Overloopwissel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Overloopwissel op een hogesnelheidstraject in Duitsland

Een overloopwissel of wisselverbinding is een gekoppeld wissel waarmee tussen twee parallelle sporen van spoor kan worden gewisseld. Een overloopwissel bestaat dus uit twee wissels die elektrisch aan elkaar gekoppeld zijn. Meestal liggen er twee overloopwissels bij elkaar, zodat treinen in beide richtingen van spoor kunnen wisselen. Zo'n dubbel overloopwissel kan zijn uitgevoerd als kruiswissel of als twee overloopwissels na elkaar.

Een overloopwissel en sein op de vrije baan in België. Deze sein (die eigenlijk een groen knipperlicht toont) betekent: • Groen: je mag passeren; • 5: maximumsnelheid op het wissel is 50 km/h; • V: na dit sein en het volgende wissel kom je terug in zgn. "grote beweging" op de "normale" spoorzijde.
Zie verder: fr:Signalisation ferroviaire en Belgique.
Overloopwissels, uitgevoerd als kruiswissel, langs een perron

Overloopwissels worden voor de volgende doelen gebruikt:

  • op een plaats waar een trein of tram keert; deze moet voor of na het keren van spoor wisselen om op het juiste spoor te komen voor de terugweg.
  • om het mogelijk te maken bij werkzaamheden of calamiteiten op een dubbelsporig baanvak enkelsporig te rijden
  • om langs één zijde van perron twee (korte) treinen gescheiden te kunnen laten aankomen en vertrekken

Hoewel overloopwissels vaak midden op een dubbelsporig baanvak liggen, maken ze in Nederland geen onderdeel uit van de vrije baan. Op de vrije baan kan immers per definitie niet van spoor gewisseld worden. Overloopwissels maken dus in Nederland altijd deel uit van een emplacement. In België eigenlijk worden soms treinen tijdelijk op de "verkeerde" spoor gewisseld, niet alleen als op de "goede" (linkse in België) spoor wordt gewerkt, maar ook om een "langzamere" trein door een "snellere" zonder stoppen te laten inhalen. Daarom zijn er in België seinen aan beide kanten van de meeste dubbelsporige lijnen, maar met vaste lichten aan de linker ("goede") kant en met knipperlichten aan de rechter ("verkeerde") kant, en op vele lijnen bestaan wissels van de linker- naar de rechterkant of omgekeerd, ook in plaatsen waar er noch een station, noch een rangeerspoor bestaat.

Overloopwissels die alleen gebruikt worden bij werkzaamheden of calamiteiten liggen meestal in de rechte stand, zodat ze geen belemmering vormen voor het reguliere treinverkeer. Om de wissels gangbaar te houden, en om overmatige roestvorming tegen te gaan, moeten de wissels regelmatig bereden worden. Dit wordt in de dienstregeling ingepland als roestrijden. Een trein die via het eerste overloopwissel van spoor wisselt, en meteen weer naar hetzelfde spoor terugkeert via het tweede overloopwissel rijdt een kattenrug.

Een bijzondere variant is het oplegwissel, dit is een overloopwissel die bij tramlijnen op het bestaande spoor kan worden gelegd. Dit wordt gebruikt als bij werkzaamheden tijdelijk op een deel van de lijn maar één spoor beschikbaar is. Een oplegwissel kan alleen met zeer beperkte snelheid bereden worden.

Een oplegwissel, een tijdelijk overloopwissel op de Kusttram.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]