de behandeling streeft men feitelijk naar herstel van de fysiologische homeostase.

Aanvullende geneeskunde[bewerken | brontekst bewerken]

Unbalanced scales.svg De neutraliteit van dit gedeelte wordt betwist.
Zie de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie.

Osteopaten verlenen zorg in de eerste lijn en beschouwen hun behandelmethodiek als complementair aan de reguliere geneeskunde. Een osteopaat zal op basis van een anamnese en differentiële diagnose vaststellen of een patiënt al dan niet doorverwezen moet worden naar een arts. Osteopaten in Nederland en België behandelen vaak, maar niet uitsluitend, chronische klachten, waarbij met behulp van beeldvormend medisch onderzoek en laboratoriumonderzoek (klinische chemie) geen duidelijke afwijkingen naar voren zijn gekomen.

Uit onafhankelijke meta-analyse, zoals die gemaakt door het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg[2], bleek dat osteopathie werkzaam zou kunnen zijn bij chronische en subacute nekpijn (cervicalgie). Osteopathie bleek weinig klinisch relevant bij lage rugpijn. Er is geen bewijs voor de werkzaamheid bij zuigelingen[4] (bijv. kolieken of reflux), fibromyalgie, asthma, enuresis bij kinderen, pneumonie, pijnlijke maandstonden[5], dysmenorrhoea of chronische vermoeidheid. Bovendien houden deze behandelingen, zeker bij baby's, altijd een risico in. Zo overleed in 2009 in Nederland een baby van drie maanden oud na een behandeling door een osteopaat die craniale osteopathie uitoefende.[6]

Erkenning[bewerken | brontekst bewerken]

Osteopathie is, evenmin als homeopathie, acupunctuur en chiropraxie, in de Benelux een medisch erkende behandelwijze. Ze wordt meestal door niet-artsen uitgeoefend. In 1997 werd door het Europees Parlement een resolutie aangenomen over de status van de niet-conventionele behandelingswijzen; dit leidde tot wetenschappelijk onderzoek in opdracht van de Europese Commissie (EU COST B4) dat concludeerde dat niet vastgesteld kon worden dat osteopathische behandelingswijzen medisch effectief zijn.[7]

Internationaal[bewerken | brontekst bewerken]

In de geneeskunde zijn manipulatieve technieken, behalve in de fysiotherapie, niet gebruikelijk. Osteopathie is een vlag die veel verschillende ladingen dekt. In de Verenigde Staten kent de osteopathie een meer wetenschappelijk gerichte opleiding, gelijk staand aan die van artsen, met inbegrip van stages in ziekenhuizen. In veel Amerikaanse staten wordt de 'dokter in de osteopathie' die een dergelijke opleiding volgde, erkend als een arts met bevoegdheid tot onderzoek, het stellen van diagnoses en het voorschrijven van medicatie.[8] In sommige landen, zoals het Verenigd Koninkrijk, bestaat er ook een officiële vorm van osteopathie die zich bezighoudt met het behandelen van problemen van het bewegingsstelsel. In Frankrijk wordt de term osteopathie gebruikt als een synoniem voor manuele therapie en bestaan er ook universitaire opleidingen, die zich alleen op problemen richten van het bewegingsstelsel.

Nederland[bewerken | brontekst bewerken]

Osteopathie is in Nederland geen gereglementeerd beroep. Dat betekent dat iedereen het beroep mag uitoefenen. Verschillende verenigingen van osteopaten hebben een erkenningsregister opgesteld. Voorbeelden zijn de Nederlandse Vereniging voor Osteopathie (NVO), het Nederlands Register voor Osteopathie (NRO) en de Nederlandse Osteopathie Federatie (NOF). De NOF registreert enkel osteopaten met een medische vooropleiding zoals fysiotherapie of arts.[9] Het NRO registreert ook osteopaten zonder een medische vooropleiding, ze dienen wel te voldoen aan door de organisatie gestelde normen voor medische basiskennis.[10] In Nederland kan een opleiding tot osteopaat worden gevolgd in Amsterdam of Zeist.

België[bewerken | brontekst bewerken]

Sinds begin jaren ’70 zijn er osteopaten werkzaam in België en werden er verschillende pogingen ondernomen om een officieel statuut als zorgberoep te verkrijgen.

In 1999 werd de wet Colla goedgekeurd. Deze wet geeft de 4 niet conventionele geneeswijzen, waaronder osteopathie, de mogelijkheid om te ijveren voor een erkenning als volwaardig medisch beroep.  

In 2003 werden bij koninklijk besluit beroepsorganisaties van niet-conventionele geneeswijzen erkend.Omdat verdere uitvoeringsbesluiten echter uitbleven, dagvaardden de beroepsvereniging Register voor de Osteopaten van België (ROB) en het International Academy of Osteopathy (IAO) in 2008 de Belgische Staat.[11]

In 2010 publiceerde het KCE een rapport over de efficiëntie van osteopathie. Zij concludeerde dat de effectiviteit beperkt is. Enkel voor nekpijn en in mindere mate voor lage rugpijn zag zij geringe effectiviteit. Daarom werd aanbevolen niet te voorzien in terugbetaling via ziekteverzekering.[2] Op 22 januari 2010 werd de Belgische staat door de rechtbank van eerste aanleg van Brussel veroordeeld tot een dwangsom van € 5.000 per maand, die zij vanaf juni 2010 maandelijks aan de twee verenigingen zou moeten afdragen.

In 2011 installeerde minister Onkelinx de kamer voor osteopathie en de paritaire commissie, zoals voorzien in de wet Colla. Deze kamer formuleerde verschillende adviezen, omtrent opleiding en uitoefening van het beroep.

In 2013 was er bijna een akkoord over de erkenning van de osteopathie, onder bepaalde voorwaarden. Dit akkoord werd op de valreep verworpen, mede door toedoen van 6 Belgische universiteiten en de artsenverenigingen.

Sinds 2014 is er een fusie ontstaan tussen verschillende beroepsverenigingen, wat leidde tot Osteopathie.be (BVBO-UPOB) de grootste beroepsvereniging[12] in 2021.

De Kamer voor Osteopathie, een officieel orgaan van het ministerie van Volksgezondheid, besloot in 2012 om het niveau van de opleiding tot osteopaat vast te leggen op een masterniveau.

De Université Libre de Bruxelles richt, sinds het academiejaar 2004-2005, een zesjarige universitaire opleiding osteopathie in op de campus Faculté des Sciences de Motricité (FSM). Deze opleiding is de enige officiële gesubsidieerde opleiding in België[13]. De beroepsverenigingen streven ook in Vlaanderen naar een officieel gesubsidieerde opleiding van masterniveau in samenwerking met of ingericht binnen de faculteit geneeskunde.

Verder zijn er zowel in de Vlaamse als in de Franse Gemeenschap private instituten[14] [15] [16] [17] die een opleiding in de osteopathie aanbieden.

Deze vier instellingen zijn niet NVAO-geaccrediteerd[18] maar hebben (allen) een samenwerking met een buitenlandse onderwijsinstelling die een master aflevert.

Controverse[bewerken | brontekst bewerken]

De negentiende eeuwse opvattingen van dr. Still over de oorzaak van ziekte dateren uit de tijd voordat bacteriën, virussen en andere oorzaken bekend waren. De oorspronkelijke filosofie van Still moet dan ook in de tijd worden geplaatst waarin deze is ontstaan. Inmiddels heeft de osteopathie zich verder ontwikkeld, al blijven er van land tot land en school tot school verschillende interpretaties bestaan.

Zonder twijfel de meest controversiële van de verschillende stromingen, is craniale ostepathie. Hierbij gaat men ervan uit dat naast de wervelkolom ook de schedelbeenderen een zekere mate van (minimale) beweeglijkheid vertonen en dat deze beweeglijkheid met de handen voelbaar is. Verder neemt men aan dat er een fluctuatie plaatsvindt van het hersenvocht en dat manuele manipulatie van de schedelbeenderen, de wervelkolom en de liquor een therapeutisch effect heeft. Het bestaan van de genoemde fluctuaties is wel onderzocht maar niet bewezen. Het Belgische Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg bevestigt in haar onderzoeksrapport over osteopathie en chiropraxie dat er "geen enkel bewijs is gevonden voor de viscerale en cranio-sacrale osteopathie".[2]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]