Pakoeboewono IX van Soerakarta

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Portret door Walter B. Woodbury

Pakoeboewono IX van Soerakarta, officieel "Z.H. Sampeyan Dalam ingkang Sinuhun Kanjeng Soesoehoenan Prabhu Sri Pakoe Boewono IX Senapati ing Alaga Ngah 'Abdu'l-Rahman Saiyid ud-din Panatagama Sunan Bangun Kraton, Soesoehoenan van Soerakarta" (kraton van Soerakarta, 22 december 1830 – 1893) was de tweede zoon van de zesde soesoehoenan en diens derde vrouw Radin Ajeng Kusiah/Kanjeng Ratu Ma. Zijn vader Pakoeboewono VI was op 14 juni 1830 afgezet en naar Ambon verbannen. Hij kreeg als prins de naam "Gusti Radin Mas Duksina". Later werd hij verheven tot "Kanjeng Pangeran Ngabehi". Toen hij op 5 oktober 1857 als kroonprins werd aangewezen voerde hij de titel "Kanjeng Gusti Pangeran Adipati Anum Prabhu Vijaya". Hij was de eerste van de kroonprinsen waarbij in de titel de naam van het stamland Mataram werd weggelaten. Hij regeerde van 1861 tot 1893.

De troonopvolging in Soerakarta was door het Nederlandse ingrijpen verstoord. Pakoeboewono VI was in 1830 tijdens de Java-oorlog afgezet en in ballingschap gestuurd. Hij werd door twee meer nederlandsgezinde ooms opgevolgd. Pakoeboewono VIII volgde op 10 mei 1858 zijn oudoom uit de jongere lijn van het huis Kartasura op. De erfopvolging in de oudere lijn van het Huis Kartasura was daarmee hersteld. Voor de normen van die tijd waren de vorige beide soesoehoenans al oude mannen geweest toen zij opvolgden. De nieuwe soesoehoenan werd op 27 januari 1862 op 31-jarige leeftijd met de keizerskroon van Soerakarta gekroond.

Op 23 oktober 1861 werden de achtste soesoehoenan en de kroonprins beiden tot generaal-majoor van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger bevorderd. Hij was commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw en grootofficier in de Frans Jozef-Orde van Oostenrijk.

Pakoeboewono IX was een moslim en huwde twee vrouwen. Zijn eerste echtgenote Bandara Radin Ajeng Kustiyah Kanjeng Ratu Sri Pakoe Boewono IX was de kleindochter van de achtste soesoehoenan. Hij verwekte bij zijn twee vrouwen en vele bijvrouwen zeventig kinderen en stierf op 17 maart 1893 in zijn Kraton. Zijn lichaam werd in het mausoleum in Imagiri bijgezet[1]. Zijn opvolger was zijn negende zoon uit het huwelijk met zijn hoofdvrouw Bandara Radin Ajeng Kustiyah Kanjeng Ratu Sri Pakoe Boewono IX.

Een andere zoon, luitenant-kolonel Gusti Radin Mas Rahmad Kanjeng Gusti Pangeran Arya Mataram was een van de Indische vorsten op het podium achter Koningin Wilhelmina der Nederlanden bij haar inhuldiging in 1898.

Opvolging[bewerken]

Zie ook[bewerken]