Pasteitje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Pasteitje
Stilleven met pastei uit 1644

Een pasteitje of vidée is een rond, warm, hartig bladerdeeggebakje dat traditioneel met kippenragout wordt gevuld. Soms wordt met pasteitje enkel het gebak bedoeld, vaak het gerecht dat bestaat uit het bladerdeeggebak en de daarbij horende vulling. Het gebakje lijkt op een rond doosje met een deksel. Een pasteitje wordt soms als tussengerecht geserveerd, maar vaak ook als hoofdgerecht met frieten of brood.

Voorgebakken pasteitjes zijn verkrijgbaar bij de bakker of in de supermarkt. Het is de bedoeling om eerst het deksel uit het pasteitje te snijden, vervolgens worden het pasteitje en het deksel voorverwarmd in een bakoven. Daarna worden ze gevuld met ragout, afgedekt met het deksel en geserveerd.

Ontstaan[bewerken]

Mogelijk is het huidige pasteitje in Zuid-Nederland bekend sinds de Franse Tijd. De uitvinder ervan zou de beroemde Franse kok Marie-Antoine Carême (Parijs, 1784-1833) zijn geweest. Hij zou per abuis bladerdeeg hebben gebruikt in plaats van kruimel- en korstdeeg. Toen de man zag dat uit het platte deeg een torenachtig gebak was ontstaan, zou hij Il vole au vent (Hij vliegt in de lucht) hebben geroepen. Dit zou verklaren waarom het gebakje in andere talen vol-au-vent wordt genoemd. Een andere naamsverklaring zou zijn dat de gebakjes zó licht waren dat ze met de wind zouden wegwaaien.

In Vlaanderen wordt met vol-au-vent niet meer het gebakje bedoeld, maar de ragout die traditioneel wordt gebruikt als vulling van het pasteitje.

Voorganger[bewerken]

De oorspronkelijke pastei is minder luchtig en groter en wordt niet gemaakt van bladerdeeg, maar van brooddeeg. Dit soort gerechten werd al in de middeleeuwen gegeten.[1] Ze komen ook voor op zeventiende-eeuwse schilderijen. De Engelse pie lijkt nog het meest op dit met vlees en groente gevuld baksel.

Icoontje WikiWoordenboek Zoek pasteitje op in het WikiWoordenboek.