Groupe PSA

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf PSA Peugeot Citroën)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Groupe PSA
Peugeot S.A.
Groupe PSA
Beurs Euronext: UG
Oprichting 1965 (als voortzetting van de Société des Automobiles Peugeot uit 1896)
Sleutelfiguren Carlos Tavares, bestuursvoorzitter
Louis Gallois, voorzitter RvC
Hoofdkantoor 75 avenue de la Grande Armée
75116 Parijs
Werknemers 211.000 (2018)
Producten auto's en scooters
Omzet/jr € 74,7 miljard (2019)
Website Groupe PSA
Portaal  Portaalicoon   Economie

Groupe PSA (voorheen PSA Peugeot Citroën), afgekort PSA, is een Franse autogroep die de automerken Peugeot, Citroën, Opel, Vauxhall en DS Automobiles omvat. In 2019 produceerde PSA zo'n 3,5 miljoen voertuigen en behaalde het een omzet van 75 miljard euro. Het telde in 2018 circa 211.000 werknemers. De familie Peugeot bezit 14% van de aandelen en zo'n 25% van de stemrechten. Het bedrijf gebruikt de naam "PSA Peugeot Citroën" als aanduiding voor de beursgenoteerde holdingmaatschappij Peugeot S.A. en haar dochterondernemingen. Op 1 augustus 2017 werd de overname van het Duitse Opel en Britse Vauxhall afgerond.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

PSA staat voor Peugeot Société Anonyme en werd in 1965 gevormd, toen de voormalige Société des Automobiles Peugeot werd omgevormd van autoproductiebedrijf tot holdingmaatschappij. In 1974 kocht PSA 30% van de aandelen van Citroën. In 1976 werd Citroën volledig overgenomen door PSA.

In 1979 nam PSA voor het symbolische bedrag van US$ 1 de activiteiten en de schulden van Chrysler Europe over en kreeg daarmee de autofabrieken van het Franse Simca en de voormalige Britse Rootes-groep in handen. Tevens verkreeg PSA hiermee een aandeel in de fabrikant Matra Automobiles, dit aandeel werd in 1983 verkocht aan Renault. In 1979/1980 werd Simca omgedoopt tot Talbot. Vervolgens verdween de merknaam Talbot in 1986. Alleen in het Verenigd Koninkrijk werd de bestelwagen Talbot Express (technisch gelijk aan de Peugeot J5) nog tot 1992 verkocht.

In 1998 werd besloten om de autoproductie binnen PSA volledig te reorganiseren. Vrijwel alle fabrieken werden ondergebracht in de nieuwe dochtermaatschappij "Peugeot Citroën Automobiles S.A.". De voormalige autofabrikanten "Automobiles Peugeot SA" en "Automobiles Citroën SA" veranderden in verkooporganisaties.

In 2011 halveerde de winst en in 2012 maakte het bedrijf het grootste verlies in haar geschiedenis bekend.[1] PSA leed in het tweede halfjaar van 2012 een nettoverlies van € 5 miljard inclusief een afschrijvingen van activa ten bedrage van € 4 miljard.[1] De onderneming maakt veel stadsauto's en kleine middenklassers waar het veel concurrentie treft uit landen met lage lonen.[2] De strategie moest om: er werd in de kosten gesneden om de financiële positie te verbeteren, niet essentiële bedrijfsonderdelen werden verkocht en nieuwe aandelen werden uitgeven om de schuldenlast te reduceren.[2]

In februari 2013 maakten General Motors (GM) en Peugeot een samenwerkingsovereenkomst bekend. De bedrijven gaan wereldwijd samenwerken om tot 2016 US$ 2 miljard aan kosten te besparen.[3] Zowel Peugeot als Opel kampen met verliezen en hopen deze weg te werken door meer schaalgrootte. GM neemt ook een aandelenbelang van 7% in Peugeot, maar Peugeot neemt geen belang in GM. Nog geen twee jaar later verkoopt GM de aandelen voor € 250 miljoen.[4] De samenwerking blijft bestaan, al zijn de verwachtingen verlaagd. Terwijl gehoopt werd dat de jaarlijkse kosten in 2016 met US$ 2 miljard verlaagd zouden zijn, wordt voor 2018 gemikt op zo’n US$ 1,2 miljard dollar. GM kocht het belang om Peugeot aan nieuw kapitaal te helpen, maar volgens GM is die steun is niet langer nodig. Na deze bekendmaking daalde de beurskoers van PSA met 12%.[4][5]

Begin 2014 werd bekend dat de Chinese automobielfabrikant Dongfeng Motor Corporation en de Franse staat bereid zijn om voor € 800 miljoen aan nieuwe aandelen te kopen.[6] Na deze financiële injectie zijn er drie belangrijke aandeelhouders, de familie Peugeot, Dongfeng Motor en de Franse staat elk met een aandelenbelang van 14%. De familie heeft nog wel meer stemrecht dan de andere twee grootaandeelhouders.[6]

Overname Opel/Vauxhall[bewerken | brontekst bewerken]

Op 6 maart 2017 werd bekend dat PSA Peugeot Citroën voor 2,2 miljard euro Opel en Vauxhall overneemt.[7] Het Franse autoconcern heeft een overeenkomst bereikt met het moederbedrijf General Motors.[7] PSA berekende de jaarlijkse synergievoordelen in 2026 op € 1,7 miljard, waarvan het merendeel al in 2020 moet zijn gerealiseerd.[7] De overname leidde eerder tot grote zorgen in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk over mogelijk banenverlies, maar PSA heeft garanties gegeven voor behoud van werkgelegenheid en fabrieken.[7] De omvang van PSA, gemeten naar omzet en voertuigenproductie, neemt met een derde toe wanneer de overname een feit is. In 2016 zijn de marktaandelen van de verschillende merken: Opel/Vauxhall 6,7%, Peugeot 5,8%, Citroën 3,6% en DS 0,4%.[8] Het gezamenlijk marktaandeel op de Europese automarkt komt hiermee op 16,5%, waarmee PSA na Volkswagen AG (23,9%) de grootste autoverkoper in Europa wordt.[8] In juli 2017 gaf de Europese Commissie (EC), na onderzoek van de nationale en Europese markten, PSA onvoorwaardelijk toestemming om Opel over te nemen.[9] Het marktaandeel van de twee bedrijven samen blijft volgens de EC relatief klein, alleen in Estland en Portugal komen ze op 40% voor kleine commerciële voertuigen.[9] Op 1 augustus 2017 is de overname volledig afgerond.[10]

Fusie plannen met FCA[bewerken | brontekst bewerken]

Op 31 oktober 2019 maakten Fiat Chrysler Automobiles (FCA) en PSA bekend plannen te hebben voor een fusie.[11] Beide autoproducenten krijgen 50% van de aandelen in het nieuwe bedrijf waarvan het hoofdkantoor in Nederland komt. Carlos Tavares wordt bestuursvoorzitter van het fusiebedrijf en John Elkann van FCA voorzitter. Door de fusie ontstaat het vierde autobedrijf ter wereld, met een totale verkoop van 8,7 miljoen voertuigen en een jaaromzet van zo'n € 170 miljard.[11] De twee verwachten in de komende vier jaar een kleine € 4 miljard aan kosten te kunnen besparen. Daarbij is niet uitgegaan van het sluiten van fabrieken, maar banenverlies in Europa is wel te verwachten.[11] Ze hebben ook het plan hun belang in Faurecia te verkopen, omzet in 2019 zo'n € 18 miljard, en de opbrengst als een speciaal dividend uit te keren aan de aandeelhouders.[11] De aandeelhouders en toezichthouders moeten zich nog over de fusieplannen buigen.

Activiteiten[bewerken | brontekst bewerken]

PSA realiseerde in 2019 een jaaromzet van € 74,7 miljard.[12] Bijna 80% van de omzet werd gerealiseerd met de verkoop van nieuwe automobielen en de resterende een vijfde was afkomstig van de onderdelenfabrikant Faurecia. Er werden bijna 3,5 miljoen voertuigen verkocht waarvan 85% in Europa, in deze regio had het een marktaandeel van 16,8%.[12] In aantallen werden 1,45 miljoen Peugeot-voertuigen verkocht, 1,0 miljoen exemplaren van Citroën, 60.000 DS Automobiles en 1,0 miljoen stuks van Opel/Vauxhall.[12]

Landen met PSA-productielocaties

PSA heeft fabrieken in vele landen, maar Frankrijk en Volksrepubliek China zijn de belangrijkste productiecentra. De belangrijkste productielocaties van PSA in Frankrijk zijn Aulnay-sous-Bois (ex-Citroën), Mulhouse (ex-Peugeot), Poissy (ex-Simca/Talbot), Rennes (ex-Citroën) en Sochaux (ex-Peugeot).

Resultaten[bewerken | brontekst bewerken]

bedragen in miljoenen euro, tenzij anders aangegeven
Jaar[13] Autoverkopen
(x 1000)
Omzet Bedrijfs-
resultaat
Netto-
resultaat
Aantal
werknemers
(x 1000)
2011 - 55.912 898 784 -
2012 2820 55.446 -4698 -4925 204
2013 2819 54.090 -1346 -2218 197
2014 2939 53.607 223 -555 190
2015 2973 54.676 1976 1202 182
2016 3146 54.030 2611 2149 172
2017 3632 65.210 3087 2358 -
2018 3878 74.027 4400 3295 211
2019 3479 74.731 4668 3584 -

Samenwerkingsverbanden[bewerken | brontekst bewerken]

Overige activiteiten[bewerken | brontekst bewerken]

Buiten de automobieldivisie bestaat PSA uit:

Verder is PSA grootaandeelhouder van de Franse Ligue 1-voetbalclub FC Sochaux-Montbéliard.

Merken[bewerken | brontekst bewerken]


Externe link[bewerken | brontekst bewerken]