Ragout

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Ragout uit een snelwegrestaurant
Een typisch Belgische vol-au-vent of koninginnenhapje

Ragout is van oorsprong een gerecht dat bestaat uit stukjes gesneden vlees, gevogelte of vis in saus.

De saus wordt gemaakt door gelijke hoeveelheden boter en bloem te vermengen. De boter wordt eerst gesmolten zonder die te bruinen. Daarna wordt de bloem toegevoegd en laat men die kort aanbakken. Vervolgens wordt bouillon toegevoegd om de substantie op de gewenste dikte te krijgen. Tot slot voegt men stukjes vlees (vaak kip) toe, en vaak ook champignons.

Er bestaan ook talloze vegetarische ragouts, zoals eierragout, champignonragout en groenteragout.

Ragout wordt soms gegeten in een pasteitje, in Vlaanderen ook vidé genoemd. Dat is een rond, warm, hartig bladerdeeggebakje. Traditioneel wordt het gevuld met kippenragout, al kan het uiteraard ook gevuld worden met andere ragouts. Als men in Vlaanderen een vol-au-vent of koninginnenhapje (vertaald uit het Frans: bouchée à la reine) bestelt, krijgt men doorgaans een pasteitje gevuld met kippenragout, in Vlaanderen ook wel kippenfricassee genoemd.[1]

Runderragout wordt ook gebruikt als vulling van kroketten en bitterballen. Het woord ragout komt uit het Frans. Ragoûter betekent dan ook: de smaak verbeteren.